woensdag 3 augustus 2011

Jules Verne

Als jongen van een jaar of elf, twaalf heb ik ze gelezen. De boeken van Jules Verne.
Mijn ouders hadden een hele serie van die bekende blauwe boeken met crèmekleurige titels in huis. Van de schrijver die ik altijd: die fantast, noemde. Maar fantast was in dit geval wel een erenaam. Ik vond zijn boeken ook echt fantastisch. Verslonden heb ik ze allemaal.
Tegenwoordig kom je ze nog regelmatig tegen in tweedehands boekwinkels en natuurlijk op allerlei boekenmarkten. Zo'n mooie stevige harde kaft. Dat beroemde blauw met die verzorgde belettering. Binnenin de beroemde tekeningen in zwart-wit en het papier dat er nu wat grauw en kwetsbaar uitziet. De serie bestond uit ik weet niet hoeveel delen. Jules Verne had ook zo gigantisch veel geschreven. Ik denk dat het er zeker wel een stuk of dertig waren.
Ik moet bekennen dat een flink aantal weinig indruk op me gemaakt moeten hebben want daarvan kan ik me de inhoud beslist niet meer voor de geest halen. Maar een aantal titels vergeet ik natuurlijk nooit van mijn leven.
Vijf weken in een luchtballon.
Naar het middelpunt der aarde.
Twintigduizend mijlen onder zee.
De reis naar de maan in 28 dagen en 12 uren.
De reis om de wereld in 80 dagen.
Dit soort boeken, fantasieverhalen, ontdekkingsreizen, expedities en avonturenromans vond ik prachtig. De beschrijvingen van vreemde landen, onbekende gebieden met hun "exotische" bewoners maakten me alleen maar nog nieuwsgieriger.
Trachtend me meer details voor de geest te kunnen halen, meende ik me te herinneren dat er ook een boek bij was dat over Turkije ging. Ik heb het opgezocht want het kwam verder niet bovendrijven. Ik kwam vreemde titels tegen die me niets zeiden. Maar er was inderdaad een boek over Turkije, in twee delen zelfs: "Keraban de stijfhoofdige". Over een Turkse tabakshandelaar die geen belasting wil betalen als hij in Istanbul de Bosporus over wil steken. Hij is zo koppig dat hij er een grote rondreis over de Zwarte Zee voor over heeft om de belasting te ontlopen.


Deze week kreeg ik een oude krant in handen. Het was een NRC van begin juli. Er stonden enkele artikelen in over Istanbul als wereldstad. In een van die artikelen worden heel kort een aantal boeken beschreven over Istanbul. Genoemd worden bv. "Het zwarte boek" van Orhan Pamuk, waarvan sommige passages heel goed herkenbaar zijn voor de bezoeker van de stad.
Ook "Het luizenpaleis", een tragikomische roman van Elif Safak over bewoners van een oud appartementencomplex is heel duidelijk te plaatsen.
Er worden nog meer boeken genoemd. Maar grappig was dat het laatste boek van het lijstje "Keraban de stijfhoofdige" was.
Ongeveer 50 jaar had ik de naam van het boek niet gehoord of gelezen, voor zo ver ik weet, en dan plotseling binnen enkele weken twee keer.
Zulke dingen overkomen iedereen weleens maar ik vind het telkens toch een leuke coïncidentie.
Toeval? Ja, fantastisch!

