dinsdag 22 mei 2012

Broodje struis

Zoekend in het archief van het Utrechts Dagblad naar een zeker artikeltje over een gebeurtenis in de Eerste Wereldoorlog waar een Turks gevechtsvliegtuig bij betrokken was, viel mijn blik op een tamelijk ongewoon woord: struisvogelkooi.
Goh, dat was wel heel erg toevallig. Enkele dagen daarvoor was ik namelijk het zelfde woord: struisvogelkooi ook in mijn e-mailcorrespondentie tegengekomen.
De Eerste Wereldoorlog liet ik even achter me. Bestaat zo iets dan? Een struisvogelkooi? Ja natuurlijk. Ik herinner me dat ik als kind in diergaarde Blijdorp in Rotterdam kwam. En ik weet nog dat ze daar in een kooi een nandoe, een klein type Zuid-Amerikaanse struisvogel hadden. Dus ja er bestond een struisvogelkooi. En struisvogels worden natuurlijk in heel veel landen gehouden voor het vlees en die dieren leven in een kooi. Hun huisvesting is zeer eenvoudig en bestaat uit een stuk land met hoge palen en gaas erom. Dat is voldoende. Struisvogels kunnen niet vliegen dus een dak hoeft er niet op en de beesten hoeven ook niet gekortwiekt of geleewiekt te worden. In westerse landen bestaat er natuurlijk wetgeving en regelgeving met betrekking tot het houden van struisvogels. En er zal vast wel, net als bij kippen, verschil zijn tussen de intensieve en de scharrelstruisvogelteelt. Niet meer dan tien dieren per hectare? Geen prikkeldraad, geen stroom op de omheining, een zandbad moet mogelijk zijn, voldoende ruwvoer en steentjes of grit etc.
Maar ik dacht aan iets anders. Er is over het algemeen weinig controle op het houden van vogels voor je plezier zolang er geen klachten van omwonenden zijn. In een volière of in nog veel kleinere kooitjes kan je eigenlijk stoppen wat je wilt. En sommige mensen houden een kip in een kanariekooi en zijn zo verzekerd van gezelschap en regelmatig een vers eitje bij het ontbijt.
Juist, daar dacht ik aan. Een struisvogel in een kooi in de woonkamer lijkt me wel wat bezwaarlijk maar onmogelijk is het niet. En af en toe een struisvogelei voor de hele familie is ook niet verkeerd. En als ze van de leg is....
Struisvogelvlees is voor veel mensen een delicatesse die in bepaalde restaurants geserveerd wordt. Ik heb het ooit gegeten maar de smaak is me niet bijgebleven en ik kan me de smaak zelfs niet meer herinneren. Misschien geldt dat voor meer mensen want de vraag naar struisvogel neemt steeds verder af.
Mijn buurman had ooit een struisvogelkooi. Maar dan wel een van meer dan een hectare groot. Als boer wilde hij af en toe wel eens wat experimenteren met gewassen en dieren. Maar een doorslaggevend succes werd het niet en na een aantal jaren gaf mijn buurman de moed maar op. Exit struisvogels.
De consument is er nooit echt door gegrepen. Maar zoals wel vaker bij trends is het niet onmogelijk dat na een moeilijke tijd de struisvogel een tweede kans krijgt en dat het dan wel een succes wordt. Maar dan misschien op kleinere schaal.
Zoals veel mensen vroeger een konijn (een flappie), op het platje of in het fietsenschuurtje hielden zou nu toch een jong struisvogeltje in een kooi op het balkon niet misstaan. De kleine nandoe, niet groter dan 1 meter 20 lijkt daartoe meer geschikt dan de Afrikaanse struisvogel die meer dan 2 meter 50 kan worden. Wel is daarvoor een flinke, stevige kooi nodig. Neemt u geen haan want ten eerste moet u dan uw eitje ontberen en ten tweede kunnen ze behoorlijk lastig worden als er zich op het balkon van de buren een struisvogelhen bevindt.
Het kan natuurlijk ook dat het hele project geen lang leven beschoren is vanwege de nieuwe wetgeving met betrekking tot het verhandelen van exotische dieren, of door de caviapolitie, de Partij voor de Dieren of de kliklijnen en meldpunten.
Daardoor wordt een mens haast wel ongewild het illegale, criminele pad op geduwd. Stiekem een struisvogeltje houden in de garage, de caravan of het volkstuincomplex.
In moeilijke tijden een welkome aanvulling op de proteïnebehoefte van uw gezin.

zondag 20 mei 2012

Een vreemde kronkel

De Turkse regering heeft de laatste maanden een aantal belangrijke besluiten genomen die verband houden met een enigszins veranderende benadering van de historische gebeurtenissen rond 1915 ten aanzien van de behandeling van de destijds in Turkije wonende Armeniërs.
Ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, maar ook in de jaren daarvoor en daarna, werd er ten opzichte van de Armeniërs een politiek gevoerd die, en daar is meen ik iedereen het wel over eens, heel veel slachtoffers heeft opgeleverd.
Veel Armeniërs werden verjaagd, op transport gezet of vermoord. Eigendommen werden geconfisceerd, landerijen werden ingenomen huizen werden verwoest. En heel veel kerken van de over het algemeen christelijke Armeniërs moesten het ontgelden.
Het laatste half jaar/jaar verschijnen er vrij regelmatig berichten in de pers die blijk geven van een andere kijk op de geschiedenis. Studies, publicaties maar ook zaken als teruggave en/of restauratie van oorspronkelijk Armeense eigendommen vinden hun weg in de media.
Twee Armeense begraafplaatsen en een kerk werden in het kader van nieuwe wetgeving (teruggave van niet-moslim eigendommen) overgedragen en er werd compensatie betaald voor een door de staat verkocht voormalig Armeens eigendom. Nog tientallen claims zijn in behandeling. Ook van andere minderheden.

Mijn ouders waren atheïst. Niet praktiserend als men daarmee bedoelt dat ze hun best deden om aktief en agressief hun ideeën ook op anderen over te brengen. Wel praktiserend als men bedoelt dat ze ernaar leefden. Maar kennelijk deden ze dat op zo een overtuigende en vanzelfsprekende manier dat ik er als kind en ook later nooit aan getwijfeld heb dat dit de juiste manier was om het bestaan tegemoet te treden en het leven te leven.
Ze lieten anderen in hun waarde en het geloof van anderen moest je respecteren. De bijbel was ook een interessant boek en veel kerken waren gebouwen die je kon bewonderen vanwege de architectonische schoonheid of hoogstandjes en om hun cultuurhistorische waarden die ze voor heel veel mensen nu eenmaal hadden.
Als kind op vakantie met mijn ouders bezocht ik kathedralen en ook minder imposante gebedshuizen. Katholieke kerken hadden de voorkeur omdat daar meer te zien was dan in de strengere, strakkere hervormde of gereformeerde kerken en omdat daar de gang van zaken ook wat vrolijker en meer ongedwongen leken toe te gaan.
Toen ik later op mijn eentje de wereld wat meer ging verkennen, kwam ik in Frankrijk een grote hoeveelheid leegstaande kerken tegen. De ontkerkelijking was in volle gang. Maar voor mij was het een vreemd fenomeen dat een flink aantal van die afgedankte kerken toen al (zestiger jaren) een andere bestemming hadden gekregen. Ik zal nooit vergeten dat ik een kerk binnenstapte in de veronderstelling een devote, stille, donkere ruimte te vinden en ik daar een garagebedrijf ontdekte met glazen dakramen en een schetterende Johnny Hallyday op de radio. Een schok. Vanzelf lette ik er vanaf dat moment speciaal op en ik ontdekte allerlei andere "kerkgebouwen": een kruidenier, een drogist, een tapijtenhal en een geluidsstudio. Vreemd. Het moest toch voor de gelovigen die daar ooit ter kerke gingen een doodzonde zijn geweest.
Later merkte ik hetzelfde verschijnsel in Nederland ook steeds vaker op. En ik raakte er na verloop van tijd aan gewend om woningen, appartementen, een jongerencentrum, een galerie, een feestzaal of een fietsenstalling gehuisvest te zien in een afgeschreven kerk. Hoogstwaarschijnlijk zou een groot aantal kerkgebouwen verdwenen zijn als ze geen andere functie hadden gekregen omdat kerkbesturen de kosten voor reparatie, onderhoud en renovatie niet meer konden opbrengen.
Af en toe gingen er wel stemmen op dat de gebouwen beter platgegooid konden worden i.p.v. gelegenheid te bieden tot heiligschennis. Maar veelal zonder succes. Ik bleef lange tijd mijn bedenkingen houden. Ik vond het hergebruik van kerken iets heel anders dan het hergebruik van een school of een leegstaande fabriek of een overbodig geworden gemeentehuis. Maar het ging zo.

Over de Armeense kwestie wordt in Turkije tegenwoordig iets minder verkrampt gedacht en gesproken. "Kritische" artikelen over die periode kunnen nu in tegenstelling tot nog maar een jaar of vijf geleden straffeloos gepubliceerd worden.
Vorige maand kwam ik in Radikal een illustratief stukje tegen. In de krant stond en foto met commentaar van een vuilstortplaats annex veestalling in en rond de overblijfselen van een Armeense kerk uit de 11e eeuw in de buurt van Batman. Over veranderende bestemming gesproken.
Misschien krijgt de Armeense gemeenschap de "verzamelplaats" wel terug.

vrijdag 18 mei 2012

Drama op de uitstervende houten spoorbiels


Achter mijn huis heb ik als opstapje tot dan wel afstapje van het terras een afgekeurde oude houten spoorbiels liggen. Travers in het Turks oftewel dwarsligger.
Het spoorwegnet in Turkije is altijd tamelijk beperkt gebleven. Veel openbaar vervoer, ook over grote afstanden vindt goeddeels plaats middels bussen. En het goederenvervoer gebeurt met vrachtwagens.
En daarom dacht ik: hoe is het nu mogelijk dat via tuincentra, handelsondernemingen en houthandelaren hier in de buurt van Bodrum het aanbod van gebruikte (eiken en grenen gecreosoteerde) bielzen zo groot is. Maar natuurlijk levert het vervangen van slechte exemplaren een flink aantal afdankertjes op. Voor een enkele spoorlijn tussen Istanbul en de oostgrens over een afstand van ongeveer 2000 km heeft men ruim 3.000.000 (drie miljoen) bielzen nodig. Het totale spoorwegnet bedraagt toch nog altijd ongeveer 9.000 km. Soms enkel spoor, soms dubbelspoor. Voorzichtig geschat zijn daar 15.000.000 bielzen minstens voor nodig. Als jaarlijks 5% vervangen wordt, levert dat per jaar 750.000 bielzen op.
In veel landen worden de houten bielzen vervangen door betonnen exemplaren. Zo ook in betonland Turkije. Volgens het grote spoorwegplan van Turkije moeten er, o.a. ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de republiek in 2023, duizenden kilometers spoorlijn aangelegd worden. En ook daar zullen betonnen bielzen voor gebruikt worden. En als die vervangen moeten worden zullen ze w.s. niet in de tuincentra worden aangeboden.
En langzamerhand verdwijnt zo de houten spoorbiels uit ons leven. Beton of kunststof neemt de plaats in. De houten biels wordt met uitsterven bedreigd. Er zullen vast wel een aantal spoorwegmusea, onderzoeksinstituten, nostalgische verenigingen en particuliere verzamelaars zijn die een aantal goed in de teer en chemische middelen gezette exemplaren zullen bewaren. Maar het conserveren kent zijn limieten en de bielzen nemen ook nog al wat ruimte in. Het zal nog jaren duren maar het verval is ingezet.

