dinsdag 27 maart 2012

Vezels

Achter het woonpark stonden nog steeds de door de aannemer gebouwde nachtverblijven van de arbeiders. Er was zelfs een douche en een toilet (gat in de grond met een paar muurtjes eromheen) aangelegd. En eerlijk is eerlijk, het kon slechter.
Toen de bouw jaren geleden klaar was en de site opgeleverd kon worden, bleven de gebouwtjes gewoon staan. De aannemer was ze klaarblijkelijk 'vergeten'. Jarenlang werden ze gebruikt door arbeiders die ergens in de buurt aan het werk waren en zo een goedkope slaapplaats hadden. Of door loslopende honden die beschutting zochten tegen het slechte weer, ja dat is er ook weleens in het zuiden van Turkije.
Op een gegeven moment had één van de bewoners van de site er genoeg van en nam contact op met de aannemer. En na wat aandringen heeft die de dakbedekking van de verblijven laten verwijderen zodat er geen vreemde elementen meer in de buurt zouden ronddwalen op zoek naar een plekje om te overnachten.
De daken bestonden uit een paar houten balken met daar bovenop asbestplaten. Slopers verwijderden de asbestplaten zonder ook maar enige voorzorgsmaatregelen te nemen. Het kankerverwekkende gevaar van de asbestvezels is nauwelijks bekend en voorschriften voor de verwijdering zijn er niet. Met tamelijk grof geweld werden de platen losgetrokken. Daarbij sneuvelde er een flink aantal en de stukken werden gewoon op de grond gesmeten. Alleen de heel gebleven platen werden afgevoerd om ergens te hergebruiken. De overige restanten bleven achter. Werden kapot getrapt en men keek er niet meer naar om. Werden als het ware in de grond gestampt zoals ze dat ooit in Nederland rondom Goor deden meen ik waar een grote asbestfabriek stond. Wegen werden ermee verhard of aangelegd. Maar nu zou men toch beter moeten weten. Ook hier in Turkije.

Iets verderop, richting strand, werd een huisje met enkele schuurtjes afgebroken. Er werd plaatsgemaakt voor een nieuwe grote woning. Achter in de tuin werd een enorme kuil gegraven. Een enorme berg uitgegraven grond kwam er te liggen. Aanvankelijk verbaasde ik me enigszins en zag de zin van de actie niet direct in. Tot ik me realiseerde dat het een tamelijk gebruikelijke manier is om van je sloopmaterialen en restanten af te komen. Ik had het vaker gezien maar bleef het toch een vreemde manier van afvalverwerking vinden. Afvoer is niet nodig. Alle puin en aanverwante artikelen verdwijnt in de kuil. Maar dus ook de asbestplaten die van de schuren waren gekomen. Arbeiders hadden die zonder welke bescherming dan ook verwijderd. Toen alle afval, rotzooi, puin, plastic, gips- en asbestplaten verdwenen waren, kwam de power shovel en schoof de uitgegraven grond over de overblijfselen. Enige tijd later was alles aan het oog onttrokken. Opgeruimd staat netjes.

Een jaar of twintig geleden kon je in Nederland goudgeld verdienen met klussen in de asbestverwijdering. Ook toen al werden alle wettelijk voorgeschreven maatregelen getroffen en als een soort Michelin mannetje stond je dan in je witte overall met capuchon en masker op asbest te slopen. Het afval werd netjes in speciaal plastic verpakt en naar het gemeentelijk afvalverwerkingsbedrijf afgevoerd. Ontzettend bang was men voor de gevaren van losse vezels. Per dag 1000 guldentjes was beslist geen uitzondering. De slopers waren ervan overtuigd dat er niets kon gebeuren. OK er werd altijd beweerd dat de eerste tekenen van longvliesproblemen zich pas na een jaar of vijfentwintig manifesteren. Wie dan leeft dan zorgt. Die jongens van toen hebben dus misschien nog enkele jaren te gaan als destijds de bescherming onvoldoende is geweest. Maar in elk geval waren alle voorzorgsmaatregelen getroffen. Na een paar weken konden ze een nieuwe auto kopen.

