zaterdag 23 juli 2011

Schatgraver

Als ik 's ochtends vroeg om een uur of zes een wandeling maak kom ik weinig mensen tegen. Twee jonge mannen op een motor, die misschien van hun werk komen. Misschien werken ze voor een beveiligingsbedrijf en zit hun nachtdienst er op. Of misschien zijn ze juist op weg naar hun baas en moeten ze vroeg beginnen. Vroeg ik me af.
Een meneer die met schoudertas om en druk telefonerend richting bushalte loopt. Fris gewassen en voorzien van voldoende deodorant voor de eerste uren, ruik ik als we elkaar passeren. We knikken elkaar goedemorgen, we zien elkaar wel vaker.
Een vrouw die twee grote bakbeesten van honden uitlaat. Dat zie je niet zo vaak. De meeste mensen hebben hun honden niet aangelijnd. Als je niet wilt dat ze hun behoefte in je tuin doen en als je er niet zeker van bent dat ze weer netjes met je mee teruglopen moet je echter wel. Of zou ze dat voor haar werkgever doen?
Dan een oud mannetje op een onooglijke brommertje. Het ding moet zo te zien wel dertig jaar oud zijn. Het pruttelt en het sputtert maar het loopt wel. Achterop de brommer is een grote plastic krat vastgemaakt. Mensen nemen op deze manier vaak hun hondje mee of doen er hun boodschappen in. De man stopte bij de eerstvolgende vuilcontainer. Hij gooide de klep open. Neusde eerst even naar binnen rommelde wat tussen de restanten en haalde er iets onduidelijks uit te voorschijn. Hij stopte het in zijn krat en keek nog even of er nog wat rond de container lag. Hij bukte zich, raapte iets op en stopte het in zijn zak. Hij startte zijn brommer met een verbazingwekkend gemak en tufte er vandoor. Waarschijnlijk op weg naar de volgende vindplaats.

Soms staat er aan de grens van een gemeente een bord waarop te lezen valt dat het verboden is voor oudijzerophalers of voddenboeren om hun beroep daar uit te oefenen. Niet dat die mensen zich er altijd consciëntieus aan houden maar het staat er wel. Men zou zich dan af kunnen vragen waar een mens zijn oude rommel of zijn grof vuil dan moet laten. Wel dat is geen enkel probleem. De gekste en grootste rommel wordt netjes naast de vuilcontainer gezet en men heeft er geen om kijken meer naar. Regelmatig komt er iemand met zijn vrachtwagentje langsrijden en neemt de dingen van zijn gading mee. Oude meubels, bouwmaterialen, kapotte televisies, gesneuvelde tuinstoelen en allerhande ander grof vuil. Vaak staat uw aangeboden afval niet langer dan een paar uurtjes op een nieuwe eigenaar te wachten. Het vrachtwagentje doet zijn ronde voordat de gemeentereinigingsdienst langskomt want over het algemeen neemt die op zijn dagelijkse rit alles mee. En ook mijn mannetje op zijn brommer is er vroeg bij. Je weet maar nooit.
Bruikbare spullen komen in de overal aanwezig zijnde tweede hands winkels terecht. Oude metalen worden geselecteerd. En sommige onderdelen zijn bestemd voor hergebruik.

Toen ik laatst weer mijn wandeling ging maken en een oud computerscherm, zo'n antiek loodzwaar bakbeest, naast de container wilde neerzetten, kwam net mijn mannetje op zijn brommer aanrijden. Hij wilde het scherm, dat maar nauwelijks in zijn krat paste, graag hebben.
"Het is kapot, hoor!" vertelde ik de man.
"Dat maakt niet uit. Voor de onderdelen. Of misschien heb ik geluk." Hij had meteen door dat ik buitenlander was en sprak in korte, afgemeten zinnen. Vorige week had hij nog een oud met een hangslot gesloten kistje meegenomen. Zo te zien niets meer mee te beginnen. Thuis had hij de vondst opengemaakt. Hij had een schat gevonden. 3.000.000 lira had hij gevonden. "Wel oude," voegde hij er hard lachend aan toe.
Hij maakte zich uit de voeten. De volgende container wachtte.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten