zondag 14 augustus 2011

Straathoekwerker

Straathandel heb ik altijd heel leuk gevonden om te zien. De activiteiten die ontplooid worden om de handel aan te man te brengen bekijk ik met oprechte bewondering. De simitverkoper staat rustig naast zijn wagentje en hoeft niet veel te doen om zijn broodjes te verkopen. De klanten komen vanzelf wel. De lotenverkoper moet beter zijn best doen om mensen hun geluk te laten vinden. Hij roept dat hij beslist de winnende nummers in zijn voorraad heeft zitten. Wapperend met zijn loten. En de man die met een paar zakken verse vis door de straten loopt moet wel heel hard roepen om een enkele huisvrouw geïnteresseerd te krijgen in zijn handel.
Straathandel neemt zienderogen af, maar wat een ontspannen beroep moet dat zijn geweest. Zijn geweest, inderdaad want in de westerse wereld bestaat het niet meer en in Turkije sterft het langzaam maar zeker uit.
Ik heb het over de arzuhalci, iemand die op straat op verzoek brieven schrijft voor allerlei gelegenheden.
Het bestaan van het beroep had alles te maken met analfabetisme. Want toen veel mensen nog niet lezen en schrijven konden en soms toch iets op papier duidelijk wensten te maken, hadden ze iemand nodig die dat wel kon.
Een verzoekschrift aan de landeigenaar, een verweerschrift tegen maatregelen van het stadsbestuur, een pleidooi voor een zakelijk belang, allerlei zaken die iets met de rechtbank of andere publieke diensten te maken hadden, aanvragen van vergunningen, inschrijvingen bij instellingen, aanmeldingsformulieren e.d.
Arzuhalci vind ik een prachtig woord. Verzoekschriftmaker. In het Duits heet dat Strassenschreiber, in het Frans écrivain public en in het Engels public scrivener. In het Nederlands gewoon schrijver.

De schrijver ging 's ochtends van huis met een pen, een pennenmes, potje inkt en een stapeltje briefpapier. Dat was alles. Meer had hij niet nodig. Hij zette zich buiten aan een tafeltje van een theehuis dichtbij het gerechtsgebouw en wachtte onder het genot van een sigaretje en een glaasje thee op de klanten die tegen een geringe vergoeding van zijn diensten gebruik wensten te maken. Onderwijl genietend van de drukte om zich heen en het mooie weer.
Behalve de zakelijke administratieve afhandelingen waren er soms ook wel meer persoonlijke aangelegenheden. Afspraakjes of liefdesbrieven waarbij de boel in boeken, films of opera's nog weleens in het honderd liep omdat de epistels bij verkeerde personen terecht kwamen en verkeerde verwachtingen wekten met alle (vaak hilarische) gevolgen van dien.
Het is een beroep dat alleen nog bestaat in die delen van de wereld waar het analfabetisme nog hoog is. Veel beroepen uit de straathandel verdwijnen door allerlei omstandigheden. Wetgeving op het gebied van hygiëne, overlast, dierenwelzijn etc. Logisch en volkomen vanzelfsprekend maar het maakt het dagelijks straatbeeld wel saaier en minder kleurrijk.


De schrijvers gingen met hun tijd mee. Hun pen veranderde na verloop van tijd in een Remington draagbare kofferschrijfmachine. En vorig jaar zag ik in Istanbul een schrijver voor een theehuis zitten die zijn laptop gebruikte om informatie in te winnen.
In Bodrum weet ik ook nog een schrijver te zitten in de binnenstad maar of hij ooit nog klanten krijgt weet ik niet.
Het zijn de laatsten der Mohikanen.

zaterdag 13 augustus 2011

Open brief aan de heer G.W.

Vanaf mijn schuiladres in T.

Geachte heer W. (ik voel me helaas genoodzaakt om vanwege veiligheidsredenen teneinde herkenning te voorkomen slechts initialen te gebruiken).

Wat jammer dat U de laatste tijd zo angstaanjagend stil bent. Oh ja, U noemde onlangs een meneer B. uit Oslo nog waanzinnig en U verklaarde natuurlijk absoluut niets met zijn daden te maken te hebben. U kende de man zelfs niet, zei U. Maar ik had toch een iets confronterender uitspraak meer op zijn plaats gevonden.
En ja, U gaat waarschijnlijk naar Helmond om daar de plaatselijke Henken en Ingrids een hart onder de riem te steken en hen te steunen in hun onvrede jegens plaatsgenoten met een andere herkomst, die U eigenhandig terecht zult wijzen op hun ontoelaatbare gedrag. Ja toch?
Maar dat was het dan wel zo'n beetje. Graag wil ik U hierbij waarschuwen om niet al te lang zo stil te blijven. Ik weet het, U geniet van Uw zoetverdiende beveiligde vakantie van belastingcenten van diezelfde Henken en Ingrids, maar een kniesoor die daar op let. En U zult wel lekker blond terugkomen na al die zon (was het nou in Griekenland? Dat doet er niet zo precies toe).
Maar ik hoop wel dat U er nu weer stevig tegenaan gaat, want U weet net zo goed als ik dat herhaling van slogans, ook al bevatten ze de meest baarlijke nonsens, het beste werkt in het kader van kiezersbedrog. Dat heeft de geschiedenis wel geleerd.
Of is Uw programmatisch zwijgen misschien een aangeleerde mediatechniek om te proberen Uw tegenstanders uit hun schulp te lokken? Een geplande strategie?
Nou dan moet ik U toch teleurstellen. Angst regeert tenslotte alom. En niet alleen het land, maar ook alle politieke partijen. En dat Gee (oeps, had ik het bijna verraden) heeft U toch maar mooi voor elkaar gekregen. Nee, veel tegenstand hoeft U niet meer te verwachten. Zelfs het taalgebruik van Uw voormalige opponenten is door Uw toedoen veranderd. Hoewel dit een gevaar inhoudt omdat het contraproductief zou kunnen gaan werken. Men ziet het verschil niet meer. En dat kost kiezers.
Dus pas op. Neemt U mijn raad ter harte en doe er nog een schepje bovenop. Wat meer vuur! Een paar stevige (niet haat zaaiende) scheldkanonnades aan het adres van een bepaalde bevolkingsgroep en Zuid-Europese luiaards zijn met behulp van het U schatplichtige, ja-knikkende achtergrondkoor gemakkelijk te vinden. En dat zal de lucht weer klaren.


Met het huidige kabinet van gedoogbroeders en een oppositie die geen tegenstand meer durft te bieden, moet het voor U toch een koud kunstje zijn om na de volgende verkiezingen minister-president te worden. Daar zal het land van opknappen. En U hoeft er zelfs niets voor te presteren. Dat is tot nog toe wel gebleken.
Geachte heer W. ik hoop nog veel van U te horen in de komende tijd.

Met vriendelijke groeten, K. in T.

P.S. Normaal schrijf ik geen brieven. Alleen aan de belasting dienst, ha ha, maar zeker niet aan een politicus. En eigenlijk durf ik ook niet zo goed. U staat ook zo ver van mij af. Maar ik weet wel dat U altijd open staat voor een constructieve bijdrage.

vrijdag 12 augustus 2011

Orhan Veli

In Turkije wordt men nog zeer regelmatig, ik zou bijna zeggen dagelijks, geconfronteerd met een publicatie in de geschreven pers of met een tv-programma of met de presentatie van een boek dat iets met militaire coupes, linkse activisten, politieke vluchtelingen, arrestaties, executies en wat dies meer zij uit een nabij verleden te maken heeft.
Er is dan ook wel het een en ander gebeurd natuurlijk op politiek gebied in de afgelopen 100 jaar in dit land. En in het dagelijks leven merkt men dat uiteraard nog steeds.
Bijna iedereen kent persoonlijk wel mensen die te lijden hebben gehad van de politieke conflicten waarbij de oplossingen vrijwel nooit zachtzinnig waren en vaak met lichamelijk geweld gepaard gingen. Er zijn heel veel slachtoffers gevallen, heel veel mensen brachten lange tijd in gevangenschap door of gingen in ballingschap. Veel studiegenoten bleken zo maar verdwenen.

Als buitenlander kan je natuurlijk de als officieel historisch te boek staande feiten achterhalen maar dat is maar een deel van het verhaal. Wel wordt je de teneur van de afgelopen eeuw een beetje duidelijk. Maar heel veel onderhuidse zaken, kleinschalige details, factiespanningen en persoonlijke geschiedenissen ontgaan je lange tijd.
Langzaamaan groei je er een beetje in en denk je bepaalde zaken in ieder geval enigszins op hun waarde te kunnen beoordelen.
Zo las ik enige jaren geleden onderstaand gedicht in het Turks. Wat de taal betreft is het geen moeilijk gedicht en ik kon het goed begrijpen. Het gedicht was van Orhan Veli Kanık, zeer bekend en geliefd dichter, die leefde van 1914 tot 1950.