Daaraan denkend krijg ik zo'n raar gevoel. Twintig jaar geleden werden deze slopers al totaal ingepakt. Geen vezeltje konden ze inademen. Hier in Turkije , nog steeds, werken arbeiders zonder enige bescherming en weten nergens van. Levensgevaarlijk en voor misschien 50 TL (20 €) per dag.
Is een mensenleven in Turkije niet zo veel waard? Hoeft het niet beschermd te worden? Of komt het doordat de meeste bouwarbeiders Koerden zijn?

dinsdag 20 maart 2012

Sociale contacten

Het is nog winter in Turkije. Ergens in het noorden van het land liggen een houtsnip en een wild zwijn onder wat struiken te schuilen voor een hevige sneeuwstorm.
Ze raken in gesprek en zoals dat wel vaker gaat in de dierenwereld vertellen ze elkaar wat sterke verhalen over wat ze allemaal meegemaakt hebben en hoe ze met hun egokwaliteiten de problemen van het leven te lijf zijn gegaan.
Daarna zijn ze even stil.
"Weet je," zegt de houtsnip dan, "dat wij houtsnippen eigenlijk op een veel hogere trede van de ladder der dierenverhevenheid staan dan jullie zwijnen?"
"Ach, kom op," antwoord het zwijn, "hoe zou je mij dat duidelijk willen maken?"
"Wel heel eenvoudig. Wij houtsnippen staan al eeuwenlang op het menu van sultans, prinsen, edelen, ministers en nieuwe rijken. En jullie zwijnen zijn onrein en mogen al eeuwenlang nieteens gegeten worden."
"OK," geeft het zwijn toe. "Maar van een houtsnip kan je nog altijd geen zadel of een waterzak of een paar schoenen of hele kostbare penselen maken. En trouwens, het feit dat wij niet gegeten mogen worden omdat we haram zouden zijn, wil nog niet zeggen dat het ook niet gebeurt. Dat gebeurt namelijk wel degelijk heel vaak. Dat verbod maakt het voor eventuele overtreders van de voorschriften veel spannender en maakt het vlees lekkerder en gewilder."
"Ja, op dat punt heb je misschien wel gelijk," geeft de houtsnip toe.
"Maar in ieder geval hoeven we ons daar vandaag geen zorgen over te maken. Het is vandaag maandag en dus mag er sowieso niet gejaagd worden."
"Zo is het," beaamt het zwijn.
"Het sneeuwt niet meer. Ik ga maar eens verder."

Facebook en Twitter worden tegen je gebruikt. Niets is meer privé of geheim. Overal ben je te traceren. Bij een sollicitatie worden je accounts nageplozen op onwenselijke oprispingen uit je verleden die je destijds in je jeugdige overmoed met anderen wilde delen. De consequenties werden niet overzien of er werd heel nonchalant over gedaan. Maar als het tegen je gebruikt wordt, komt berouw na de zonde. En een vergissing is snel gemaakt.

De winter liep op haar eind. Ergens in het noorden van Turkije ging een jongeman op jacht. Het was een succesvolle dag voor hem. Het sneeuwde en het was bitter koud. Maar dat was hij snel vergeten toen hij binnen een paar uur twee jonge wilde zwijnen en twee houtsnippen schoot.
Hij was trots op zichzelf. Zo'n mooie jachtpartij had hij nog maar zelden meegemaakt. Opgewonden door zijn bloederige buit vroeg hij een collega-jager hem met zijn trofeeën op zijn mobieltje te vereeuwigen. Thuisgekomen kon de jeugdige jager het niet laten zijn succes met anderen te delen. Hij zette zijn jachtfoto's op zijn Facebookpagina.
Op een vraag van een van zijn vrienden antwoordde de jager dat hij die maandag een super jacht had gehad.
Maandag? Het bericht kwam onder ogen van een dierenliefbeschermer die vervolgens aangifte van overtreding van de jachtwet door de jager deed.
Onlangs werd de jager veroordeeld tot het betalen van een boete van in totaal 1976 TL. Na onderzoek was namelijk gebleken dat hij geen jachtvergunning had: 406 TL. De jacht vond plaats op een dag dat er niet gejaagd mocht worden: 270 TL. Het schieten van twee wilde zwijnen: 600 TL. En tenslotte het schieten van twee houtsnippen: 700 TL.
Of de houtsnip, die kennelijk gelijk had, tot de slachtoffers behoorde vertelt het verhaal niet.

