De laatste jaren staat de schaaksport in Turkije behoorlijk in de belangstelling. Er is de nationale schaakbond veel aan gelegen om het niveau van het Turkse schaken op te krikken. Dat past bij een land in ontwikkeling. Internationaal gezien speelt Turkije nog niet echt een rol van betekenis en daar moet nodig iets aan gebeuren. Terwijl Turkije met een bevolking van ongeveer 70 miljoen mensen op dit moment slechts 5 schaakgrootmeesters (GM) telt, heeft bv. een land als Nederland met ongeveer 16 miljoen inwoners wel 26 grootmeesters. Er is dus werk aan de winkel voor de Turkse schaakbond (TSF).
Er zijn al een aantal belangrijke initiatieven ontplooid en er bestaan grootse plannen. Enkele jaren geleden is het schaken op de lagere school als vak ingevoerd om alle leerlingen kennis te laten maken met de beginselen van de sport.
Op het gebied van scholing wordt verder aan ontwikkelingen gewerkt die als de plannen slagen een soort schaakacademie en expertisecentrum tot resultaat moeten hebben.
Schaken is in Turkije nooit echt populair geweest maar daar schijnt nu toch verandering in te komen.
Wel is de naam Turk al eeuwenlang onlosmakelijk verbonden met de voorloper van 's werelds eerste schaakcomputer, de eerste mechanische schaakmeester, de schaakrobot.
De mechanische Turk was als het ware een groot bureau met een ingebouwde schaaktafel. Onder het bureaublad kon men een groot, ingewikkeld uitziend, raderwerk waarnemen met tal van spaken en handles. Achter het schaakbord zat een als Turk aangeklede pop die met zijn ene arm de stukken kon verzetten. De mechanische Turk was een uitvinding van een Hongaarse edelman Wolfgang von Kempelen. Het apparaat heeft van 1770 tot ongeveer 1830 gewerkt. In die periode was het aan Europese hoven gebruikelijk om de adel te vermaken met bv. het organiseren van seances waar de mechanische Turk optrad. Het apparaat was wereldberoemd en maakte jarenlang tournees door Europa en zelfs naar de VS.
In werkelijkheid zat er een man in de kast die d.m.v. een ingenieus systeem van spiegels de stelling op het bord kon zien. Hij kon ook zetten doen via een mechanische overbrenging.
De mechanische Turk was een manier om het schaakspel interessant te houden maar ook een manier om de populariteit te vergroten.
En zo zijn er in de loop der jaren veel initiatieven geweest om de schaaksport te promoten. En soms kon dat leiden tot opmerkelijke veranderingen in de benadering van de sport.
Sinds 2006 bv. wordt er in Nederland het kampioenschap schafeltennis georganiseerd. Twee tegenstanders spelen eerst een partij schaak en daarna een partijtje tafeltennis.
Maar het kan nog vreemder.
Sinds 2003 worden jaarlijks de wereldkampioenschappen schaakboksen gehouden. Een wedstrijd bestaat uit 11 ronden. Afwisselend wordt er een ronde snelschaak gespeeld (4 minuten) en een ronde boksen (2 minuten).
Ik ben van plan vanaf volgend jaar een soort schaaktriatlon te gaan organiseren. Ik noem het schafeltennisboksen. Twee tegenstanders spelen eerst een partij schaak. Na afloop verdwijnen ze naar de kleedkamers om terug te keren in hun bokstenue. Na een bokspartij verlaten ze de ring om zich in de kleedkamer om te kleden in hun tafeltennisoutfit waarna dan de finale tafeltennispartij volgt.
zondag 7 augustus 2011
zaterdag 6 augustus 2011
Party
In Turkije wordt heel veel muziek gemaakt. Turken houden van dans en muziek. Op radio en televisie vinden we tientallen muziekkanalen. Bij bruiloften en partijen wordt natuurlijk altijd live-muziek gemaakt. Maar ook in een groot aantal restaurants zitten elke avond een paar muzikanten bv. met hun darabuka en ud de boel op te vrolijken. Er zijn talentenjachten waar mensen hun zangkunsten vertonen. Mensen zingen gewoon, zonder pretenties (nou ja meestal). In restaurants grijpt de eigenaar of een klant of een familielid de microfoon en zingt een traditioneel lied of een Amerikaanse cover uit de tachtiger jaren. Het doet er niet zo zeer toe wat, maar vooral dat. Men grijpt de microfoon zonder schroom en of het vals is of niet is van minder belang.
Bij politieke bijeenkomsten of demonstraties kan een kringdans niet achterwege blijven. Iedereen zingt of deint mee. Of het nu taxichauffeurs zijn die staken of ziekenhuispersoneel, altijd komen er wel een paar muzikanten met hun davul en zurna naar voren en kan het feest beginnen.
Ik herinner me uit mijn jeugd dat men dat in Nederland vroeger ook deed. In de tijd van voor de televisie en de computer was er op een verjaardagsfeest altijd wel een oom Wim die zijn accordeon te voorschijn moest halen, waarna smartlappen en volksliedjes meegezongen werden.
Er werden zangavondjes in familie- of vriendenkring georganiseerd. De gitaar en de mandoline werden meegebracht en de hele avond lang werden om beurten liederen ten beste gegeven.
Ook op verenigingsavonden en politieke bijeenkomsten werd de boel met meezingen en inhaken wat opgevrolijkt.
Tegenwoordig heeft natuurlijk iedereen zijn eigen muzieksysteem, zijn eigen televisie en zijn eigen computer in huis. De individualisering in westerse landen is ver doorgedrongen. Het verenigingsleven in zijn totaliteit heeft afgedaan, men vermaakt zich het liefste in eigen huis. En ik kan me niet voorstellen dat er nog familiezangavonden bestaan.
Hier in Turkije is het nog niet zo ver gekomen. Ook hier treedt een verandering van leefpatroon op. Ook hier wordt de privésfeer steeds meer gekoesterd en zorgt de economische vooruitgang ervoor dat steeds meer mensen toegang hebben tot de digitale wereld en blijkt ook de Turkse samenleving kwetsbaar.
Toch heb ik het idee dat het anders verloopt. Mensen stralen vaak een levensblijheid uit (en ik weet heus wel dat daar van alles achter verborgen kan zitten) die aanstekelijk werkt. En misschien is de aard van de mensen dusdanig dat het vrolijke, het spontane, het op vrienden gericht zijn, het zingen en het dansen niet zal verdwijnen.
Iedere dag zijn hier op een aantal kanalen een soort datingprogramma's te zien. Mensen zijn op zoek naar een huwelijkspartner. De programma's worden live opgenomen en sommige ook live uitgezonden. Er is een orkest dat de gesprekken omlijst met min of meer toepasselijke muziek. En altijd zijn er wel enkele kandidaten die hun aanzoek van een vrolijke noot vergezeld willen laten gaan. Soms heel goed gezongen. Maar soms zo vals dat je denkt dat het geen goed voorteken is voor een gelukkige toekomst.
Bij politieke bijeenkomsten of demonstraties kan een kringdans niet achterwege blijven. Iedereen zingt of deint mee. Of het nu taxichauffeurs zijn die staken of ziekenhuispersoneel, altijd komen er wel een paar muzikanten met hun davul en zurna naar voren en kan het feest beginnen.
Ik herinner me uit mijn jeugd dat men dat in Nederland vroeger ook deed. In de tijd van voor de televisie en de computer was er op een verjaardagsfeest altijd wel een oom Wim die zijn accordeon te voorschijn moest halen, waarna smartlappen en volksliedjes meegezongen werden.
Er werden zangavondjes in familie- of vriendenkring georganiseerd. De gitaar en de mandoline werden meegebracht en de hele avond lang werden om beurten liederen ten beste gegeven.
Ook op verenigingsavonden en politieke bijeenkomsten werd de boel met meezingen en inhaken wat opgevrolijkt.
Tegenwoordig heeft natuurlijk iedereen zijn eigen muzieksysteem, zijn eigen televisie en zijn eigen computer in huis. De individualisering in westerse landen is ver doorgedrongen. Het verenigingsleven in zijn totaliteit heeft afgedaan, men vermaakt zich het liefste in eigen huis. En ik kan me niet voorstellen dat er nog familiezangavonden bestaan.
Hier in Turkije is het nog niet zo ver gekomen. Ook hier treedt een verandering van leefpatroon op. Ook hier wordt de privésfeer steeds meer gekoesterd en zorgt de economische vooruitgang ervoor dat steeds meer mensen toegang hebben tot de digitale wereld en blijkt ook de Turkse samenleving kwetsbaar.
Toch heb ik het idee dat het anders verloopt. Mensen stralen vaak een levensblijheid uit (en ik weet heus wel dat daar van alles achter verborgen kan zitten) die aanstekelijk werkt. En misschien is de aard van de mensen dusdanig dat het vrolijke, het spontane, het op vrienden gericht zijn, het zingen en het dansen niet zal verdwijnen.
Iedere dag zijn hier op een aantal kanalen een soort datingprogramma's te zien. Mensen zijn op zoek naar een huwelijkspartner. De programma's worden live opgenomen en sommige ook live uitgezonden. Er is een orkest dat de gesprekken omlijst met min of meer toepasselijke muziek. En altijd zijn er wel enkele kandidaten die hun aanzoek van een vrolijke noot vergezeld willen laten gaan. Soms heel goed gezongen. Maar soms zo vals dat je denkt dat het geen goed voorteken is voor een gelukkige toekomst.
vrijdag 5 augustus 2011
Vreemde taal
Er stond een schaaltje met verse badem op tafel. Het was weer eens zo ver. Het Nederlandse woord schoot me weer niet te binnen. Het overkomt me vaker de laatste tijd.
Het leren van een vreemde taal gaat de mens het gemakkelijkst af als hij jong is. Van peuters en kleuters is bekend dat ze beslist geen problemen hebben met een tweetalige opvoeding. Als beide ouders uit een ander taalgebied komen kan je eigenlijk niet eens spreken van een tweede vreemde taal. Hooguit omdat het kind niet in dat land woont zou je het vreemd kunnen noemen. Onderzoek heeft uitgewezen dat het gelijktijdig aanleren van drie of vier talen op die leeftijd zelfs goed mogelijk is.
Een echt vreemde taal leren doe je op school. Het meest voorkomend is dan natuurlijk Engels. Omdat de cultuur in veel westerse landen behoorlijk verengelst of veramerikaniseerd is gaat dat veel mensen tamelijk gemakkelijk af.
Hoewel Nederlands en Duits twee zijn talen die toch tamelijk verwant zijn en sowieso veel overeenkomst vertonen is Duits voor veel Nederlanders toch al vaak moeilijker.
En met Frans is het dan nog een heel ander verhaal. Veel mensen hebben daar erg veel moeite mee. Van de miljoenen Nederlanders die jaarlijks hun vakantie in Frankrijk doorbrengen beheerst het overgrote deel de taal niet.
Over het algemeen is de periode van het voortgezet onderwijs voor veel mensen de tijd om een begin te maken met het aanleren van vreemde talen.
Voor Turks geldt een heel ander verhaal. Dat leer je in westerse landen niet op school. Maar in de toeristisch aantrekkelijke gebieden van Turkije verblijven of wonen toch veel West-Europeanen. Vaak zijn het mensen die hun schaapjes op het droge hebben of de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben en soms zijn het mensen die daar om gezondheidsredenen zijn neergestreken. De meesten van hen behoren niet meer tot de jongsten.
Een aantal van hen is niet bijzonder geïnteresseerd in het aanleren van Turks. Ze redden zich prima met Engels en zo nodig schakelen ze een tolk in. Anderen doen zeker moeite om zich er iets van eigen te maken. Al is het alleen al om in ieder geval dagelijkse begroetingen te kunnen beantwoorden. Maar het blijft vaak een moeizaam proces. De uitspraak, de geschreven taal, de klemtoon en natuurlijk de grammatica maken het zeker niet eenvoudig. En helemaal omdat je al wat ouder bent. Het gaat je niet meer zo gemakkelijk af als vroeger op de middelbare school.
Het geheugen, het memoriseren, het anticiperen, en de snelheid laten ons in de steek. Ik spreek uit ervaring. Mijn geheugen speelt me soms parten (hij wordt dement als je iets realistischer bent). Met toch behoorlijk veel moeite heb ik de afgelopen jaren een aardige woordenschat in het Turks opgebouwd. En dan plotseling ken ik het Nederlandse equivalent van een Turkse woord niet meer.
Ik had dat met het woord sincap. In mijn tuin zitten ze regelmatig. Die bruine watervlugge knaagdiertjes met die pluimstaart, die boomratten. Maar hoe ik mijn best ook deed, ik kon het woord eekhoorn niet meer vinden.
In de tuin staan ook vruchtbomen waar de eekhoorns graag uit snoepen. Badem heten die vruchten. Cyanide schiet mij te binnen. Hazelnoot. Straatverkoop. Maar ook nu ik dit schrijf moet ik het weer even opzoeken. Juist ja, amandel.
Heb ik last van ouderdomsgeheugenverlies? Is dit dementie? Of ben ik ten prooi gevallen aan het .... syndroom? Ja, hoe heet die componist ook al weer?
Het leren van een vreemde taal gaat de mens het gemakkelijkst af als hij jong is. Van peuters en kleuters is bekend dat ze beslist geen problemen hebben met een tweetalige opvoeding. Als beide ouders uit een ander taalgebied komen kan je eigenlijk niet eens spreken van een tweede vreemde taal. Hooguit omdat het kind niet in dat land woont zou je het vreemd kunnen noemen. Onderzoek heeft uitgewezen dat het gelijktijdig aanleren van drie of vier talen op die leeftijd zelfs goed mogelijk is.
Een echt vreemde taal leren doe je op school. Het meest voorkomend is dan natuurlijk Engels. Omdat de cultuur in veel westerse landen behoorlijk verengelst of veramerikaniseerd is gaat dat veel mensen tamelijk gemakkelijk af.
Hoewel Nederlands en Duits twee zijn talen die toch tamelijk verwant zijn en sowieso veel overeenkomst vertonen is Duits voor veel Nederlanders toch al vaak moeilijker.
En met Frans is het dan nog een heel ander verhaal. Veel mensen hebben daar erg veel moeite mee. Van de miljoenen Nederlanders die jaarlijks hun vakantie in Frankrijk doorbrengen beheerst het overgrote deel de taal niet.
Over het algemeen is de periode van het voortgezet onderwijs voor veel mensen de tijd om een begin te maken met het aanleren van vreemde talen.
Voor Turks geldt een heel ander verhaal. Dat leer je in westerse landen niet op school. Maar in de toeristisch aantrekkelijke gebieden van Turkije verblijven of wonen toch veel West-Europeanen. Vaak zijn het mensen die hun schaapjes op het droge hebben of de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben en soms zijn het mensen die daar om gezondheidsredenen zijn neergestreken. De meesten van hen behoren niet meer tot de jongsten.
Een aantal van hen is niet bijzonder geïnteresseerd in het aanleren van Turks. Ze redden zich prima met Engels en zo nodig schakelen ze een tolk in. Anderen doen zeker moeite om zich er iets van eigen te maken. Al is het alleen al om in ieder geval dagelijkse begroetingen te kunnen beantwoorden. Maar het blijft vaak een moeizaam proces. De uitspraak, de geschreven taal, de klemtoon en natuurlijk de grammatica maken het zeker niet eenvoudig. En helemaal omdat je al wat ouder bent. Het gaat je niet meer zo gemakkelijk af als vroeger op de middelbare school.
Het geheugen, het memoriseren, het anticiperen, en de snelheid laten ons in de steek. Ik spreek uit ervaring. Mijn geheugen speelt me soms parten (hij wordt dement als je iets realistischer bent). Met toch behoorlijk veel moeite heb ik de afgelopen jaren een aardige woordenschat in het Turks opgebouwd. En dan plotseling ken ik het Nederlandse equivalent van een Turkse woord niet meer.
Ik had dat met het woord sincap. In mijn tuin zitten ze regelmatig. Die bruine watervlugge knaagdiertjes met die pluimstaart, die boomratten. Maar hoe ik mijn best ook deed, ik kon het woord eekhoorn niet meer vinden.
