zondag 3 juli 2011

Creationisme

In de hal van het ziekenhuis zat ik te wachten op mijn buurman. Hij had zijn voet ernstig bezeerd en hij kon daardoor niet zelf autorijden. Hij wilde foto's laten maken omdat hij vermoedde dat er iets gebroken zou kunnen zijn.
Op een tafeltje lagen wat kranten en tijdschriften. Ik had eerst een beetje rond gekeken maar het duurde langer dan ik gedacht had. Om de tijd te doden pakte ik een wetenschappelijk tijdschrift op en bladerde er wat in. Het was in het Turks en niet heel gemakkelijk te lezen. Maar één artikel trok toch mijn speciale aandacht. Het ging over de spontane generatie. De discussie was me bekend. Is spontane generatie ooit mogelijk geweest of is de samenstelling van een cel dermate ingewikkeld dat een toevallige samenkomst van bestanddelen niet mogelijk geacht moet worden, waardoor er toch gedacht zou moeten worden aan een scheppende macht, zoals de bijbel en de koran zeggen?
Het werd erg ingewikkeld en ik legde het tijdschrift terzijde. Maar verder wachtend liet het onderwerp me toch niet los. Er kwamen twee verhalen bij me op. Een over Nasreddin Hoca, de hoofdpersoon uit een groot aantal Turkse volksverhalen. Als ik me niet vergis was er iets met een waterput waarin plotseling vissen zaten of zo. Maar verder kwam ik niet.
Ook moest ik denken aan Tijl Uilenspiegel die in Nederland en Vlaanderen om zijn schelmenstreken bekend is.
Op een dag had Tijl op het dorpsplein een groot aantal mensen om zich heen verzameld. Hij sloot een weddenschap af met de herbergier van de uitspanning waar hij verbleef. Hij beweerde dat hij leven kon laten ontstaan. En als het waar was, zou hij de rekening niet hoeven te betalen. Hij vroeg de herbergier om een grote zak graan en zette die gesloten midden op het plein. Na drie dagen zal de zak geopend worden.
Onder het oog van een groot aantal getuigen opent Tijl na drie dagen de zak en er springen zo maar een aantal muizen uit. Die waren natuurlijk op het graan afgekomen en hadden zich door de zak heen gevreten.

Een andere, waar gebeurde geschiedenis, kwam boven drijven..
Een jaar of dertig geleden kende ik een tuinman. Geert. Behalve tuinman was hij een fervent paddenstoelenzoeker en iedere herfst zocht hij met enorm veel enthousiasme de bossen in onze omgeving af naar eetbare soorten. Hij vertelde graag over zijn vondsten en hij maakte zich zo druk dat hij dan nauwelijks meer uit zijn woorden kon komen.
Hij was verzot op cantharellen. Een soort die in Nederland met uitsterven bedreigd wordt en daardoor beter niet geplukt kan worden. Of hij echt beschermd is weet ik zo niet.
Geert trok zich daar niets van aan. Dat was toch allemaal grote onzin. Als je hem er over aansprak antwoordde hij: "Onzin. Die verdwijnen echt niet. Volgend jaar komen er op een andere plaats zo maar weer nieuwe te voorschijn". En hij ging gretig door met zijn hobby.
Maar ook nu nog zijn er mensen die het uitsterven van soorten met een korrel zout nemen.
In de zomer komt er vaak een visboer bij ons aan de deur. Vorig jaar toen hij weer eens verscheen, had hij ondermaatse vis bij zich en het was ook nog eens een soort die in die periode niet gevangen mocht worden. Ook hij maakte zich er niet druk om en vond het maar onzin.
Toen mijn vrouw zijn vis niet wilde kopen en hem ervan probeerde te overtuigen dat op deze manier de zee leeg gevist werd en de soort zou verdwijnen antwoordde hij: "Ach onzin. Volgend jaar zijn er vanzelf weer nieuwe."

Geen opmerkingen:

Een reactie posten