woensdag 14 maart 2012

Omaatje lief

Zijn oma was dol op chocola en Umit was even bij haar langsgekomen met een mooie doos pralines. Samen zaten ze even naar de tv te kijken.
Een paar straten verderop was de vorige avond een overval geweest op een buurtwinkel. Er werden beelden vertoond die door de camera in de winkel gemaakt waren. De overvaller gekleed in spijkerbroek en sweater met capuchon kwam tamelijk duidelijk in beeld. Op zijn rechter neusvleugel zat een grote wrat en zijn linker wang vertoonde een groot litteken. Hij verdoofde de winkelier snel en onverwachts met iets wat hij in een plastic zak had. Hij haalde de kassa leeg en wandelde naar buiten waarbij opviel dat hij een stijf been had.
Volgens de commentator was dit de derde vrijwel identieke overval in Istanbul in de laatste vier maanden.
"Allah, Allah," was het enige dat oma uitbracht. Umit deed er het zwijgen toe.

Umit was als baby met zijn ouders naar Nederland verhuisd, waar zijn vader werk in een machinefabriek had gevonden en zijn moeder als schoonmaakster en koffiejuffrouw op een groot kantoor werkte. Umit en zijn twee broertjes werden verzorgd door een zus van zijn vader die al een aantal jaren eerder naar Nederland was getrokken. Hij kon niet zo goed met zijn tante overweg en ook op school was hij een tamelijk moeilijk kind. Op een gegeven moment ging het zo verkeerd met hem dat vader besloot hem naar oma in Turkije te brengen.

Oma zorgde fantastisch voor hem maar toch liep het ook daar niet allemaal op rolletjes voor Umit. School vond ie niks en hij hielp liever zijn oom met allerlei klusjes in diens appartementencomplex. Maar zijn oom betaalde hem nauwelijks en af en toe wilde Umit toch ook weleens een paar lira's in zijn zak voelen. Zo nu en dan had hij een baantje maar zijn maatschappelijke carrière wilde niet echt vlotten. Telkens liep het werken voor een baas op een teleurstelling uit en telkens werd hij zijns inziens onterecht ontslagen. Umit hield er een soort wrok tegen werkgevers aan over en hij besloot als vrije jongen, als kleine zelfstandige verder te gaan.
Zijn opleiding genoot hij verder op straat en zo kwam hij op het criminele pad terecht. Mijn en dijn kon hij nooit goed onderscheiden maar hij vond zichzelf geen crimineel. Hij meende recht te hebben op sommige zaken en hij had dan ook absoluut geen kwaad geweten.
Hij was nu 28 jaar, ongebonden zonder vrouw of kinderen en hij had een kamer in het appartementsgebouw van zijn oom vlak bij het Taksim.
Soms had hij wat geld. Hij beschikte over een Nederlands paspoort en afgelopen winter was hij weer eens in de gelegenheid geweest zijn familie in Nederland te bezoeken. Dit keer met een vooropgezet plan. Hij had namelijk een heel eenvoudig idee uitgewerkt om op een handige manier winkelovervallen te plegen met maar een uiterst geringe kans daar ooit voor gepakt te zullen worden. Daarvoor deed hij in Nederland een aantal inkopen in een feestartikelenwinkel.