In de tuin staan ook vruchtbomen waar de eekhoorns graag uit snoepen. Badem heten die vruchten. Cyanide schiet mij te binnen. Hazelnoot. Straatverkoop. Maar ook nu ik dit schrijf moet ik het weer even opzoeken. Juist ja, amandel.
Heb ik last van ouderdomsgeheugenverlies? Is dit dementie? Of ben ik ten prooi gevallen aan het .... syndroom? Ja, hoe heet die componist ook al weer?
donderdag 4 augustus 2011
Het lijk in de haven
Bülent zat te vissen zoals vrijwel iedere avond. Aan het uiterste eind van de kade die een heel klein haventje begrensde had hij zijn vaste stek. Met een haspeltje en een enkele lijn probeerde hij bijna dagelijks één of liever meerdere octopussen te vangen. Vaak lukte dat aardig.
Hij verkocht zijn vangst meestal aan het visrestaurant aan het begin van de haven. Werken deed Bülent verder niet. Hij was altijd vrijgezel gebleven en hij woonde alleen in een klein huisje aan de rand van het dorp. Het huisje had hij van zijn stokoude moeder gekregen toen die enkele jaren geleden een jaar na zijn vader overleed.
Hij viste wat en soms had hij een "handeltje". Daar had hij genoeg aan. Een matig mens.
Overdag zat hij vaak in het theehuis naast de moskee. Aan het eind van de middag ging hij dan meestal aan de slag.
Zo ook vandaag. Hij had drie flinke jongens gescoord en hij had ze in de tussentijd al mals geslagen op de kademuur. Het begon al aardig donker te worden. Tijd om te gaan zo langzamerhand. Hij haalde zijn lijn binnen. Pakte de emmer met de vangst. Zo, klaar om te gaan.
Het was stil op de kade. En in de haven was verder ook niks te beleven. Hij keek nog even uit over het water. Achter zich hoorde hij een auto op de kade. Er stopte een grote donkere Mercedes. Twee mannen sprongen uit de wagen. De achterbak ging open. Gezamenlijk pakten de mannen een groot pak uit de auto en smeten dat één, twee, drie in de haven. Ze sprongen weer in de auto en maakten zich snel uit de voeten. Bülent holde naar de plek en zag nog juist een voet boven water uitsteken. Toen was alles verdwenen.
Bülent wist even niet wat hij nu het beste kon doen. Hij aarzelde even. Toen besloot hij eerst zijn eigen zaken te regelen. Hij holde met zijn vistuig en zijn emmer naar zijn auto die ook op de kade stond en reed naar het visrestaurant.
Hij zette zijn auto bij de achterdeur. Hij keek even rond en bracht toen zijn vangst en zijn "handeltje", 50 sloffen gesmokkelde Marlboro sigaretten, goed voor 500 TL winst, naar de keuken.
"Mag ik even bellen?" vroeg hij. Hij moest even in de klapper het nummer van het politiebureau opzoeken.
"Er ligt een lijk in de haven." Hij legde neer en ging het restaurant binnen naar zijn vaste plek met uitzicht. Zijn duble raki en zijn bordje kaas stonden al klaar.
Even later kwam er een politiewagen voorbij met zwaailichten en sirene, richting haven.
"Ik ga eens even kijken", zei Bülent en hij wandelde de deur uit de auto achterna.
Er waren al meer kijkers die samen met de agenten het wateroppervlak afspeurden. Na enige tijd werd de zoekactie gestaakt.
"Niks te zien, morgen verder," zei een van de agenten en ze vertrokken.
De volgende ochtend vroeg werd de boel afgezet. Er was groot materiaal aangerukt. De brandweerwagen, een ambulance, een rubberboot en een kikvorsman. Systematisch werd de haven aan een inspectie onderworpen. Na een uurtje of twee hadden ze beet. Er werd druk gegesticuleerd en heen en weer geroepen. Een groot in plastic verpakt voorwerp werd de rubberboot ingetrokken. Een been stak uit de verpakking. Het been van een etalagepop.
Hij verkocht zijn vangst meestal aan het visrestaurant aan het begin van de haven. Werken deed Bülent verder niet. Hij was altijd vrijgezel gebleven en hij woonde alleen in een klein huisje aan de rand van het dorp. Het huisje had hij van zijn stokoude moeder gekregen toen die enkele jaren geleden een jaar na zijn vader overleed.
Hij viste wat en soms had hij een "handeltje". Daar had hij genoeg aan. Een matig mens.
Overdag zat hij vaak in het theehuis naast de moskee. Aan het eind van de middag ging hij dan meestal aan de slag.
Zo ook vandaag. Hij had drie flinke jongens gescoord en hij had ze in de tussentijd al mals geslagen op de kademuur. Het begon al aardig donker te worden. Tijd om te gaan zo langzamerhand. Hij haalde zijn lijn binnen. Pakte de emmer met de vangst. Zo, klaar om te gaan.
Het was stil op de kade. En in de haven was verder ook niks te beleven. Hij keek nog even uit over het water. Achter zich hoorde hij een auto op de kade. Er stopte een grote donkere Mercedes. Twee mannen sprongen uit de wagen. De achterbak ging open. Gezamenlijk pakten de mannen een groot pak uit de auto en smeten dat één, twee, drie in de haven. Ze sprongen weer in de auto en maakten zich snel uit de voeten. Bülent holde naar de plek en zag nog juist een voet boven water uitsteken. Toen was alles verdwenen.