Ook in mijn tuin zie ik dat de verrotting, de verpulvering in- en doorzet. Kieren en scheuren, spleten en gaten ontstaan. Gras en onkruid vinden een plekje en versnellen met hun wortelgestel de afbraak.
En daar op die geleidelijk aan oplossende biels vond een dodelijk drama plaats waarvan ik getuige was zonder in te kunnen/willen/mogen grijpen.
De tuin biedt plaats aan een veelheid van planten en dieren. Tientallen vogels, honderden insecten, krekels, spinnen, hagedissen en zo voorts. Zo zijn er ook een groot aantal mierennesten te vinden. Van verschillende soorten mieren. Van heel klein, nog geen millimeter, tot flink, 2 centimeter, leven ze over het algemeen in vrede naast elkaar. Ook over de betreffende biels zie ik regelmatig stromen van in verschillende richtingen achter elkaar aan sjouwende beestjes die elkaar geen strobreed in de weg leggen.
Vorige week op een ochtend. Het was drukkend weer, bewolkt en het leek te zullen gaan onweren. Ik zat in mijn stoel op de rand van het terras van een versnapering te genieten toen ik uit een nauwe spleet van genoemde biels gevleugelde mieren te voorschijn zag komen. Met zo te zien behoorlijk veel moeite wrongen ze zich naar buiten, liepen naar de rand van de biels en vlogen weg. Het was een fascinerend gezicht. Honderden achter elkaar. Een beetje wringen en trekken, naar de rand en hup de lucht in. Op weg naar de stichting van een nieuwe staat. Ik heb het geruime tijd aangezien. Soms was het even rustig en vervolgens kwam er weer een golf.
Maar ik was niet de enige die het verschijnsel opgemerkt had. Vanaf de andere kant van de biels kwam een aantal mieren aangezet die in de richting van het uitvlieggat liepen. Ze waren net zo groot als de gevleugelde mieren. Vastberaden marcheerden ze op hun doel af. En op het moment dat een gevleugelde mier zich met veel moeite aan de biels ontworstelde werd hij gegrepen door een van de overvallers. De gevleugelde kon zich niet verweren, zat nog een beetje klem en had de last van zijn vleugels te torsen. De overvaller liet niet meer los tot zijn prooi de ongelijke strijd opgaf en het leven liet.

Gruwelijk en prachtig te gelijk. Jammer dat de houten bielzen opraken.

donderdag 5 april 2012

Kukeleku

Afgelopen weken was het weer eens behoorlijk raak met het urenlang nachtelijk geblaf en gejank van honden in de buurt. Ik was niet de enige die er last van had en uit mijn slaap gehouden werd. Iedereen die het erover heeft komt wel met een verklaring op de proppen die sterk van inhoud kunnen variëren. Zoals: Ach ja dat is het voorjaar. Dat hoort erbij.
Maar het gebeurt ook in andere jaargetijden dus dat leek me twijfelachtig.
Of: Dat is gewoon een antwoord op het gezang van de muezin van de moskee.
Maar het gebeurt ook midden in de nacht als er heus geen oproep tot gebed wordt gedaan.
Een ander meent dat het een reactie is op een aardbeving ergens dichtbij.
Maar dat zou betekenen dat er iedere nacht vele aardbevingen zouden zijn.
Nee, verderop werd gejaagd. Of, ergens huilt een hond in nood en dan reageren zijn soortgenoten.
Maar hoe dan ook de dieren verstoren met hun lawaai danig de nachtrust van velen.

Er is natuurlijk wel iets aan te doen en ooit schroomden mensen niet om drastische maatregelen te treffen. Bij honden die niet specifiek als waakhond dienstdeden maar wel de hele nacht blaften werden soms de stembanden doorgesneden.
Deze oplossing werd vaker gevonden. Paarden die vroeger in de arena ingeschakeld werden bij het stierenvechten ondergingen vaak eenzelfde behandeling. Want voor het publiek was het zo akelig als het paard in de buikstreek geraakt werd door een hoorn van een stier en daar met afschuwelijke kreten gewag van deed.
In laboratoria waar men zich bezighield met dierproeven op apen en honden werd de operatie ook uitgevoerd omdat anders de "wetenschappers" te erg gestoord werden bij hun werkzaamheden.