Vier keer had Umit zijn kunstje geflikt. De winkel moest camerabewaking hebben. Maar dat heeft vrijwel elke buurtwinkel in Istanbul. De winkel moest vlakbij een zijstraat zijn om snel aan cameratoezicht te ontkomen. De winkel moest klein zijn zonder extra personeel. Hij hield de winkel een paar dagen in de gaten en bepaalde het meest gunstige tijdstip, meestal 's avonds. Uit de werkkast van zijn oom haalde hij op een doekje een uiterst werkzaam adembenemend middeltje en deed dit in een plastic zakje. In de buurt van de winkel plakte hij de valse wrat en het litteken op en wandelde met stijf been de winkel in. Hij pakte een fles water en liep met een briefje van vijf op de winkelier af. Als deze zijn kassa had geopend hield hij plotseling het geopende plastic zakje onder de man zijn neus. De man zakte in elkaar. Umit leegde de lade en verdween met stijf been de winkel uit. In de zijstraat, buiten het zicht van camera's, trok hij de wrat en het litteken van zijn gezicht en wandelde met normaal been rustig verder. Een paar straten verderop ontdeed hij zich in drie verschillende vuilnisbakken van het plastic zakje, de wrat en het litteken.
Hij deed een paar boodschappen, kocht een doos chocolaatjes en ging naar huis.

donderdag 23 februari 2012

Cemre

"Het voorjaar zit in de lucht."
Voor mij betekent het meer dan alleen maar de lucht. Je merkt het aan de kracht van de zon, aan de geur, aan vogels die zich laten zien en beginnen met hun verleidingskunsten, een gevoel dat je lichaam binnentrekt.
In het Turks bestaat het woord "cemre". Het is niet met één woord te vertalen maar het geeft wel de komst van het voorjaar aan.
Cemre bestaat uit een drietal momenten. De eerste cemre valt op 19-20 februari en geeft het moment aan waarop de lucht warmer begint te worden. Na de tweede cemre op 26-27 februari begint het water op te warmen en 5-6 maart is het moment waarop de aarde warmer begint te worden. En na deze derde cemre wordt het lente.
Vaak gaat de periode van cemre gepaard met storm en sneeuw in grote delen van het land. Maar tegenhouden is onmogelijk. Het voorjaar komt.
Vanmorgen, de 20ste, maakte ik mijn wandeling en echt, ik merkte het meteen.
Er wordt gesproken van: cemre valt in de lucht, valt in het water en valt op de aarde, hetgeen te maken zou hebben met het gooien van stenen naar de duivel bij de berg Mina tijdens de hadj, de pelgrimage van de moslims naar Mekka.

Sommige schrijvers en dichters hebben wel de vrijheid genomen er nog een vierde cemre bij te creëren. Die cemre valt in je hart en verwarmt de liefde.

In ieder geval is de eerste echte cemre gevallen en ik ga er vandaag van genieten. Het zonnetje schijnt, het is een prachtige dag (hier bij Bodrum).

zondag 19 februari 2012

Van je vrienden moet je het hebben

Vanuit Çesme was ik overgestoken naar een van de Griekse eilanden voor de Turkse kust. Het was voorjaar en het weer was al behoorlijk aangenaam. Al de eerste dag maakte ik op het terras van het hotel kennis met een Griek, Aristo, die me heel veel over het eiland, de Griekse levenswijze en de dagelijkse beslommeringen vertelde. En vanzelfsprekend ging het over de financiële en economische problemen waarin het land geraakt was door de bemoeizucht van de EU.
In de week dat ik in het hotel verbleef sprak ik Aristo vaker en hij vertelde me bijna in tranen het verhaal van zijn beste vriend Giorgos.