SİZİN İÇİN
Sizin için, insan kardeşlerim,
Her şey sizin için;
Gece de sizin için, gündüz de;
Gündüz gün ışığı, gece ay ışığı;
Ay ışığında yapraklar;
Yapraklarda merak;
Yapraklarda akıl;
Gün ışığında binbir yeşil;
Sarılar da sizin için, pembeler de;
Tenin avuca değişi,
Sıcaklığı,
Yumuşaklığı;
Yatıştaki rahatlık;
Merhabalar sizin için;
Sizin için limanda sallanan direkler;
Günlerin isimleri,
Ayların isimleri,
Kayıkların boyaları sizin için;
Sizin için postacının ayağı,
Testicinin eli;
Alınlardan akan ter,
Cephelerde harcanan kurşun;
Sizin için mezarlar, mezar taşları,
Hapishaneler, kelepçeler, idam cezaları;
Sizin için;
Her şey sizin için.


Gezien de inhoud van het gedicht en het feit dat de dichter maar 36 jaar werd, had ik het idee dat hij dit gedicht vanuit de gevangenis geschreven had. Hij vermoedde het niet lang meer te zullen maken  en dit was zijn afscheidsbrief. Althans dat was mijn interpretatie destijds. Het gedicht deed me iets. In al zijn eenvoud. Een beetje cool zou je kunnen zeggen.
Jaren later kreeg ik de Nederlandse vertaling van het gedicht onder ogen en ik vond eigenlijk wel dat ik het eerder aardig begrepen had.

VOOR JULLIE
Voor jullie, broeders en zusters,
Alles is voor jullie;
De nacht is voor jullie, en de dag;
Overdag het zonlicht, 's nachts het maanlicht;
De bladeren in het maanlicht;
De verwachting in de bladeren;
In het daglicht duizend en een soorten groen;
Alle geel is ook voor jullie, en alle roze;
De aanraking van het lichaam,
Zijn warmte,
Zijn zachtheid;
Het lekker liggen in bed;
Het goedemorgen is voor jullie;
Voor jullie de vliegende masten in de haven;
De namen van de dagen,
De namen van de maanden,
De verf op de roeibootjes is voor jullie;
Voor jullie is de voet van de postbode,
En de hand van de pottenbakker;
Het zweet dat van het voorhoofd druipt,
De kogel die aan het front wordt verbruikt;
Voor jullie zijn de graven en grafstenen,
De gevangenissen, boeien en doodstraffen;
Voor jullie;
Alles is voor jullie.


In de bloemlezing waarin het gedicht stond, las ik een beknopte levensbeschrijving van Orhan Veli Kanık.
Op 10 november 1950 viel hij 's nachts dronken in een gat in de weg dat daar vanwege reparatiewerkzaamheden gegraven was en raakte gewond aan zijn hoofd. Enkele dagen later overleed hij in het ziekenhuis aan een hersenbloeding.

donderdag 11 augustus 2011

Een waarheid als een koe

Iedere morgen als ik, nadat ik een wandeling langs de zee gemaakt heb, achter een heerlijk ontbijtje op mijn terras zit en tegenover me van achter de bergen de zon te voorschijn zie komen blijf ik dat een spectaculair gezicht vinden.
In een landschap totaal anders dan het vlakke polderlandschap uit mijn jeugd, voel ik me a.h.w. een ontdekkingsreiziger die in een vreemde wereld terecht is gekomen en daar nooit meer weg wil. Nou ja, zo vreemd nou ook weer niet, maar toch!

Een poosje geleden las ik een reisverhaal van Nicolas Bouvier. Een Zwitserse jongeman die in 1952 samen met een vriend in een Fiat Topolino, een piepklein autootje, vanuit Joegoslavië oostwaarts trok door Griekenland, Turkije, Iran, Pakistan en Afghanistan.
Een zeer modern aandoen verhaal wat stijl betreft ondanks de gedateerde informatie maar zeer lezenswaard.
Dit het boek waarin vanzelfsprekend de moslimwereld uitgebreid aan de orde komt zou weleens een aanbeveling kunnen zijn voor veel mensen die een ietwat eenzijdige kijk op de Islam hebben. Veel achtergrond informatie die in staat stelt wat meer historische kennis op te doen en wat meer begrip voor anderen te ontwikkelen.