Bülent wist even niet wat hij nu het beste kon doen. Hij aarzelde even. Toen besloot hij eerst zijn eigen zaken te regelen. Hij holde met zijn vistuig en zijn emmer naar zijn auto die ook op de kade stond en reed naar het visrestaurant.
Hij zette zijn auto bij de achterdeur. Hij keek even rond en bracht toen zijn vangst en zijn "handeltje", 50 sloffen gesmokkelde Marlboro sigaretten, goed voor 500 TL winst, naar de keuken.
"Mag ik even bellen?" vroeg hij. Hij moest even in de klapper het nummer van het politiebureau opzoeken.
"Er ligt een lijk in de haven." Hij legde neer en ging het restaurant binnen naar zijn vaste plek met uitzicht. Zijn duble raki en zijn bordje kaas stonden al klaar.
Even later kwam er een politiewagen voorbij met zwaailichten en sirene, richting haven.
"Ik ga eens even kijken", zei Bülent en hij wandelde de deur uit de auto achterna.
Er waren al meer kijkers die samen met de agenten het wateroppervlak afspeurden. Na enige tijd werd de zoekactie gestaakt.
"Niks te zien, morgen verder," zei een van de agenten en ze vertrokken.
De volgende ochtend vroeg werd de boel afgezet. Er was groot materiaal aangerukt. De brandweerwagen, een ambulance, een rubberboot en een kikvorsman. Systematisch werd de haven aan een inspectie onderworpen. Na een uurtje of twee hadden ze beet. Er werd druk gegesticuleerd en heen en weer geroepen. Een groot in plastic verpakt voorwerp werd de rubberboot ingetrokken. Een been stak uit de verpakking. Het been van een etalagepop.
woensdag 3 augustus 2011
Jules Verne
Als jongen van een jaar of elf, twaalf heb ik ze gelezen. De boeken van Jules Verne.
Mijn ouders hadden een hele serie van die bekende blauwe boeken met crèmekleurige titels in huis. Van de schrijver die ik altijd: die fantast, noemde. Maar fantast was in dit geval wel een erenaam. Ik vond zijn boeken ook echt fantastisch. Verslonden heb ik ze allemaal.
Tegenwoordig kom je ze nog regelmatig tegen in tweedehands boekwinkels en natuurlijk op allerlei boekenmarkten. Zo'n mooie stevige harde kaft. Dat beroemde blauw met die verzorgde belettering. Binnenin de beroemde tekeningen in zwart-wit en het papier dat er nu wat grauw en kwetsbaar uitziet. De serie bestond uit ik weet niet hoeveel delen. Jules Verne had ook zo gigantisch veel geschreven. Ik denk dat het er zeker wel een stuk of dertig waren.
Ik moet bekennen dat een flink aantal weinig indruk op me gemaakt moeten hebben want daarvan kan ik me de inhoud beslist niet meer voor de geest halen. Maar een aantal titels vergeet ik natuurlijk nooit van mijn leven.
Vijf weken in een luchtballon.
Naar het middelpunt der aarde.
Twintigduizend mijlen onder zee.
De reis naar de maan in 28 dagen en 12 uren.
De reis om de wereld in 80 dagen.
Dit soort boeken, fantasieverhalen, ontdekkingsreizen, expedities en avonturenromans vond ik prachtig. De beschrijvingen van vreemde landen, onbekende gebieden met hun "exotische" bewoners maakten me alleen maar nog nieuwsgieriger.
Trachtend me meer details voor de geest te kunnen halen, meende ik me te herinneren dat er ook een boek bij was dat over Turkije ging. Ik heb het opgezocht want het kwam verder niet bovendrijven. Ik kwam vreemde titels tegen die me niets zeiden. Maar er was inderdaad een boek over Turkije, in twee delen zelfs: "Keraban de stijfhoofdige". Over een Turkse tabakshandelaar die geen belasting wil betalen als hij in Istanbul de Bosporus over wil steken. Hij is zo koppig dat hij er een grote rondreis over de Zwarte Zee voor over heeft om de belasting te ontlopen.
Deze week kreeg ik een oude krant in handen. Het was een NRC van begin juli. Er stonden enkele artikelen in over Istanbul als wereldstad. In een van die artikelen worden heel kort een aantal boeken beschreven over Istanbul. Genoemd worden bv. "Het zwarte boek" van Orhan Pamuk, waarvan sommige passages heel goed herkenbaar zijn voor de bezoeker van de stad.
Ook "Het luizenpaleis", een tragikomische roman van Elif Safak over bewoners van een oud appartementencomplex is heel duidelijk te plaatsen.
Er worden nog meer boeken genoemd. Maar grappig was dat het laatste boek van het lijstje "Keraban de stijfhoofdige" was.
Ongeveer 50 jaar had ik de naam van het boek niet gehoord of gelezen, voor zo ver ik weet, en dan plotseling binnen enkele weken twee keer.
Zulke dingen overkomen iedereen weleens maar ik vind het telkens toch een leuke coïncidentie.
Toeval? Ja, fantastisch!
Mijn ouders hadden een hele serie van die bekende blauwe boeken met crèmekleurige titels in huis. Van de schrijver die ik altijd: die fantast, noemde. Maar fantast was in dit geval wel een erenaam. Ik vond zijn boeken ook echt fantastisch. Verslonden heb ik ze allemaal.