Denizli is een flinke stad in de gelijknamige provincie in het zuidwesten van Turkije. Van die stad is de haan het symbool. Ooit zag ik er een beeld van een haan van misschien wel een meter of vier hoog midden op een rotonde staan. En die haan zou mogelijk wel eens de oplossing van het bovengenoemd nachtrustprobleem kunnen zijn.
Door de verdere verstedelijking rondom de stad en de alsmaar toenemende bouw van het aantal appartementencomplexen verdwijnen steeds meer stukjes natuur en tuinen. En daarmee verdwijnt ook de karakteristieke haan uit het beeld. Maar ook het specifieke hanengekraai is steeds minder te horen.
De directeur van de provinciale dienst voor voedsel, landbouw en veeteelt van de provincie Denizli opperde enige tijd geleden het idee dat mensen met een tuin of stukje grond weer een haan moesten aanschaffen. En het liefst in plaats van een hond. Een tuin is al heel snel groot genoeg voor een haan om voldoende voedsel te vinden. Daarmee wordt het hanengekraai weer in ere hersteld. Het bijkomend effect zou dan heel goed kunnen zijn dat het aantal honden in de woonwijken afneemt en dat daarmee de kans op een door hondengeblaf verstoorde nachtrust afneemt. En dit idee zou je natuurlijk ook in andere delen van het land kunnen promoten.

Twee jaar later. Zoals iedere ochtend werd ik ook vandaag weer wakker gekraaid. Het was nog stikdonker. Ja, in het oosten leek het iets op te lichten. Vrijwel alle honden zijn uit onze buurt verdwenen. Er zijn een aantal hanen voor in de plaats gekomen. Prachtige beesten. Maar helaas is er ook voor hen wel een of andere aanleiding om gedurende vrijwel de gehele dag door hun gekraai te laten weerklinken. Aardbeving? Inbreker? Voorjaar? De muezin? Territoriumdrift?
Er loopt momenteel een proces tegen een hanenbezitter. De eis is ervoor te zorgen dat de haan niet te vroeg de buurtbewoners uit hun slaap haalt. De advocaat van de eiser heeft voorgesteld alle hanen 's nachts te voorzien van een leren hoofdkapje dat pas om zeven uur 's ochtends mag worden verwijderd. Met hoofdkapje weet de haan niet dat het al dag geworden is. Zo niet dan rest slechts de soeppan.
Want het doorsnijden van de stembanden zou in dit geval beslist het doel voorbij schieten.

dinsdag 27 maart 2012

Vezels

Achter het woonpark stonden nog steeds de door de aannemer gebouwde nachtverblijven van de arbeiders. Er was zelfs een douche en een toilet (gat in de grond met een paar muurtjes eromheen) aangelegd. En eerlijk is eerlijk, het kon slechter.
Toen de bouw jaren geleden klaar was en de site opgeleverd kon worden, bleven de gebouwtjes gewoon staan. De aannemer was ze klaarblijkelijk 'vergeten'. Jarenlang werden ze gebruikt door arbeiders die ergens in de buurt aan het werk waren en zo een goedkope slaapplaats hadden. Of door loslopende honden die beschutting zochten tegen het slechte weer, ja dat is er ook weleens in het zuiden van Turkije.
Op een gegeven moment had één van de bewoners van de site er genoeg van en nam contact op met de aannemer. En na wat aandringen heeft die de dakbedekking van de verblijven laten verwijderen zodat er geen vreemde elementen meer in de buurt zouden ronddwalen op zoek naar een plekje om te overnachten.
De daken bestonden uit een paar houten balken met daar bovenop asbestplaten. Slopers verwijderden de asbestplaten zonder ook maar enige voorzorgsmaatregelen te nemen. Het kankerverwekkende gevaar van de asbestvezels is nauwelijks bekend en voorschriften voor de verwijdering zijn er niet. Met tamelijk grof geweld werden de platen losgetrokken. Daarbij sneuvelde er een flink aantal en de stukken werden gewoon op de grond gesmeten. Alleen de heel gebleven platen werden afgevoerd om ergens te hergebruiken. De overige restanten bleven achter. Werden kapot getrapt en men keek er niet meer naar om. Werden als het ware in de grond gestampt zoals ze dat ooit in Nederland rondom Goor deden meen ik waar een grote asbestfabriek stond. Wegen werden ermee verhard of aangelegd. Maar nu zou men toch beter moeten weten. Ook hier in Turkije.