Moeizaam kwam hij een beetje overeind en keek op de wekker naast het bed aan de kant van zijn vrouw Kallista. Die was natuurlijk al lang op. Ze had de kinderen op weg naar school geholpen en zat nu waarschijnlijk al voor de deur in het zonnetje met de buurvrouw te kleppen.
Kwart voor tien, las hij. Nou nog even dan. Hij draaide zich nog eens om. Hij had om tien uur een bespreking met een belangrijke klant, een aannemer, die over een grote lening kwam onderhandelen. De bank waar Giorgos als onderdirecteur werkte zou zoals gebruikelijk om een uur of tien opengaan.
Goed, we zullen eens gaan kijken, sprak hij even later tegen zichzelf. Even onder de douche, aankleden, zijn vrouw gedag zeggen en dan rustig wandelend naar het werk. Op de hoek van het dorpsplein kocht hij een broodje en hij zette zich even op het terras van het kafeneion. Demis, de eigenaar kwam al met zijn Griekse koffie aanzetten en ging even zitten voor een praatje. Heerlijk in het zonnetje.
Giorgos keek eens op zijn mobieltje. Bijna half elf. Hij moest maar eens verder gaan. Hij stond op, legde geld op tafel en ging richting kiosk waar hij zijn krantje kocht. Af en toe groetend en handenschuddend vervolgde hij zijn weg naar de bank.
De bank was open en Hestia van de receptie kon hem vertellen dat zijn klant in ieder geval nog niet gearriveerd was. Ze zou hem naar Giorgos' kamer brengen, mocht hij komen.
Op zijn kamer liet Giorgos zich in zijn zachte leren stoel zakken en sloeg in afwachting van wat komen zou zijn krantje maar eens op. Een kwartiertje later belde hij nog even met Hestia maar die had geen nieuws over zijn verwachte bezoeker. Goed, dan maar iets anders.
Om kwart over twaalf vond hij dat hij voorlopig weer eens genoeg cijfertjes had gezien en ruimde het dossier waarin hij had zitten turen weer op. Stopte zijn mobieltje in zijn zak en verliet zijn kamer. Tegen Hestia zei hij dat hij naar de kapper ging. Giorgos stapte weer de straat op. Hij had zin om zich te laten scheren. Meestal gebruikte hij zijn Remmington maar op sommige dagen, zoals vandaag, ging hij graag even ontspannen in de kappersstoel van Christos zitten om zich even met diens mes te laten behandelen.
Na de scheerbeurt wandelde hij huiswaarts. En na een lichte lunch met een beetje salade en een paar kippenpasteitjes van de vorige dag zocht hij de slaapkamer op voor zijn siësta.
Een uur of drie was het toen hij weer opstond. Even opfrissen. Zijn vrouw, die voor de deur met de buurvrouw zat te parlevinken, even gedag zeggen en weer aan de slag.
Een eindje voor de bank was het restaurant van Nikos waar hij regelmatig met zijn vrouw de maaltijd gebruikte. Hij was van plan om vanavond, zoals meestal op donderdag, een hapje te gaan eten. En om een uur of zes laste Giorgos even een pauze in. Hij moest tenslotte nog tot negen uur. Hij liep richting Nikos voor een versnapering. En hij wilde alvast spetzofai bestellen, goed scherp, want dat had hij al heel lang niet meer gegeten en daar had hij echt zin in.
Bij Nikos kwam het geluid van de bouzouki hem al tegemoet. Er zaten meer mensen aan een drankje en er waren wat toeristen. Janos de bouzoukispeler was al behoorlijk in trance en enkele gasten konden niet meer stil zitten en begonnen te dansen. En ook Giorgos moest even....
Van werken zou die dag niet veel meer terecht komen.

"Kijk," verkondigde Aristo, "als ze in het Europese Parlement nou ook eens een bouzoukispeler in het restaurant neergezet hadden en het signaal voor de start van de plenaire vergadering hadden weggedraaid, was het met Griekenland misschien wel heel anders gegaan. Afgevaardigden van alle Europese landen die samen in de wandelgangen de sirtaki dansten zouden waarschijnlijk op een andere, meer menselijke manier met de problemen van hun vrienden zijn omgegaan. En, dan zou Giorgios niet ontslagen zijn."