Dit jaar werd in Turkije herdacht dat 400 jaar geleden in 1611 Evliya Çelebi werd geboren. Deze zoon uit een zeer welgesteld juweliers geslacht heeft meer dan 40 jaar rondgetrokken door het Osmaanse Rijk en de grensgebieden en heeft zijn ervaringen in een tiental delen te boek gesteld.
Zijn werk, in het Arabisch, is maar voor een deel vertaald naar bv. het Engels en voor zo ver ik weet bestaat er geen hedendaagse versie. Dus zijn werk is tamelijk ontoegankelijk ook voor Turken. Maar in zijn tijd werden de boeken als een betrouwbare bron gezien.
Zijn seyahatname, zijn reisbibliotheek wordt wel de eerste Turkse reisgids genoemd.
Later bleek dat een deel van de informatie op zijn minst overdreven was, soms deels zuivere fictie en soms deels fout geïnterpreteerde gegevens uit derde hand. Maar ondanks dit gaf zijn werk een mooi beeld van de cultuur en levenswijze in het 17e eeuwse Osmaanse Rijk.

Niet alle details van ontdekkingsreizen of reisverhalen blijken altijd voor honderd procent objectief te zijn. Toen de West-Europese ontdekkingsreizigers vanuit Spanje, Portugal, Engeland of Nederland in de 15e en 16e eeuw hun wereldreizen maakten naar Zuid-Amerika, Azië, Australië of Indië brachten ze niet alleen handel mee terug maar ook grote hoeveelheden gegevens over landen, zeeën, bevolking of planten- en dierenwereld.
Er was een cartograaf aan boord en er werd een journaal bijgehouden. Maar ook hier waren lang niet alle gegevens correct. Een eiland bleek een schiereiland te zijn. Een doorvaart bleek niet te bestaan. Er was helemaal geen drinkwater.
En veel van de zeelui die met de ontdekkingsreizigers naar tropische wateren voeren waren er zeker van. Ze hadden onderweg zeemeerminnen gezien.
Hoe objectief was deze informatie?
  1. Hadden ze zeekoeien gezien?
  2. Wilden ze zo graag een vrouw zien dat hun verbeelding met hen op de loop ging?
  3. Maakten ze bewust een grap?
  4. Of bestaan zeemeerminnen wel degelijk?

woensdag 10 augustus 2011

Quo vadis

Het was ergens aan de Turkse Riviera. Een doordeweekse dag, een uur of 11 in de ochtend, een van de laatste dagen van juli. De mussen, die hier nog volop aanwezig zijn, vielen dood van het dak.
Als het maar even kan blijf ik gedurende de dag in de schaduw. Dan kom ik de deur niet uit en wacht de koelte (28 graden) van de avond af. Helaas moet je af en toe ondanks de hitte weleens het huis uit om een paar boodschappen te doen. Je ontkomt er soms niet aan.
Snel de auto in, de airco aan en vlug naar een grote supermarkt waar het binnen in elk geval lekker koel is. Misschien kom je er met een plaatselijk opgelopen verkoudheid, vanwege alle rondgeblazen bacteriën, weer uit maar dat risico moet je er maar voor over hebben.
Bij de afdeling met de verse vis is het het koelst. De uitgestalde vis, in bakken met ijsbrokken, wordt om de paar minuten met behulp van een soort sprinklerinstallatie met koud water besproeid om de boel fris te houden en de vis langer vers te laten lijken.
Als je klaar bent pak je vlak voor je afrekent nog snel even een flesje gekoeld water voor onderweg. Dan loop je de winkel uit en voel je dat het koeltegordijn zich achter je sluit.
In de auto gaan alle ramen open. En dan naar huis. Binnenwegen nemend, want op de doorgaande wegen sta je in de file vanwege de toeristen die, raar maar waar, toch nodig ergens heen moeten, heb je nog enigszins profijt van de wind die door de openstaande raampjes als een warme kleffe walm naar binnen komt.