Iets verderop, richting strand, werd een huisje met enkele schuurtjes afgebroken. Er werd plaatsgemaakt voor een nieuwe grote woning. Achter in de tuin werd een enorme kuil gegraven. Een enorme berg uitgegraven grond kwam er te liggen. Aanvankelijk verbaasde ik me enigszins en zag de zin van de actie niet direct in. Tot ik me realiseerde dat het een tamelijk gebruikelijke manier is om van je sloopmaterialen en restanten af te komen. Ik had het vaker gezien maar bleef het toch een vreemde manier van afvalverwerking vinden. Afvoer is niet nodig. Alle puin en aanverwante artikelen verdwijnt in de kuil. Maar dus ook de asbestplaten die van de schuren waren gekomen. Arbeiders hadden die zonder welke bescherming dan ook verwijderd. Toen alle afval, rotzooi, puin, plastic, gips- en asbestplaten verdwenen waren, kwam de power shovel en schoof de uitgegraven grond over de overblijfselen. Enige tijd later was alles aan het oog onttrokken. Opgeruimd staat netjes.

Een jaar of twintig geleden kon je in Nederland goudgeld verdienen met klussen in de asbestverwijdering. Ook toen al werden alle wettelijk voorgeschreven maatregelen getroffen en als een soort Michelin mannetje stond je dan in je witte overall met capuchon en masker op asbest te slopen. Het afval werd netjes in speciaal plastic verpakt en naar het gemeentelijk afvalverwerkingsbedrijf afgevoerd. Ontzettend bang was men voor de gevaren van losse vezels. Per dag 1000 guldentjes was beslist geen uitzondering. De slopers waren ervan overtuigd dat er niets kon gebeuren. OK er werd altijd beweerd dat de eerste tekenen van longvliesproblemen zich pas na een jaar of vijfentwintig manifesteren. Wie dan leeft dan zorgt. Die jongens van toen hebben dus misschien nog enkele jaren te gaan als destijds de bescherming onvoldoende is geweest. Maar in elk geval waren alle voorzorgsmaatregelen getroffen. Na een paar weken konden ze een nieuwe auto kopen.

Daaraan denkend krijg ik zo'n raar gevoel. Twintig jaar geleden werden deze slopers al totaal ingepakt. Geen vezeltje konden ze inademen. Hier in Turkije , nog steeds, werken arbeiders zonder enige bescherming en weten nergens van. Levensgevaarlijk en voor misschien 50 TL (20 €) per dag.
Is een mensenleven in Turkije niet zo veel waard? Hoeft het niet beschermd te worden? Of komt het doordat de meeste bouwarbeiders Koerden zijn?