Tegenwoordig kom je ze nog regelmatig tegen in tweedehands boekwinkels en natuurlijk op allerlei boekenmarkten. Zo'n mooie stevige harde kaft. Dat beroemde blauw met die verzorgde belettering. Binnenin de beroemde tekeningen in zwart-wit en het papier dat er nu wat grauw en kwetsbaar uitziet. De serie bestond uit ik weet niet hoeveel delen. Jules Verne had ook zo gigantisch veel geschreven. Ik denk dat het er zeker wel een stuk of dertig waren.
Ik moet bekennen dat een flink aantal weinig indruk op me gemaakt moeten hebben want daarvan kan ik me de inhoud beslist niet meer voor de geest halen. Maar een aantal titels vergeet ik natuurlijk nooit van mijn leven.
Vijf weken in een luchtballon.
Naar het middelpunt der aarde.
Twintigduizend mijlen onder zee.
De reis naar de maan in 28 dagen en 12 uren.
De reis om de wereld in 80 dagen.
Dit soort boeken, fantasieverhalen, ontdekkingsreizen, expedities en avonturenromans vond ik prachtig. De beschrijvingen van vreemde landen, onbekende gebieden met hun "exotische" bewoners maakten me alleen maar nog nieuwsgieriger.
Trachtend me meer details voor de geest te kunnen halen, meende ik me te herinneren dat er ook een boek bij was dat over Turkije ging. Ik heb het opgezocht want het kwam verder niet bovendrijven. Ik kwam vreemde titels tegen die me niets zeiden. Maar er was inderdaad een boek over Turkije, in twee delen zelfs: "Keraban de stijfhoofdige". Over een Turkse tabakshandelaar die geen belasting wil betalen als hij in Istanbul de Bosporus over wil steken. Hij is zo koppig dat hij er een grote rondreis over de Zwarte Zee voor over heeft om de belasting te ontlopen.
Ook "Het luizenpaleis", een tragikomische roman van Elif Safak over bewoners van een oud appartementencomplex is heel duidelijk te plaatsen.
Er worden nog meer boeken genoemd. Maar grappig was dat het laatste boek van het lijstje "Keraban de stijfhoofdige" was.
Ongeveer 50 jaar had ik de naam van het boek niet gehoord of gelezen, voor zo ver ik weet, en dan plotseling binnen enkele weken twee keer.
Zulke dingen overkomen iedereen weleens maar ik vind het telkens toch een leuke coïncidentie.
Toeval? Ja, fantastisch!
dinsdag 2 augustus 2011
Het monster
In eerste instantie wist ik absoluut niet waar ik was. Ik was wakker geworden in een vreemd bed en ik had geen enkel idee hoe ik daarin verzeild was geraakt.
Ik voelde een stekende hoofdpijn. Zoals vroeger. Ik had vaak serieuze hoofdpijn. Schele hoofdpijn noemde mijn moeder dat altijd. Soms duurde het dagen voor het over was. Altijd boven mijn linker oog in mijn voorhoofd. Migraine? Ik weet het niet maar vaak zo heftig dat ik niet wist waar ik kijken moest. Zo veel pijn dat je je hoofd wel tegen de muur wil slaan (niet dat het daar beter van geworden zou zijn, maar misschien de wens om jezelf bewusteloos te slaan om van de pijn verlost te zijn). En nu, net zo'n zelfde gevoel.
Een eenpersoonsbed met strak ingestopte lakens. Benauwd. Maar dat benauwde gevoel kwam niet alleen door die lakens. Er hing een overweldigende lucht van ether en schoonmaakmiddelen, leek mij. Mijn hoofd kon ik nauwelijks bewegen en toen ik het met mijn rechterhand aanraakte voelde ik alleen maar verband. Mijn linkerarm voelde loodzwaar aan, gips wist ik. Het ziekenhuis? Hoe ....?
Ik zakte weg in een waak-slaap toestand, ik vond het prima en gaf me over aan een andere wereld.
Toen ik weer bij mijn positieven kwam stond er een verpleegster naast mijn bed. Mijn gezicht voelde beurs, donker, het voelde blauw.
"Hoe voelen we ons nu?" kreeg ik te horen.
"Mogen wij even een spiegel," vroeg ik.
"Misschien beter van niet meneer," antwoordde ze.
Maar op mijn aandringen haalde ze toch ergens een scheerspiegel vandaan. Wat ik zag was wat ik voelde. Blauw, beurs. Het deed verschrikkelijk veel pijn. Op mijn vraag of ze me daar iets tegen kon geven, antwoordde ze dat ik al de sterkste cocktail had gekregen die door de arts was toegestaan. Zo proefde het niet trouwens.
Ik moet weer in slaap gevallen zijn.
De volgende keer dat ik wakker werd lag ik in mijn eigen bed. Wel hoofdpijn maar geen blauw gezicht zag ik in de spiegel naast mijn bed. Ik had gedroomd.
De avond ervoor was ik met de auto onderweg naar het vliegveld. Het was een warme zomeravond om een uur of negen. Het was nog heel druk op de weg. Ik had geen haast en reed rustig.
Op een helling naar beneden werd ik door twee touringcars ingehaald. Onverantwoord hard rijdend denderden ze de helling af. Toen de weg weer omhoog liep was de tweede bus net naast me. Zijn snelheid liep terug en de chauffeur stuurde naar de rechter baan. Onze snelheid was nu min of meer gelijk. Waarschijnlijk zag de chauffeur mij niet. Zat ik in zijn dode hoek? De bus kwam zijdelings tegen mijn auto aan. De zijspiegel klapte om. Hij drukte me van de weg. Gelukkig was er op dat gedeelte van de weg een smalle vluchtstrook. Ik claxonneerde en stuurde iets naar rechts, los was ik, en remde.