Voor me reed een gesloten busje. Toen hij afsloeg zag ik een vrachtwagen rijden. Ik moest even in mijn ogen wrijven. Ik kon het niet geloven.
Een grote rode GMC met een enorme laadbak vol brandhout. Meer dan 20 ton olijfbomenhout zo te zien. Grote stukken voor in de open haard.
Misschien was het hout afkomstig van een paar bomen die ergens ontzettend in de weg stonden i.v.m de bouw van een huis en daarom nodig geruimd moesten worden. Als je het hout klooft en je laat het nu in de zon en de wind drogen is het voor de winter gebruiksklaar.

In het bos is een man met zijn zoon aan het werk. Ze moeten brandhout maken voor de winter. Met bijl en zaag zijn ze druk in de weer. Ze hebben een boom geveld en in stukken gezaagd als er een boer langs komt.
"Wat denk je, krijgen we een strenge winter?" vraagt de man aan de boer.
"Nou, een matige winter denk ik," antwoordt de boer.
Dan nog maar een paar bomen. Ze zijn net klaar als er weer een boer langs komt.
"Krijgen we een strenge winter?" wil de man weer weten.
"Het zou weleens een pittige winter kunnen worden," weet de boer.
Goh, dan nog maar wat extra. En er gaan weer drie bomen tegen de vlakte.
"Goed," zegt de man tegen zijn zoon, "we stoppen ermee."
Juist op dat moment fietst er een boer langs en voor de zekerheid stelt de man nog maar weer eens de vraag: "Denk je dat we een strenge winter krijgen?"
"Ja, ik denk een heel strenge," mompelt de fietser.
"Maar hoe weet je dat eigenlijk?"
"Wel, moet je maar eens naar die stapel brandhout kijken," antwoordt de boer en hij fietst weer verder.

Ik reed nog een stukje achter de vrachtwagen. Er moet wel een hele strenge winter komen, dacht ik. Toen was ik thuis. Ik bracht de boodschappen naar binnen. Het zweet liep tappelings langs mijn armen.

dinsdag 9 augustus 2011

Bevolkingspolitiek

Ongeveer 30 jaar geleden werd in China de 1-kind politiek ingevoerd. Ouders mochten in het vervolg niet meer dan 1 kind hebben. Een maatregel om gezamenlijk de overbevolking tegen te gaan.
De Chinese overheid claimt dat als ze deze politiek destijds niet ingevoerd had het aantal Chinezen geen 1,3 miljard zou bedragen maar dat het de 2 miljard nu waarschijnlijk dicht zou hebben benaderd.
Er bestaan tegenwoordig enkele uitzonderingen op het systeem. Zo mogen ouders op het platteland sinds een aantal jaren een tweede kind krijgen als hun eerste kind een meisje is. In China schijnt het hebben van een mannelijke nakomeling, i.v.m. het voortbestaan van de achternaam, uiterst belangrijk te zijn.
Pech als het tweede kind ook een meisje is.
Maar ook in stedelijke gebieden is het in bepaalde gevallen toegestaan om van de regel af te wijken. Men kan dan tegen betaling van een enorm bedrag een soort vrijstelling kopen om toch een tweede kind te mogen hebben.

De Turkse minister-president Erdoğan houdt er een totaal andere visie op na. Al enige tijd propageert hij het idee dat Turkse gezinnen minstens 3 kinderen zouden moeten hebben. Hij bestrijdt de geboortecontrole met het argument dat Turkije daarmee het gevaar loopt snel te verouderen. En dat zou economisch een slechte zaak zijn. Heel veel Turkse gezinnen in de stedelijke gebieden hebben soms nog twee maar ook vaak nog maar één kind. Volgens zijn zeggen zijn er al stappen ondernomen door de regering om zijn visie op family planning te promoten.
Natuurlijk werd hij hevig bekritiseerd met het argument dat hij zich niet moet bemoeien met privézaken van de burger. Hij zou er een ouderwets, middeleeuws standpunt op na houden.
Volgens Erdoğan verouderen westerse landen zo snel dat ze straks op instorten komen te staan. Misschien baseert hij zijn visie op rapporten die binnen de Verenigde Naties circuleren waarin de gemiddelde veroudering van de wereldbevolking gezien wordt als een van de grootste demografische problemen van deze eeuw. Afnemende vruchtbaarheid, geboorte controle en een langere levensduur zijn de aanwijsbare oorzaken. Een oud Europa en een jong Afrika is bv. een van de mogelijke scenario's.
Of Erdoğan op de hoogte is van deze studies weet ik niet, maar misschien moeten we toch anders naar zijn woorden kijken. Erdoğan is misschien wel de man met een visie en kijk op de toekomst. En misschien moeten zijn criticasters zijn woorden wat minder meesmuilend beoordelen.
Een van zijn tegenstanders zag de woorden van Erdoğan als een aanwijzing tot verdere islamisering van Turkije. Nu minstens drie kinderen. Straks drie vrouwen erbij? Dan gaat het snel.

