Het was tijdens een van mijn eerste bezoeken aan Turkije. Ik kende heel weinig van het land en eigenlijk ook heel weinig van de Turkse geschiedenis. En ik had er al helemaal niet bij stilgestaan dat Turkije één archeologische vindplaats was. Maar daar kwam ik snel achter. Tijdens dat eerste bezoek kwam ik op een min of meer vergeten afgraving aan de Egeïsche kust. Ooit had men er pogingen gedaan om met ondersteuning van gelden en onderzoekers van een Italiaanse universiteit het terrein in kaart te brengen en te ontsluiten. Het wekte de indruk met vrij grof geschut te zijn gebeurd en zoals wel vaker bij dergelijke projecten was men door financiële perikelen in ieder geval enige tijd daarvoor gestopt met de opgraving.
Er was flink gegraven met een grijper zo te zien. Er lagen bergen stenen en hopen puin. Er was een geul gegraven die waarschijnlijk bedoeld was om er waterleiding of elektriciteitsleiding in te plaatsen. Maar dat was nooit gebeurd en de geul lag nog open.
Ik snuffelde wat in het puin om te zien of er misschien nog iets interessants tussen zat dat tot dan toe bij het archeologisch onderzoek of juist door het achterwege blijven van verder archeologisch onderzoek over het hoofd was gezien.
Een paar leuk gevormde en mooi gekleurde steentjes vond ik maar niet echt iets om mee te nemen.
Met een voet een beetje in het puin wroetend kwam er een soort gordijnring te voorschijn. Ik raapte het ding op en wreef het schoon. Het leek inderdaad een benen of hoornen ring met een klein opstaand randje waar ik verder niets bijzonders aan kon ontdekken. Ook niets iets voor mij. Ik gooide de ring weer tussen het puin.
En man die ook wat liep rond te snuffelen raapte de ring meteen weer op. "Heel interessant," mompelde hij.
"Hoe zo dan, wat kan dat zijn," liet ik mijn Turkse tolk vragen.
"Het zou weleens een zihgir kunnen zijn, maar ik weet het niet zeker."
Mijn tolk kon me niet verder helpen.
Zihgir, zihgir. Het zat in mijn hoofd maar ook na het avondmaal waarbij een flinke hoeveelheid zerdeçal (kurkuma) gebruikt was, en dat is het beste middel tegen Alzheimer of vergeetachtigheid, was ik er nog niet achter.
Ik zou het natuurlijk op kunnen zoeken.
Maar ik had ook andere dingen aan mijn hoofd en de zihgir werd vergeten.
Maar toch ook weer niet. Slechts tot op het moment dat ik een paar jaar later een artikel las over de rol van de boogschutter in de Turkse geschiedenis. Het gebruik van pijl en boog was vrij universeel toen er nog geen vuurwapens bestonden. Voor de jacht, in de strijd, de oorlog.
In Turkse geschiedschrijving kom je de boogschutter veelvuldig tegen in woord en beeld. Bekend zijn de afbeeldingen van bestormingen van kastelen of verdedigde steden waarop we een regen van pijlen zien neerdalen op de verdedigers. Die moesten zich dan even schuilhouden en op dat moment stormde het voetvolk van de aanvallers naar voren om een charge uit te voeren.
De boogschutters voerden dan vanuit geknielde houding een spervuur uit. Er moest een salvo van pijlen afgeschoten worden.
In het artikel stonden ook afbeeldingen van de uitrustingstukken van de boogschutters uit die tijd. Onder andere was daar een metalen of een hoornen of een benen ring die om de duim van de hand waarmee de boog gespannen werd zat. De ring diende ter bescherming van de duim tegen de scherpe schacht van de pijlen die bij het loslaten over de duim krasten of misschien diende zo'n ring slechts voor ondersteuning van de pijl zoals sommigen beweren.
Kort daarop zag ik nog een artikeltje waarin een aantal "zihgirs" uit de collectie van een museum uit Istanbul getoond werden. Hele speciale exemplaren door de edelsmid vervaardigd, eenvoudige gepolijste gladde banden, versierde ringen van goud, met inscripties.