dinsdag 2 augustus 2011

Het monster

In eerste instantie wist ik absoluut niet waar ik was. Ik was wakker geworden in een vreemd bed en ik had geen enkel idee hoe ik daarin verzeild was geraakt.
Ik voelde een stekende hoofdpijn. Zoals vroeger. Ik had vaak serieuze hoofdpijn. Schele hoofdpijn noemde mijn moeder dat altijd. Soms duurde het dagen voor het over was. Altijd boven mijn linker oog in mijn voorhoofd. Migraine? Ik weet het niet maar vaak zo heftig dat ik niet wist waar ik kijken moest. Zo veel pijn dat je je hoofd wel tegen de muur wil slaan (niet dat het daar beter van geworden zou zijn, maar misschien de wens om jezelf bewusteloos te slaan om van de pijn verlost te zijn). En nu, net zo'n zelfde gevoel.
Een eenpersoonsbed met strak ingestopte lakens. Benauwd. Maar dat benauwde gevoel kwam niet alleen door die lakens. Er hing een overweldigende lucht van ether en schoonmaakmiddelen, leek mij. Mijn hoofd kon ik nauwelijks bewegen en toen ik het met mijn rechterhand aanraakte voelde ik alleen maar verband. Mijn linkerarm voelde loodzwaar aan, gips wist ik. Het ziekenhuis? Hoe ....?
Ik zakte weg in een waak-slaap toestand, ik vond het prima en gaf me over aan een andere wereld.
Toen ik weer bij mijn positieven kwam stond er een verpleegster naast mijn bed. Mijn gezicht voelde beurs, donker, het voelde blauw.
"Hoe voelen we ons nu?" kreeg ik te horen.
"Mogen wij even een spiegel," vroeg ik.
"Misschien beter van niet meneer," antwoordde ze.
Maar op mijn aandringen haalde ze toch ergens een scheerspiegel vandaan. Wat ik zag was wat ik voelde. Blauw, beurs. Het deed verschrikkelijk veel pijn. Op mijn vraag of ze me daar iets tegen kon geven, antwoordde ze dat ik al de sterkste cocktail had gekregen die door de arts was toegestaan. Zo proefde het niet trouwens.
Ik moet weer in slaap gevallen zijn.
De volgende keer dat ik wakker werd lag ik in mijn eigen bed. Wel hoofdpijn maar geen blauw gezicht zag ik in de spiegel naast mijn bed. Ik had gedroomd.

De avond ervoor was ik met de auto onderweg naar het vliegveld. Het was een warme zomeravond om een uur of negen. Het was nog heel druk op de weg. Ik had geen haast en reed rustig.
Op een helling naar beneden werd ik door twee touringcars ingehaald. Onverantwoord hard rijdend denderden ze de helling af. Toen de weg weer omhoog liep was de tweede bus net naast me. Zijn snelheid liep terug en de chauffeur stuurde naar de rechter baan. Onze snelheid was nu min of meer gelijk. Waarschijnlijk zag de chauffeur mij niet. Zat ik in zijn dode hoek? De bus kwam zijdelings tegen mijn auto aan. De zijspiegel klapte om. Hij drukte me van de weg. Gelukkig was er op dat gedeelte van de weg een smalle vluchtstrook. Ik claxonneerde en stuurde iets naar rechts, los was ik, en remde.
Het monster, Nilüfer 14 AY 014, schoot voorbij.
Ik ben gestopt en inspecteerde de zijkant van de auto. Het gekke was dat er helemaal geen schade te zien was. Alles was nog heel. Ik ook!
Ik vervolgde mijn weg naar het vliegveld. Ik stapte uit. Op het parkeerterrein stond ik te kokhalzen. Ik had vreselijk het zuur en het beukte in mijn hoofd.

maandag 1 augustus 2011

Veilig

Een jaar of tien tot vijftien geleden hield ik me vrij intensief bezig met de onroerend goed markt. In die dagen werd je bijna doodgegooid met allerlei folders, aanbiedingen en prospectussen om toch maar in te stappen in dat schitterende project met die ongeloofwaardig hoge rendementen.
Vooral op de Amerikaanse markt zouden onvoorstelbare kansen liggen. Nu, na de financiële crisis die heel hard heeft toegeslagen in die markt is het onroerend goed in de VS bijna gratis maar nog steeds onverkoopbaar.
Een groot aantal prospectussen betroffen destijds de bewaakte, afgesloten woonprojecten.