Het monster, Nilüfer 14 AY 014, schoot voorbij.
Ik ben gestopt en inspecteerde de zijkant van de auto. Het gekke was dat er helemaal geen schade te zien was. Alles was nog heel. Ik ook!
Ik vervolgde mijn weg naar het vliegveld. Ik stapte uit. Op het parkeerterrein stond ik te kokhalzen. Ik had vreselijk het zuur en het beukte in mijn hoofd.
Ik voelde een stekende hoofdpijn. Zoals vroeger. Ik had vaak serieuze hoofdpijn. Schele hoofdpijn noemde mijn moeder dat altijd. Soms duurde het dagen voor het over was. Altijd boven mijn linker oog in mijn voorhoofd. Migraine? Ik weet het niet maar vaak zo heftig dat ik niet wist waar ik kijken moest. Zo veel pijn dat je je hoofd wel tegen de muur wil slaan (niet dat het daar beter van geworden zou zijn, maar misschien de wens om jezelf bewusteloos te slaan om van de pijn verlost te zijn). En nu, net zo'n zelfde gevoel.
Een eenpersoonsbed met strak ingestopte lakens. Benauwd. Maar dat benauwde gevoel kwam niet alleen door die lakens. Er hing een overweldigende lucht van ether en schoonmaakmiddelen, leek mij. Mijn hoofd kon ik nauwelijks bewegen en toen ik het met mijn rechterhand aanraakte voelde ik alleen maar verband. Mijn linkerarm voelde loodzwaar aan, gips wist ik. Het ziekenhuis? Hoe ....?
Ik zakte weg in een waak-slaap toestand, ik vond het prima en gaf me over aan een andere wereld.
Toen ik weer bij mijn positieven kwam stond er een verpleegster naast mijn bed. Mijn gezicht voelde beurs, donker, het voelde blauw.
"Hoe voelen we ons nu?" kreeg ik te horen.
"Mogen wij even een spiegel," vroeg ik.
"Misschien beter van niet meneer," antwoordde ze.
Maar op mijn aandringen haalde ze toch ergens een scheerspiegel vandaan. Wat ik zag was wat ik voelde. Blauw, beurs. Het deed verschrikkelijk veel pijn. Op mijn vraag of ze me daar iets tegen kon geven, antwoordde ze dat ik al de sterkste cocktail had gekregen die door de arts was toegestaan. Zo proefde het niet trouwens.
Ik moet weer in slaap gevallen zijn.
De volgende keer dat ik wakker werd lag ik in mijn eigen bed. Wel hoofdpijn maar geen blauw gezicht zag ik in de spiegel naast mijn bed. Ik had gedroomd.
De avond ervoor was ik met de auto onderweg naar het vliegveld. Het was een warme zomeravond om een uur of negen. Het was nog heel druk op de weg. Ik had geen haast en reed rustig.
Op een helling naar beneden werd ik door twee touringcars ingehaald. Onverantwoord hard rijdend denderden ze de helling af. Toen de weg weer omhoog liep was de tweede bus net naast me. Zijn snelheid liep terug en de chauffeur stuurde naar de rechter baan. Onze snelheid was nu min of meer gelijk. Waarschijnlijk zag de chauffeur mij niet. Zat ik in zijn dode hoek? De bus kwam zijdelings tegen mijn auto aan. De zijspiegel klapte om. Hij drukte me van de weg. Gelukkig was er op dat gedeelte van de weg een smalle vluchtstrook. Ik claxonneerde en stuurde iets naar rechts, los was ik, en remde.
Het monster, Nilüfer 14 AY 014, schoot voorbij.
Ik ben gestopt en inspecteerde de zijkant van de auto. Het gekke was dat er helemaal geen schade te zien was. Alles was nog heel. Ik ook!
Ik vervolgde mijn weg naar het vliegveld. Ik stapte uit. Op het parkeerterrein stond ik te kokhalzen. Ik had vreselijk het zuur en het beukte in mijn hoofd.
maandag 1 augustus 2011
Veilig
Een jaar of tien tot vijftien geleden hield ik me vrij intensief bezig met de onroerend goed markt. In die dagen werd je bijna doodgegooid met allerlei folders, aanbiedingen en prospectussen om toch maar in te stappen in dat schitterende project met die ongeloofwaardig hoge rendementen.
Vooral op de Amerikaanse markt zouden onvoorstelbare kansen liggen. Nu, na de financiële crisis die heel hard heeft toegeslagen in die markt is het onroerend goed in de VS bijna gratis maar nog steeds onverkoopbaar.
Een groot aantal prospectussen betroffen destijds de bewaakte, afgesloten woonprojecten.
Die omheinde, privé woonwijken kende ik eigenlijk alleen uit Amerikaanse romans of films. Zo'n kleine wijk voor tamelijk welgestelde eigenaren van tamelijk exclusieve, dure huizen. Mensen gingen daar als min of meer gelijkgestemden samen wonen in een omgeving waar men voor een belangrijk deel afgesloten was voor die boze samenleving. Een bewakingspost bij de ingang met gewapende, geüniformeerde mannen en vrouwen die wereld en bewoners gescheiden hielden.
"Goede morgen meneer, kan ik u misschien ergens mee helpen?"
"Wel, ik zou graag even bij de heer Durvic op bezoek willen."
"Ik zal even bellen meneer." De bewaker neemt contact op met de heer Durvic en vraagt of het bezoek gelegen komt.