En zo'n prachtig museumstuk, zo'n waardevolle schat had ik weggegooid, down the drain.
vrijdag 8 juni 2012
zondag 3 juni 2012
Koningin Beatrix in Turkije
Dit verhaal is al een dag of tien voor het bezoek van Hare Majesteit Beatrix koningin der Nederlanden van 13 tot 15 juni 2012 aan Turkije geschreven.
Net zoals alle andere landen van de wereld onderhoudt Nederland diplomatieke en handelsbetrekkingen met honderden andere vreemde mogendheden. En het zelfde geldt uiteraard voor Turkije. Daardoor is er telkens wel weer een gelegenheid om het bestaan van zulke contacten tussen allerlei landen te vieren. Soms bij verjaardagen of herdenkingen van overeenkomsten, soms bij staatsbezoeken van het staatshoofd elders, soms bij bezoeken van buitenlandse handelsmissies. Banden worden aangehaald, verdragen worden getekend, economische contracten worden afgesloten, er wordt een vorkje geprikt en wat dies meer zij.
Dit jaar is er weer zo'n speciale viering. De verjaardag van 400 jaar diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Turkije. OK, Nederland was 400 jaar geleden Nederland nog niet en ook Turkije bestond niet zoals heden ten dage. Maar toch! Gevierd zal er worden.
En trouwens vriendschappelijke betrekkingen tussen twee landen en volken kunnen alleen maar goed zijn.
Bij dergelijke vieringen wordt uiteraard de hele santenkraam te voorschijn gehaald en beide landen doen hun uiterste best om zo goed mogelijk voor het voetlicht te treden. En daarbij behoren staatsbezoeken, culturele uitwisselingsprogramma's, economische banden, studentenbezoek, publicaties, studies, kunst en cultuur, ministeriele uitstapjes, website, speciaal voor de gelegenheid uitgegeven tijdschriften en boeken en wat al niet meer.
Ik zou me voor kunnen stellen dat diplomatieke diensten, consulaten en ambassades na 400 jaar toch voldoende vaardigheden en administratieve mogelijkheden ontwikkeld zouden hebben om juist in het geval van zo'n feestelijke gebeurtenis de uitwisseling van personen gladjes te kunnen laten verlopen. Maar toch niet.
Op 15 mei kwam de zeer bekende Turkse zanger Arif Sağ naar Nederland om in het kader van de viering een optreden te verzorgen. Enkele dagen daarvoor was hij ook al even geweest voor een repetitie en had daarbij op het vliegveld de gebruikelijke douaneprocedure doorlopen. Bij zijn tweede bezoek duurde deze procedure en ondervraging zo lang dat Sağ besloot, heel kwaad, om dan maar geen toegang meer tot Nederland te willen krijgen. En hij nam het eerste het beste vliegtuig terug naar Turkije.
Ik zou me voor kunnen stellen dat uitgenodigde bezoekers in deze omstandigheden een soort accreditatie zouden krijgen of geloofsbrieven mogen overhandigen of van een passe-partout zouden worden voorzien zodat ze ongehinderd hun bezoek of missie zouden kunnen afleggen. Maar ja, 400 jaar is eigenlijk maar een beperkte periode om te leren hoe je dit soort dingen zonder problemen kan laten verlopen.
De Nederlandse douanebeambte heeft waarschijnlijk volgens de regels gehandeld. Van een speciaal bezoek wist hij niets. Echt voorbereid leek men dus niet.
Begin april 2012 was president Abdullah Gül van Turkije enkele dagen op staatsbezoek in Nederland geweest. Concerten bijgewoond, een staatsbanket opgeluisterd, audientie verleend, museumbezoek afgelegd, naar de Keukenhof geweest etc.
En zoals gebruikelijk wordt een dergelijk bezoek van een staatshoofd korte tijd later met een tegenbezoek gewaardeerd. Koningin Beatrix zou dit staatsbezoek met een soort vriendschappelijk bezoek beantwoorden.