Die omheinde, privé woonwijken kende ik eigenlijk alleen uit Amerikaanse romans of films. Zo'n kleine wijk voor tamelijk welgestelde eigenaren van tamelijk exclusieve, dure huizen. Mensen gingen daar als min of meer gelijkgestemden samen wonen in een omgeving waar men voor een belangrijk deel afgesloten was voor die boze samenleving. Een bewakingspost bij de ingang met gewapende, geüniformeerde mannen en vrouwen die wereld en bewoners gescheiden hielden.
"Goede morgen meneer, kan ik u misschien ergens mee helpen?"
"Wel, ik zou graag even bij de heer Durvic op bezoek willen."
"Ik zal even bellen meneer." De bewaker neemt contact op met de heer Durvic en vraagt of het bezoek gelegen komt.
"Meneer Durvic kan u ontvangen." Wel wil de man graag even uw identiteitspapieren inzien en even naam en nummer noteren. Ook maakt hij een aantekening van uw auto en nummerbord.
Na uw bezoek, als u de site weer verlaten wilt, neemt de bewaker opnieuw contact op met de heer Durvic om te vragen of alles daar in orde is.
Dan gaan de slagbomen eventueel open en bent u weer vrij.

Op een gegeven moment deed zich dit verschijnsel natuurlijk ook in Nederland voor. Ik kende vanaf afstand zo'n project waar alleen maar zeer gefortuneerde bejaarden woonden. Samen in een clan uit angst voor de gevaarlijke wereld. Bewaking, hoge hekken rondom, honden, slagbomen, een verpleegster, een tuinman en een klusjesman, een boodschappendienst. Men hoefde nooit meer naar buiten, nooit meer van het terrein af.

In Turkije kom je dit soort sites overal tegen. Van heel groot tot heel klein. Van heel luxe tot zeer eenvoudig. Sommige met alle mogelijke voorzieningen en diensten die je maar kan bedenken. Andere met slechts een nachtwaker die de mensen toch het gevoel geeft dat ze veilig zijn.
Toen ik me voor het eerst van het bestaan van deze bewakers bewust werd, was dat midden in de nacht. Ik hoorde iemand op een fluitje blazen, zo'n scheidsrechtersfluit met zo'n rollende knikker erin. Zo'n sambafluit die veel in demonstratieve optochten gebruikt wordt. Gek, midden in de nacht.
Nu weet ik beter. De nachtwaker doet zijn ronde en maakt zich met zijn fluitje kenbaar. Hij waarschuwt individuen met snode plannen.
Bij ons in de buurt is ook een kleine site. De nachtwaker doet zijn ronde om 2 uur en om half 5 in de nacht. Iedere nacht hetzelfde stramien. Handig om te weten.
Vorige maand stond er tegenover de site een bestelbusje. Drie dagen en nachten had het er gestaan. Vorige week was er op een nacht ingebroken in een tweetal woningen op de site. Het moet gebeurd zijn tussen half 3 en 4 uur.

zondag 31 juli 2011

Een ramp

In de Hoorn van Afrika voltrekt zich een ramp. Volgens de VN en de SHO (samenwerkende hulporganisaties) is er echt sprake van een noodsituatie. Door de ergste droogte sinds zestig jaar in delen van Ethiopië, Uganda, Kenia en Somalië zijn ongeveer 10 miljoen mensen aangewezen op hulp. En zoals zo vaak werd er pas echt alarm geslagen toen de situatie al onhoudbaar was geworden. Slechts met grootschalige media-aandacht was er nog iets van interesse op te wekken in de rest van de wereld en is toch nog een grote hulpactie op gang gekomen.
En terwijl bv. Nederland de natste juli maand ooit meemaakt, sterven er dagelijks in Oost-Afrika tientallen, misschien wel honderden kinderen door de voedselcrisis, ontstaan door droogte. Het is voor heel veel mensen niet voor te stellen wat dat betekent.