vrijdag 17 februari 2012

Even iets anders

Robert N. zat wat ongemakkelijk gespannen achter zijn imposante bureau in zijn nog imposanter kantoor. Even pauze, even een kop decafé, even alleen, even zijn tijdschrift. "Cruise" heette het lijvige blad. En hij las nu al voor de derde keer een artikel over de International Cruise Victim Association. Dat is een soort belangenvereniging van achterblijvers van mensen die verdwenen zijn tijdens een cruise. Van 1995 tot 2010 waren er ongeveer 150 passagiers spoorloos verdwenen.
De veiligheid aan boord van een cruiseschip wordt als schijnveiligheid bestempeld. De kans om in problemen te raken blijkt veel groter te zijn dan aan de wal. Er wordt trouwens nauwelijks tegen misdrijven opgetreden en onderzoek zou een farce zijn. De naam en belangen van landen, steden en cruisemaatschappijen schijnen daar debet aan te zijn. Politie bemoeit zich er nauwelijks mee. Als een passagier wordt vermist, gaat de cruise toch gewoon verder. En een verdwijning blijft zo een onopgelost mysterie.
Robert legde het tijdschrift op zijn bureau en keek peinzend voor zich uit. Zijn hersens werkten op volle toeren en zijn plan begon zich al duidelijker af te tekenen. Hij wist dat hij het heel goed zou moeten voorbereiden. Later, dacht hij.
Hij gaf zijn secretaresse een seintje dat hij weer beschikbaar was.
Men zou Robert misschien enigszins overdreven een zakentycoon kunnen noemen maar succesvol was hij in ieder geval. Hij was o.a. bestuursvoorzitter van een aardoliemaatschappij. Hij bezat grote belangen in de auto-industrie. Hij was eigenaar van een machinefabriek. Hij bezat een gigantische aandelenportefeuille. Ook was hij eigenaar van een juwelierswinkelketen met vestigingen in heel veel landen. Maar dit bedrijf stond op naam van Ellen, zijn vrouw.
Samen met haar woonde hij in Texas in een enorme mansion met 20 kamers en 18 badkamers. Ellen had het huis ontworpen en laten bouwen. Ze wilde graag ruimte hebben, zodat vrienden konden blijven slapen. Maar de vele kamers waren eigenlijk bedoeld voor als de kinderen en de kleinkinderen op bezoek kwamen. Ze hadden een dochter en een zoon en vijf kleinkinderen. Ze bezaten een eigen stal met tientallen paarden. Ze hadden een groot jacht. En een vakantiewoning in Aspen. Ja, ze waren puissant rijk.
Ze hadden een prima huwelijk en waren al ruim dertig jaar getrouwd. Alles verliep naar wens, zowel privé als zakelijk.
Maar af en toe knaagde er toch iets bij Robert.Hij droomde wel eens over een verre bestemming of een onbewoond eiland of een plek waar niemand hem kende. Hij sprak er wel eens over met zijn vrouw. Bijna zestig was hij. Nog één keer ergens opnieuw beginnen. Nog één keer iets geks doen. Alles achterlaten, alle rompslomp, alle drukte en vooral alle verplichtingen.
Maar Ellen wilde daar absoluut niets van weten: doe even normaal, zei ze dan.

Een klop op de deur. Zijn secretaresse kwam binnen en Robert schoof "Cruise" in een la.

Een paar dagen later, toen ze samen aan tafel zaten, stelde Robert voor om in het voorjaar een cruise in de Middellandse Zee te maken. Samen, zonder kinderen en aanhang.
Aanvankelijk had Ellen haar bedenkingen maar op een gegeven moment leek het haar toch ook wel leuk. Niet te lang, een weekje of zo.
Robert wilde haar verrassen en hij zou alles regelen. Ja, verrassen zou hij haar zeker. En ja, ook zou hij nog het een en ander te regelen hebben.

In april was het zo ver. Ze namen afscheid van de kinderen en vlogen met z'n tweetjes naar Barcelona waar ze aan boord gingen van de "Twilight". Een uiterst luxe cruiseschip met plaats voor ruim 2000 passagiers.
In de haven van Palermo op Sicilië moet er iets gebeurd zijn. Robert ging overdag alleen aan wal om te passagieren. Ellen bleef op het zonnedek achter. 's Avonds dineerden ze en gingen op tijd naar bed. De volgende morgen was Robert verdwenen.
Zijn rugtas was weg. Zijn casual kleding was uit de kast verdwenen. Zijn papieren en geld kon Ellen ook niet vinden. Haar sieraden lagen niet op het nachtkastje. Geen spoor te bekennen. Politie en privédedectives werden ingeschakeld. Foto's in de krant en op tv. Het mocht niet baten.