Op 13 juni 2012 kwam Hare Majesteit met haar gevolg, waarin zich ook minister van buitenlandse zaken Uri Rosenthal bevond, aan op het vliegveld van Ankara. Aangezien dit bezoek geen staatsbezoek betrof was de ontvangst iets minder ceremonieel dan in andere gevallen.
Beatrix werd vanuit het vliegtuig naar de douane begeleidt. De dienstdoende douanebeambte vroeg om haar paspoort. Het was min of meer een normaal bezoek en Beatrix had er op gerekend want ze haalde het document zonder aarzelen uit haar handtas.
"Mevrouw," zei de man, "wilt u zo vriendelijk zijn eerst even een visum te kopen?"
"Uri," zei Beatrix, "daar had ik nou niet op gerekend. Heb jij even een paar euries voor me?"
Iets voorbij de paspoortcontrole stond president Gül, die een glimlach niet kon onderdrukken.
Net zoals alle andere landen van de wereld onderhoudt Nederland diplomatieke en handelsbetrekkingen met honderden andere vreemde mogendheden. En het zelfde geldt uiteraard voor Turkije. Daardoor is er telkens wel weer een gelegenheid om het bestaan van zulke contacten tussen allerlei landen te vieren. Soms bij verjaardagen of herdenkingen van overeenkomsten, soms bij staatsbezoeken van het staatshoofd elders, soms bij bezoeken van buitenlandse handelsmissies. Banden worden aangehaald, verdragen worden getekend, economische contracten worden afgesloten, er wordt een vorkje geprikt en wat dies meer zij.
Dit jaar is er weer zo'n speciale viering. De verjaardag van 400 jaar diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Turkije. OK, Nederland was 400 jaar geleden Nederland nog niet en ook Turkije bestond niet zoals heden ten dage. Maar toch! Gevierd zal er worden.
En trouwens vriendschappelijke betrekkingen tussen twee landen en volken kunnen alleen maar goed zijn.
Bij dergelijke vieringen wordt uiteraard de hele santenkraam te voorschijn gehaald en beide landen doen hun uiterste best om zo goed mogelijk voor het voetlicht te treden. En daarbij behoren staatsbezoeken, culturele uitwisselingsprogramma's, economische banden, studentenbezoek, publicaties, studies, kunst en cultuur, ministeriele uitstapjes, website, speciaal voor de gelegenheid uitgegeven tijdschriften en boeken en wat al niet meer.
Ik zou me voor kunnen stellen dat diplomatieke diensten, consulaten en ambassades na 400 jaar toch voldoende vaardigheden en administratieve mogelijkheden ontwikkeld zouden hebben om juist in het geval van zo'n feestelijke gebeurtenis de uitwisseling van personen gladjes te kunnen laten verlopen. Maar toch niet.
Op 15 mei kwam de zeer bekende Turkse zanger Arif Sağ naar Nederland om in het kader van de viering een optreden te verzorgen. Enkele dagen daarvoor was hij ook al even geweest voor een repetitie en had daarbij op het vliegveld de gebruikelijke douaneprocedure doorlopen. Bij zijn tweede bezoek duurde deze procedure en ondervraging zo lang dat Sağ besloot, heel kwaad, om dan maar geen toegang meer tot Nederland te willen krijgen. En hij nam het eerste het beste vliegtuig terug naar Turkije.
Ik zou me voor kunnen stellen dat uitgenodigde bezoekers in deze omstandigheden een soort accreditatie zouden krijgen of geloofsbrieven mogen overhandigen of van een passe-partout zouden worden voorzien zodat ze ongehinderd hun bezoek of missie zouden kunnen afleggen. Maar ja, 400 jaar is eigenlijk maar een beperkte periode om te leren hoe je dit soort dingen zonder problemen kan laten verlopen.
De Nederlandse douanebeambte heeft waarschijnlijk volgens de regels gehandeld. Van een speciaal bezoek wist hij niets. Echt voorbereid leek men dus niet.
Begin april 2012 was president Abdullah Gül van Turkije enkele dagen op staatsbezoek in Nederland geweest. Concerten bijgewoond, een staatsbanket opgeluisterd, audientie verleend, museumbezoek afgelegd, naar de Keukenhof geweest etc.