Het idee van Turkse gezinnen met minstens drie kinderen moet Erdoğan beslist al veel langer gehad hebben.
Recep Tayyip Erdoğan is getrouwd met Emine Gülbaran. Samen hebben ze 4 volwassen kinderen.

maandag 8 augustus 2011

Imitatie

's Ochtends vroeg. Ik denk dat ik aan mijn tweede kopje koffie zat toen ik onze kat een beetje klaaglijk hoorde miauwen. Het klonk net iets anders dacht ik dan normaal maar ik besteedde er verder niet al te veel aandacht aan. Ze zou zo wel komen zoals iedere ochtend. Ik las een spannende thriller en zat net in een intrigerende passage waarin de kat niet paste.
Onze kat is een super slank en tenger beestje. Ze verandert niet. We hebben haar ooit gered door haar van een drukke weg te halen. Toen was het nog helemaal een iel ding van een week of acht oud. Nu is ze bijna twee jaar maar ondanks dat ze vaak en veel eet blijft ze slank. Normaal gesproken komt ze meteen naar me toe zodra ik buiten kom. Maar vandaag dus niet. Maar ach ze was in de buurt want ik hoorde haar toch!
Plotseling stond ze op het terras en begon tegen mijn been te wrijven. "Miauw. Goeie morgen baas. Is er nog wat te eten?" Nu moest ik mijn boek wel neerleggen.
Wat gek! Tegelijkertijd hoorde ik haar ook miauwen vanuit de tuin. En dat kon geen andere kat zijn want dat staat onze hond niet toe. Ik luisterde waar het geluid vandaan kwam.
In een mandarijnenboom zat een Vlaamse gaai die daar met heftig gemiauw onze kat zat te imiteren.

De kauw van Gijs zat plotseling in mijn hoofd. Vroeger bij ons in het dorp hadden buurjongens en vrienden een tamme kauw. Ik mocht dat niet. Mijn moeder vond dat vies en zielig voor het dier. Een kauw kan heel goed allerlei geluiden nadoen. De jongens leerden die beesten "spreken". Er schiet me nu ook te binnen dat ze, om de vogels nog beter bepaalde klanken en rollers te kunnen laten maken, hun tongriem een eindje insneden.
Om een kauw te pakken te krijgen klommen de jongens in heel hoge bomen, misschien waren het populieren, en ze keken welke eieren net uitgekomen waren. Dat nest hielden ze in de gaten en als de jonge kauwen een week of vier oud waren, tegen het uitvliegen aan, werd er een uit zijn nest geroofd.
Ik geloof dat het dier meteen gekortwiekt werd om het wegvliegen te voorkomen. Het beest werd in zijn eentje in een kooi gestopt. Het werd goed gevoerd en er werden uren in alle rust met het dier doorgebracht alleen pratend om het goed aan het geluid van de baas te laten wennen en om het te leren spreken. Eindeloze herhalingen.
De eigenaar herkende altijd meer in het gekras dan ik. De jongens waren trots op hun dier en liepen ermee op hun schouder te pronken door de buurt. De vleugel groeide weer aan maar nu had het beest geen behoefte meer om te vluchten. Het vloog af en toe een stukje rond en landde weer op de vertrouwde schouder.
Het was letterlijk: Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.
Gijs had een kauw die te veel naar de kat geluisterd had want die kon miauwen.


Van meer vogels is bekend dat ze geluiden kunnen nabootsen. Papegaai- en parkietachtigen zijn een goed voorbeeld. Vaak spelen ze een rol in verhalen of films waarin ze dan vloeken of grappige woorden herhalen.
Een beo is er ook tamelijk goed in. Het is een spreeuwachtige, afkomstig uit Oost-Azië, die lange tijd heel populair is geweest als kooivogel.
Maar ik heb ook weleens gezien hoe een gewone spreeuw een merel totaal van zijn stuk bracht door iedere keer diens territoriumroep te herhalen.

Maar een Vlaamse gaai die het geluid van een Turkse kat exact kan kopiëren moet toch wel een heel speciaal taalgevoel ontwikkeld hebben.