dinsdag 20 maart 2012

Sociale contacten

Het is nog winter in Turkije. Ergens in het noorden van het land liggen een houtsnip en een wild zwijn onder wat struiken te schuilen voor een hevige sneeuwstorm.
Ze raken in gesprek en zoals dat wel vaker gaat in de dierenwereld vertellen ze elkaar wat sterke verhalen over wat ze allemaal meegemaakt hebben en hoe ze met hun egokwaliteiten de problemen van het leven te lijf zijn gegaan.
Daarna zijn ze even stil.
"Weet je," zegt de houtsnip dan, "dat wij houtsnippen eigenlijk op een veel hogere trede van de ladder der dierenverhevenheid staan dan jullie zwijnen?"
"Ach, kom op," antwoord het zwijn, "hoe zou je mij dat duidelijk willen maken?"
"Wel heel eenvoudig. Wij houtsnippen staan al eeuwenlang op het menu van sultans, prinsen, edelen, ministers en nieuwe rijken. En jullie zwijnen zijn onrein en mogen al eeuwenlang nieteens gegeten worden."
"OK," geeft het zwijn toe. "Maar van een houtsnip kan je nog altijd geen zadel of een waterzak of een paar schoenen of hele kostbare penselen maken. En trouwens, het feit dat wij niet gegeten mogen worden omdat we haram zouden zijn, wil nog niet zeggen dat het ook niet gebeurt. Dat gebeurt namelijk wel degelijk heel vaak. Dat verbod maakt het voor eventuele overtreders van de voorschriften veel spannender en maakt het vlees lekkerder en gewilder."
"Ja, op dat punt heb je misschien wel gelijk," geeft de houtsnip toe.
"Maar in ieder geval hoeven we ons daar vandaag geen zorgen over te maken. Het is vandaag maandag en dus mag er sowieso niet gejaagd worden."
"Zo is het," beaamt het zwijn.
"Het sneeuwt niet meer. Ik ga maar eens verder."

Facebook en Twitter worden tegen je gebruikt. Niets is meer privé of geheim. Overal ben je te traceren. Bij een sollicitatie worden je accounts nageplozen op onwenselijke oprispingen uit je verleden die je destijds in je jeugdige overmoed met anderen wilde delen. De consequenties werden niet overzien of er werd heel nonchalant over gedaan. Maar als het tegen je gebruikt wordt, komt berouw na de zonde. En een vergissing is snel gemaakt.

De winter liep op haar eind. Ergens in het noorden van Turkije ging een jongeman op jacht. Het was een succesvolle dag voor hem. Het sneeuwde en het was bitter koud. Maar dat was hij snel vergeten toen hij binnen een paar uur twee jonge wilde zwijnen en twee houtsnippen schoot.
Hij was trots op zichzelf. Zo'n mooie jachtpartij had hij nog maar zelden meegemaakt. Opgewonden door zijn bloederige buit vroeg hij een collega-jager hem met zijn trofeeën op zijn mobieltje te vereeuwigen. Thuisgekomen kon de jeugdige jager het niet laten zijn succes met anderen te delen. Hij zette zijn jachtfoto's op zijn Facebookpagina.
Op een vraag van een van zijn vrienden antwoordde de jager dat hij die maandag een super jacht had gehad.
Maandag? Het bericht kwam onder ogen van een dierenliefbeschermer die vervolgens aangifte van overtreding van de jachtwet door de jager deed.
Onlangs werd de jager veroordeeld tot het betalen van een boete van in totaal 1976 TL. Na onderzoek was namelijk gebleken dat hij geen jachtvergunning had: 406 TL. De jacht vond plaats op een dag dat er niet gejaagd mocht worden: 270 TL. Het schieten van twee wilde zwijnen: 600 TL. En tenslotte het schieten van twee houtsnippen: 700 TL.
Of de houtsnip, die kennelijk gelijk had, tot de slachtoffers behoorde vertelt het verhaal niet.

woensdag 14 maart 2012

Omaatje lief

Zijn oma was dol op chocola en Umit was even bij haar langsgekomen met een mooie doos pralines. Samen zaten ze even naar de tv te kijken.
Een paar straten verderop was de vorige avond een overval geweest op een buurtwinkel. Er werden beelden vertoond die door de camera in de winkel gemaakt waren. De overvaller gekleed in spijkerbroek en sweater met capuchon kwam tamelijk duidelijk in beeld. Op zijn rechter neusvleugel zat een grote wrat en zijn linker wang vertoonde een groot litteken. Hij verdoofde de winkelier snel en onverwachts met iets wat hij in een plastic zak had. Hij haalde de kassa leeg en wandelde naar buiten waarbij opviel dat hij een stijf been had.
Volgens de commentator was dit de derde vrijwel identieke overval in Istanbul in de laatste vier maanden.
"Allah, Allah," was het enige dat oma uitbracht. Umit deed er het zwijgen toe.