En zoals gebruikelijk wordt een dergelijk bezoek van een staatshoofd korte tijd later met een tegenbezoek gewaardeerd. Koningin Beatrix zou dit staatsbezoek met een soort vriendschappelijk bezoek beantwoorden.
Op 13 juni 2012 kwam Hare Majesteit met haar gevolg, waarin zich ook minister van buitenlandse zaken Uri Rosenthal bevond, aan op het vliegveld van Ankara. Aangezien dit bezoek geen staatsbezoek betrof was de ontvangst iets minder ceremonieel dan in andere gevallen.
Beatrix werd vanuit het vliegtuig naar de douane begeleidt. De dienstdoende douanebeambte vroeg om haar paspoort. Het was min of meer een normaal bezoek en Beatrix had er op gerekend want ze haalde het document zonder aarzelen uit haar handtas.
"Mevrouw," zei de man, "wilt u zo vriendelijk zijn eerst even een visum te kopen?"
"Uri," zei Beatrix, "daar had ik nou niet op gerekend. Heb jij even een paar euries voor me?"
Iets voorbij de paspoortcontrole stond president Gül, die een glimlach niet kon onderdrukken.
vrijdag 1 juni 2012
Broodje struis 2
Een struisvogel in een kooi, eventueel op het balkon, of als dat problemen met de buren oplevert dan maar stiekem in het schuurtje of in de garage, de caravan of het tuinhuisje, is in tijden van crisis lang niet zo'n gek idee. Vaak een vers ei(-tje) en als de nood hoog is een stukje vlees. Vroeger hield men vaak één of twee konijnen, dat vonden de kinderen zo leuk, om ze in tijden van schaarste in de pan te laten verdwijnen.
Bij ons in het dorp kwam vroeger een man door de straat. "Hazen- en konijnenvellen," riep hij dan. Wij hadden zelf geen konijnen en ik begreep eigenlijk niet zo goed wat hij kwam doen. Wat moet je met zo'n vel. Tot ik later in de gaten kreeg dat de man een opkoper was.
Een "Struisvogelveren," roepende man zie ik niet zo snel langs de deuren komen maar tijden veranderen dus wie weet.
Toen de struisvogelteelt in Europa een hype werd, jaren 90 meen ik, ging men het experiment hier in Turkije ook niet uit de weg. Er kwamen een aantal grote struisvogelboerderijen en de universiteit van Bursa, geloof ik, zorgde voor de noodzakelijke medische en wetenschappelijke begeleiding. En aanvankelijk liep alles op rolletjes. Hippe restaurants in Istanbul zorgden voor de afname en succes leek verzekerd. Op een gegeven moment kon men zelfs bij enkele eethuisjes in de stad inderdaad een broodje struis kopen of een lahmacun (soort pannenkoek) met struisvogelgehakt.
Maar het was allemaal geen lang leven beschoren. Kip en ook kalkoen was veel goedkoper en behalve in een aantal exquise restaurants wordt struisvogel nauwelijks nog geserveerd. Voor zover ik weet is er nog slechts één struisvogelfarm overgebleven.
Toch denk ik dat er wel mogelijkheden bestaan voor de struisvogelteelt in Turkije maar dan op een andere manier. Binnen-Anatolië is een enorm groot, wild, ruig en uitgestrekt gebied waar je gemakkelijk vele duizenden struisvogels in het wild los zou kunnen laten rondlopen. Vrij zoals bv. in Australië of Afrika. Voor het gemak zou men ze dan een kluister aan moeten doen. Een stok of een touw tussen de poten zoals men dat ook bij de koeien wel doet. De dieren kunnen niet weghollen en zijn gemakkelijk op het gepaste moment te vangen. De verzorging van de struisvogel is in dit geval minimaal en daardoor zal het eindproduct: struisvogelbiefstuk, struisvogelsteak of struisvogelgehakt financieel gezien veel aantrekkelijker worden.