In de buurt van Bodrum zag ik heel relaxed en zoals gewoonlijk heel duidelijk van zijn maaltijd genietend in een visrestaurant een kennis van me zitten.
"Hi, Robert," voegde ik hem in het voorbijgaan toe.

woensdag 15 februari 2012

Mee- en tegenvaller

Fantastisch leek me dat destijds. Wonen in een Zuid-Europees land waar je al op tamelijk jonge leeftijd met pensioen kon.
Zo maakte ik misschien een jaar of twintig geleden, tijdens een zomervakantie in Frankrijk, kennis met een Italiaanse docent aan een middelbare school. Hij vertelde me dat hij al bijna 24 jaar in het onderwijs werkte in de buurt van Turijn. Hij was pas 48 jaar oud maar hij had schoon genoeg van zijn werk. Hij wilde wat meer van de wereld zien en wat meer van het leven genieten.
En dat zou hem beslist gaan lukken ook, beweerde hij. Want het jaar daarop, als hij 25 jaar in het onderwijs werkzaam was geweest, kon hij met pensioen.
Dan was het eindelijk zo ver. Dan kon hij zijn lang gewenste trektocht door Zuid-Amerika gaan maken en daarna zijn geplande bezoek aan Australië en Nieuw-Zeeland, waar hij familie had wonen, afleggen.
Ik verbaasde me over zijn verhaal. Was het echt waar wat hij vertelde? Was de pensioenpremie in Italie zo hoog dat men zich dit kon veroorloven? Of waren er misschien veel te veel jonge docenten die ook een kans moesten krijgen? Hoe het ook in elkaar zat, mij leek het wel wat.
Ik wist dat ook in Griekenland en Spanje de pensioengerechtigde leeftijd voor sommige beroepsgroepen behoorlijk laag was. Maar zo laag? Ik kon het me haast niet voorstellen.
En tegenwoordig al helemaal niet. Er is nu helemaal geen sprake meer van zo een vroegpensioen, nu in vrijwel alle landen van Europa die pensioengerechtigde leeftijd aardig richting 70 jaar lijkt te gaan. De kosten die gepaard gaan met het steeds ouder worden van de mens (ziektekosten en veel langere uitbetaling van het pensioen) zouden volgens economen niet meer zijn op te brengen door de werkende mens.
Maar (nog) niet hier in Turkije. Ik keek hier vorige week naar een tv-programma waarin een vrouw vertelde dat ze 47 jaar was en al enkele jaren van haar pensioen genoot. Als je hier bv. 25 jaar bij een bank of een overheidsinstelling hebt gewerkt, kan je inderdaad van die mogelijkheid gebruik maken. Het pensioen is niet hoog, maar het bestaat wel. Veel mensen beginnen daarna een tweede carrière, gaan iets voor zichzelf doen of vermaken zich in sociale netwerken.
Maar ook hier worden mensen steeds ouder en het hele systeem van sociale voorzieningen zal de komende tijd totaal veranderen. Ook hier zal men dan over dit soort regelingen moeten gaan nadenken.

Een jaar of 10, misschien 15 geleden ging er een schok door (vooral) bejaard Nederland. Er was namelijk gelekt dat er in verzekeringskringen over nagedacht werd om bepaalde medische handelingen bij hoogbejaarde ziekenfondsverzekerden (dat heette toen nog zo) niet meer uit te voeren. Dat zou gunstig zijn in verband met de kosten en voor de pensioenvoorziening. De spoeling zou snel minder dun worden.
De jaren daarvoor was uit onderzoek namelijk gebleken dat de mens als maar ouder zou worden . En onderzoek aan de Universiteit van Chicago wees in 2004 nog uit dat er in 2010 ongeveer 115.000 honderdjarigen zouden zijn. Gelukkig bleken het er maar 53.000 te zijn geworden. Gunstig voor de pensioensystemen. Waarschijnlijk gelden er voor Europa vergelijkbare cijfers.
In de komende jaren zal men door nieuwe medische technieken zeker in staat zijn de leeftijd nog veel verder op te rekken. Nieuwe organen, nieuwe cellen en regelmatig vers bloed doen wonderen. Toch zou ik voor willen stellen ergens een grens te trekken: De mens wordt medisch niet meer geholpen als hij 137 ½ is geworden.