Hier in Turkije is het ook droog. Het is in grote delen van het land al weer een maand of drie geen druppel regen gevallen. Er is waterleiding en een groot probleem is het niet. Er is voldoende water voor de land- en tuinbouw. En als je niet wilt dat de planten en bomen in je tuin er last van krijgen moet je water geven. Zelf doe ik dat zo weinig mogelijk. De planten en bomen die hier al eeuwen inheems zijn kunnen goed tegen de droogte. Anders zouden ze hier niet groeien. Maar af en toe maak ik me toch wel zorgen om bepaalde bomen. Ik heb een paar citroenbomen staan en die zullen het loodje leggen als ik ze niet af en toe help. Ik heb een paar bananenbomen staan en die moeten echt om de paar dagen water hebben om te overleven. Maar eigenlijk moet je gewoon geen planten en bomen zetten die niet tegen het weer kunnen.
In de waterput achter in de tuin, die vroeger gebruikt werd om een mandarijnen boomgaard te bevloeien, staat 's winters ongeveer 100.000 liter water. Na een paar maanden zomer begint de bodem in zicht te komen.
Af en toe verlang ik wel eens naar een zomerbuitje. Een buitje tegen het stof zal ik maar zeggen. En heel zelden doet zich zoiets hier wel eens voor. OK het is dan wel warm water dat naar beneden komt van een graad of vijfentwintig of meer maar toch heb je het idee dat alles een beetje opfrist. En het is niet zo als in Nederland waar vaak na een 's zomers onweersbuitje het weer volledig omslaat. Als het zich hier voordoet is het de volgende dag gewoon weer 35 graden.

Beter dit weer dan de brandweer. Mijn vrouw had een ballonvaart gemaakt. Het was in Amersfoort of Breda, ik weet het niet meer. Het was op een prachtige zomeravond. Er waren een paar zeer warme dagen aan vooraf gegaan. Mooi weer, geen vuiltje aan de lucht. Op een gegeven moment kreeg de gezagvoerder het bericht door dat er totaal onverwacht slecht weer op komst was. Er werd een geschikte plek gezocht voor de landing. Alles verliep naar wens. Geland, de ballon opgeborgen, iedereen in de auto’s.
De stortbui die volgde en ingeluid werd door een hevige donderslag was buiten proportioneel. Heviger heb ik nooit meegemaakt. Binnen tien minuten stond alles onder water. De straten stonden blank. De riolering kon het niet verwerken. Was dit de zondvloed?

Hoezo ongelijk verdeeld in de wereld. Ik maak me druk om mijn bananenboom voor de sier die nu in bloei staat en water nodig heeft om vrucht te dragen. En in de Hoorn van Afrika voltrekt zich een ramp.

zaterdag 30 juli 2011

Angst.

Ik ben ooit uit Nederland gevlucht voor Geert. In een land waar de dagelijkse politiek gedomineerd wordt door iemand met een gedachtengoed als dat van hem, wilde ik niet leven. Van een dergelijke samenleving wilde ik geen deel meer uitmaken.
Nu na de gebeurtenissen in Noorwegen is dat voor mij alleen maar duidelijker geworden. En dan heb ik het niet over de "geachte afgevaardigde der Staten Generaal" Geert Wilders. Zijn openbaring is bekend. En zijn verschuilen en geen verantwoording durven nemen ook. En ach, hij weet niet beter.
Nee, wat veel erger is, vele malen erger, is het feit dat andere politici in Nederland geen stelling durven nemen. Geert is niet verantwoordelijk..
Aanvankelijk wilde ik me niet in de discussie mengen maar het heeft ook mijn welbevinden verpest. En hoewel er ontzettend veel onzin en waanzin verkondigd wordt over dit onderwerp op alle mogelijke linkse en rechtse sites kon ik het toch niet laten.
Wat? Geert niet verantwoordelijk? Als je jaren propageert dat sommige mensen minder waard zijn dan jij. Goed, alle dingen die je in dit geval iemand anders aan kan doen hoef ik niet te herhalen. Die zijn al vaak genoeg door medestanders van de verlosser gebezigd. Komt het dan niet eens in je hoofd op dat sommige mensen dergelijke acties wel eens letterlijk over zouden kunnen nemen? En daar ben je niet medeverantwoordelijk voor?
Als politicus wil je toch, om macht te veroveren, dat anderen er net zo over gaan denken als jij. En als anderen dan uitvoeren waar jij de theoretische bodem voor gelegd hebt, dan was dat toch de bedoeling? En daar ben je dan toch verantwoordelijk voor?
En heel politiek Nederland, en dan bedoel ik mensen met een positie in de dagelijkse politiek, zwijgt. Niemand durft stelling te nemen tegen Geert etc. En dat is natuurlijk al jaren zo. Bang om stemmen te verliezen. Zonder in de gaten te hebben dat het geen stelling nemen juist zorgt voor stemmenverlies. Niemand neemt je meer serieus, men vindt je een slapjanus, iemand waar men zeker niet meer op stemt.
Een politicus die zijn mening niet meer durft te verkondigen. Of, en dat vraag ik me wel eens af, is hij het misschien wel een beetje eens met Geert?
Als je geen standpunt durft in te nemen, ga dan uit de politiek. Laat het dan maar aan Geert over. Zo ver zijn we gekomen in Nederland.
En nu ben ik er helemaal van overtuigd dat ik terecht Nederland verlaten heb. Maar ik ben er nu achter dat het eigenlijk niet om Geert was (niet dat ik ook maar het kleinste beetje begrip voor zijn manier van mensen tegen elkaar opzetten kan opbrengen, dat moge hopelijk duidelijk zijn). Eigenlijk was het om het feit dat niemand stelling durfde en nog steeds niet durft te nemen. Angst.