"Meneer Durvic kan u ontvangen." Wel wil de man graag even uw identiteitspapieren inzien en even naam en nummer noteren. Ook maakt hij een aantekening van uw auto en nummerbord.
Na uw bezoek, als u de site weer verlaten wilt, neemt de bewaker opnieuw contact op met de heer Durvic om te vragen of alles daar in orde is.
Dan gaan de slagbomen eventueel open en bent u weer vrij.
Op een gegeven moment deed zich dit verschijnsel natuurlijk ook in Nederland voor. Ik kende vanaf afstand zo'n project waar alleen maar zeer gefortuneerde bejaarden woonden. Samen in een clan uit angst voor de gevaarlijke wereld. Bewaking, hoge hekken rondom, honden, slagbomen, een verpleegster, een tuinman en een klusjesman, een boodschappendienst. Men hoefde nooit meer naar buiten, nooit meer van het terrein af.
In Turkije kom je dit soort sites overal tegen. Van heel groot tot heel klein. Van heel luxe tot zeer eenvoudig. Sommige met alle mogelijke voorzieningen en diensten die je maar kan bedenken. Andere met slechts een nachtwaker die de mensen toch het gevoel geeft dat ze veilig zijn.
Toen ik me voor het eerst van het bestaan van deze bewakers bewust werd, was dat midden in de nacht. Ik hoorde iemand op een fluitje blazen, zo'n scheidsrechtersfluit met zo'n rollende knikker erin. Zo'n sambafluit die veel in demonstratieve optochten gebruikt wordt. Gek, midden in de nacht.
Nu weet ik beter. De nachtwaker doet zijn ronde en maakt zich met zijn fluitje kenbaar. Hij waarschuwt individuen met snode plannen.
Bij ons in de buurt is ook een kleine site. De nachtwaker doet zijn ronde om 2 uur en om half 5 in de nacht. Iedere nacht hetzelfde stramien. Handig om te weten.
Vorige maand stond er tegenover de site een bestelbusje. Drie dagen en nachten had het er gestaan. Vorige week was er op een nacht ingebroken in een tweetal woningen op de site. Het moet gebeurd zijn tussen half 3 en 4 uur.
Vooral op de Amerikaanse markt zouden onvoorstelbare kansen liggen. Nu, na de financiële crisis die heel hard heeft toegeslagen in die markt is het onroerend goed in de VS bijna gratis maar nog steeds onverkoopbaar.
Een groot aantal prospectussen betroffen destijds de bewaakte, afgesloten woonprojecten.
Die omheinde, privé woonwijken kende ik eigenlijk alleen uit Amerikaanse romans of films. Zo'n kleine wijk voor tamelijk welgestelde eigenaren van tamelijk exclusieve, dure huizen. Mensen gingen daar als min of meer gelijkgestemden samen wonen in een omgeving waar men voor een belangrijk deel afgesloten was voor die boze samenleving. Een bewakingspost bij de ingang met gewapende, geüniformeerde mannen en vrouwen die wereld en bewoners gescheiden hielden.
"Goede morgen meneer, kan ik u misschien ergens mee helpen?"
"Wel, ik zou graag even bij de heer Durvic op bezoek willen."
"Ik zal even bellen meneer." De bewaker neemt contact op met de heer Durvic en vraagt of het bezoek gelegen komt.
"Meneer Durvic kan u ontvangen." Wel wil de man graag even uw identiteitspapieren inzien en even naam en nummer noteren. Ook maakt hij een aantekening van uw auto en nummerbord.
Na uw bezoek, als u de site weer verlaten wilt, neemt de bewaker opnieuw contact op met de heer Durvic om te vragen of alles daar in orde is.
Dan gaan de slagbomen eventueel open en bent u weer vrij.
Op een gegeven moment deed zich dit verschijnsel natuurlijk ook in Nederland voor. Ik kende vanaf afstand zo'n project waar alleen maar zeer gefortuneerde bejaarden woonden. Samen in een clan uit angst voor de gevaarlijke wereld. Bewaking, hoge hekken rondom, honden, slagbomen, een verpleegster, een tuinman en een klusjesman, een boodschappendienst. Men hoefde nooit meer naar buiten, nooit meer van het terrein af.
In Turkije kom je dit soort sites overal tegen. Van heel groot tot heel klein. Van heel luxe tot zeer eenvoudig. Sommige met alle mogelijke voorzieningen en diensten die je maar kan bedenken. Andere met slechts een nachtwaker die de mensen toch het gevoel geeft dat ze veilig zijn.
Toen ik me voor het eerst van het bestaan van deze bewakers bewust werd, was dat midden in de nacht. Ik hoorde iemand op een fluitje blazen, zo'n scheidsrechtersfluit met zo'n rollende knikker erin. Zo'n sambafluit die veel in demonstratieve optochten gebruikt wordt. Gek, midden in de nacht.
Nu weet ik beter. De nachtwaker doet zijn ronde en maakt zich met zijn fluitje kenbaar. Hij waarschuwt individuen met snode plannen.
Bij ons in de buurt is ook een kleine site. De nachtwaker doet zijn ronde om 2 uur en om half 5 in de nacht. Iedere nacht hetzelfde stramien. Handig om te weten.
Vorige maand stond er tegenover de site een bestelbusje. Drie dagen en nachten had het er gestaan. Vorige week was er op een nacht ingebroken in een tweetal woningen op de site. Het moet gebeurd zijn tussen half 3 en 4 uur.
Abonneren op:
Posts (Atom)