Umit was als baby met zijn ouders naar Nederland verhuisd, waar zijn vader werk in een machinefabriek had gevonden en zijn moeder als schoonmaakster en koffiejuffrouw op een groot kantoor werkte. Umit en zijn twee broertjes werden verzorgd door een zus van zijn vader die al een aantal jaren eerder naar Nederland was getrokken. Hij kon niet zo goed met zijn tante overweg en ook op school was hij een tamelijk moeilijk kind. Op een gegeven moment ging het zo verkeerd met hem dat vader besloot hem naar oma in Turkije te brengen.

Oma zorgde fantastisch voor hem maar toch liep het ook daar niet allemaal op rolletjes voor Umit. School vond ie niks en hij hielp liever zijn oom met allerlei klusjes in diens appartementencomplex. Maar zijn oom betaalde hem nauwelijks en af en toe wilde Umit toch ook weleens een paar lira's in zijn zak voelen. Zo nu en dan had hij een baantje maar zijn maatschappelijke carrière wilde niet echt vlotten. Telkens liep het werken voor een baas op een teleurstelling uit en telkens werd hij zijns inziens onterecht ontslagen. Umit hield er een soort wrok tegen werkgevers aan over en hij besloot als vrije jongen, als kleine zelfstandige verder te gaan.
Zijn opleiding genoot hij verder op straat en zo kwam hij op het criminele pad terecht. Mijn en dijn kon hij nooit goed onderscheiden maar hij vond zichzelf geen crimineel. Hij meende recht te hebben op sommige zaken en hij had dan ook absoluut geen kwaad geweten.
Hij was nu 28 jaar, ongebonden zonder vrouw of kinderen en hij had een kamer in het appartementsgebouw van zijn oom vlak bij het Taksim.
Soms had hij wat geld. Hij beschikte over een Nederlands paspoort en afgelopen winter was hij weer eens in de gelegenheid geweest zijn familie in Nederland te bezoeken. Dit keer met een vooropgezet plan. Hij had namelijk een heel eenvoudig idee uitgewerkt om op een handige manier winkelovervallen te plegen met maar een uiterst geringe kans daar ooit voor gepakt te zullen worden. Daarvoor deed hij in Nederland een aantal inkopen in een feestartikelenwinkel.

Vier keer had Umit zijn kunstje geflikt. De winkel moest camerabewaking hebben. Maar dat heeft vrijwel elke buurtwinkel in Istanbul. De winkel moest vlakbij een zijstraat zijn om snel aan cameratoezicht te ontkomen. De winkel moest klein zijn zonder extra personeel. Hij hield de winkel een paar dagen in de gaten en bepaalde het meest gunstige tijdstip, meestal 's avonds. Uit de werkkast van zijn oom haalde hij op een doekje een uiterst werkzaam adembenemend middeltje en deed dit in een plastic zakje. In de buurt van de winkel plakte hij de valse wrat en het litteken op en wandelde met stijf been de winkel in. Hij pakte een fles water en liep met een briefje van vijf op de winkelier af. Als deze zijn kassa had geopend hield hij plotseling het geopende plastic zakje onder de man zijn neus. De man zakte in elkaar. Umit leegde de lade en verdween met stijf been de winkel uit. In de zijstraat, buiten het zicht van camera's, trok hij de wrat en het litteken van zijn gezicht en wandelde met normaal been rustig verder. Een paar straten verderop ontdeed hij zich in drie verschillende vuilnisbakken van het plastic zakje, de wrat en het litteken.
Hij deed een paar boodschappen, kocht een doos chocolaatjes en ging naar huis.