vrijdag 29 juli 2011

Met de rede kwam de vijand

Iedere dag worden we geconfronteerd met de grote hoeveelheden narigheid van het dagelijks bestaan. Soms op persoonlijk vlak, soms betreft het vrienden of kennissen, soms is het onnoemelijk groot leed als armoede of overstromingen of hongersnood. En hoe afgestompt zijn we geraakt. Hoe gemakkelijk leggen we het naast ons neer en gaan we over tot de orde van de dag.
Daaraan denkend met schokkende tv-beelden van up to date gebeurtenissen op mijn netvlies zat ik, 's ochtends vroeg dekking zoekend voor de eerste zonnestralen, op mijn terras. Mijn ontbijt op een dienblad, kopje koffie erbij (Nescafé trouwens) en een boek bij de hand.
Er was een briesje opgestoken, waarschijnlijk tijdelijk en van korte duur, en daar wilde ik alle profijt van trekken. Ik had twee armstoelen tegenover elkaar gezet zodat ik de ene als tafeltje kon gebruiken en later eventueel als voetenbankje.
Aan de rand van het terras staan een paar bananenbomen. En terwijl ik mijn ontbijt nuttigde, streek er in een van die bomen een klein vogeltje neer.
Het diertje zag er enigszins haveloos uit. Zijn veren een beetje verwaarloosd, alle kanten op piekend, zijn glans verdwenen, een beetje grauw en vaal. Was het aangevallen door een kraai of ekster of andere jager? Of was zijn postuur en uiterlijk altijd al zo? Of had het ergens een bad genomen en was het vergeten zijn verenpak te fatsoeneren?
Het beest was trouwens levendig en alert genoeg. Het sprong van de ene stam op de andere, een beetje onderzoekend rondkijkend en hier en daar iets wegpikkend.
Ik nam de laatste hap en mijn brood en slobberde nog een stukje tomaat naar binnen. Het dienblad met bordje, bestek en restanten zette ik op de stoel tegenover mij.
Het meesje, ja dat was het zeker, leek veel op een gewone koolmees maar dan met minder kleur en veel slanker. Misschien een Turkse ondersoort? Het diertje vloog op van de banaan en landde op de rugleuning van de stoel. Het keek even rond en hipte dan op de stoelleuning. Het zat op een meter afstand. Had het me gezien en wist het dier dat het van mij geen gevaar te vrezen had? Of had het me niet eens opgemerkt? Om het meesje niet op te doen schrikken bleef ik rustig zitten. Ik bewoog nauwelijks en keek alleen maar.
Het kopje een beetje schokkerig heen en weer bewegend keek het me toen met zijn kleine donkere oogjes even aan alsof het wilde vragen: Is het goed dat ik wat van je broodkruimels proef?
Mezen zijn tamelijk vrijpostige vogeltjes en eigenlijk niet schuw. Met een beetje geduld kan je ze uit je hand laten eten. Maar zo ver kwam het niet. De volgende dag herhaalde zich de gebeurtenis op het terras op vrijwel dezelfde wijze en al met wat meer overtuiging. Maar dat was helaas de laatste keer dat ik het dier zag.

Dieren kennen geen vijanden. Ja, ze hebben aangeboren instincten om bij bepaalde creaturen uit de buurt te blijven. Waarschijnlijk om het voortbestaan van de soort niet in gevaar te brengen en daarmee het natuurlijk evenwicht niet te verstoren.
Een dier maakt deel uit van de voedselketen. En meesjes moeten dan ook voorzichtig zijn. Maar vijanden hebben ze niet.
Alleen mensen hebben vijanden. Die creëren ze zelf.

donderdag 28 juli 2011

Noorwegen

Bij de afgelopen verkiezingen voor het parlement, maar ook bij vorige gelegenheden, kreeg de partij van minister-president Erdoğan, de AKP van heel veel links liberaal georiënteerde kiezers het voordeel van de twijfel.
Ze stemden AKP, veelal omdat aan de linkerkant van het politiek spectrum geen betrouwbaar alternatief was. Ze vonden de linkse partijen te klein, of te verdeeld, of niet daadkrachtig genoeg of er speelden schandalen.
Erdoğan en zijn AKP daarentegen vertoonde initiatief, bewerkstelligde hervormingen op het gebied van sociale verzekeringen, medische zorg en onderwijs. Hij deed iets aan de minderhedenproblematiek en hij zorgde voor een groeiende economie waar grote groepen van de bevolking baat bij hadden.
Natuurlijk werden er door critici veel vraagtekens gezet bij een aantal van zijn plannen en initiatieven. In een aantal krantenartikelen werd hij soms al de nieuwe sultan van Turkije genoemd.
Maar nog steeds kreeg hij steun van alle kanten.
Bij de laatste verkiezingen behaalde hij weer een grote overwinning. Net niet groot genoeg om zonder steun van anderen in het parlement een voldoende meerderheid te krijgen om op eigen houtje de grondwet te veranderen. Die is nodig aan vervanging toe.
En veel van zijn 'links liberale' kiezers lijken flink geschrokken van de recente ontwikkelingen. Zijn houding t.o.v. toetreding tot Europa lijkt veranderd. Zijn houding tegenover minderheden lijkt behoorlijk verhard. Zijn aanschurken tegen de Arabische wereld wordt steeds duidelijker. Zijn visie op de politiek van de V.S. is gewijzigd.
Daarnaast ontwikkelt hij megalomane plannen en noemt hij Turkije als komende wereldmacht.
 
Er wordt de laatste tijd extra veel onderzoek gedaan naar de verhoudingen tussen de Westerse wereld en de Moslimlanden. Wereldwijde onderzoeken zoals door het Amerikaanse onderzoeksinstituut Pew met 30.000 interviews in 23 landen maar ook kleinschalige zoals bv. door de universiteit van Bahçesehir onder ruim 1600 Turken.
Ik denk dat er veel vraagtekens bij de onderzoeken te zetten zijn. Maar niet alleen uit deze onderzoeken, ook uit dagelijkse gebeurtenissen, politieke uitspraken, acties, demonstraties, armoede bestrijding, scheldpartijen en aanslagen meen ik wel een wereldwijd voortschrijdend conservatisme en nationalisme te mogen constateren.
Ondanks mijn vragen vond ik de cijfers uit het Turkse onderzoek op z'n zachtst gezegd vrij opmerkelijk.
  • 81% van de Turken beschouwt zichzelf als godsdienstig
  • 61% denkt dat zwemmen van vrouwen in badpak zonde doet toenemen
  • 44% wil restaurants sluiten tijdens Ramazan
  • 84% wil geen homo als buur
  • 60% vindt dat de vrouw moet gehoorzamen
  • 75% vindt het westen schuldig aan slechte relaties met Moslimlanden
  • 53% geeft het westen en de VS de schuld van armoede in Moslimlanden
  • 45% denkt dat het Christendom de meest gewelddadige godsdienst is
  • 82% staat negatief tegenover christenen.
Niet iets om vrolijk van te worden. In Turkije?
Ja, in ieder geval volgens dit onderzoek.



Dit soort ontwikkelingen maakt een mens niet vrolijk. Enkele maanden terug speelde ik nog met het idee een poosje in Noorwegen te gaan wonen. Volgens de VN het land dat bovenaan de lijst staat van landen waar het leven het aangenaamste is.