Wat men dan nog wel nodig heeft om de dieren te vangen is een kous aan een lange stok, zeer geschikt is de collectezak of kerkezak die men over de kop van het dier trekt. Het beest ziet dan niets meer en laat zich gemakkelijk leiden (naar de slachtbank).
Ik heb er het volste vertrouwen in dat de teelt op deze manier wel een succes wordt. Het gebeurt namelijk regelmatig dat een product of artikel aanvankelijk niet aanslaat maar later met andere marketing of prijzen alsnog de weg naar de consument weet te vinden. En dat zou hierbij ook wel eens het geval kunnen zijn.
Erg schokkend vond ik het trouwens dat er onlangs in China een man werd gearresteerd die ervan verdacht werd zeker een tiental mensen te hebben vermoord waarvan hij het vlees willens en wetens te koop zou hebben aangeboden en ook daadwerkelijk verkocht zou hebben als zijnde struisvogelvlees.
Iemand nog een broodje?
Bij ons in het dorp kwam vroeger een man door de straat. "Hazen- en konijnenvellen," riep hij dan. Wij hadden zelf geen konijnen en ik begreep eigenlijk niet zo goed wat hij kwam doen. Wat moet je met zo'n vel. Tot ik later in de gaten kreeg dat de man een opkoper was.
Een "Struisvogelveren," roepende man zie ik niet zo snel langs de deuren komen maar tijden veranderen dus wie weet.
Toen de struisvogelteelt in Europa een hype werd, jaren 90 meen ik, ging men het experiment hier in Turkije ook niet uit de weg. Er kwamen een aantal grote struisvogelboerderijen en de universiteit van Bursa, geloof ik, zorgde voor de noodzakelijke medische en wetenschappelijke begeleiding. En aanvankelijk liep alles op rolletjes. Hippe restaurants in Istanbul zorgden voor de afname en succes leek verzekerd. Op een gegeven moment kon men zelfs bij enkele eethuisjes in de stad inderdaad een broodje struis kopen of een lahmacun (soort pannenkoek) met struisvogelgehakt.
Maar het was allemaal geen lang leven beschoren. Kip en ook kalkoen was veel goedkoper en behalve in een aantal exquise restaurants wordt struisvogel nauwelijks nog geserveerd. Voor zover ik weet is er nog slechts één struisvogelfarm overgebleven.
Toch denk ik dat er wel mogelijkheden bestaan voor de struisvogelteelt in Turkije maar dan op een andere manier. Binnen-Anatolië is een enorm groot, wild, ruig en uitgestrekt gebied waar je gemakkelijk vele duizenden struisvogels in het wild los zou kunnen laten rondlopen. Vrij zoals bv. in Australië of Afrika. Voor het gemak zou men ze dan een kluister aan moeten doen. Een stok of een touw tussen de poten zoals men dat ook bij de koeien wel doet. De dieren kunnen niet weghollen en zijn gemakkelijk op het gepaste moment te vangen. De verzorging van de struisvogel is in dit geval minimaal en daardoor zal het eindproduct: struisvogelbiefstuk, struisvogelsteak of struisvogelgehakt financieel gezien veel aantrekkelijker worden.
Wat men dan nog wel nodig heeft om de dieren te vangen is een kous aan een lange stok, zeer geschikt is de collectezak of kerkezak die men over de kop van het dier trekt. Het beest ziet dan niets meer en laat zich gemakkelijk leiden (naar de slachtbank).
Ik heb er het volste vertrouwen in dat de teelt op deze manier wel een succes wordt. Het gebeurt namelijk regelmatig dat een product of artikel aanvankelijk niet aanslaat maar later met andere marketing of prijzen alsnog de weg naar de consument weet te vinden. En dat zou hierbij ook wel eens het geval kunnen zijn.
Erg schokkend vond ik het trouwens dat er onlangs in China een man werd gearresteerd die ervan verdacht werd zeker een tiental mensen te hebben vermoord waarvan hij het vlees willens en wetens te koop zou hebben aangeboden en ook daadwerkelijk verkocht zou hebben als zijnde struisvogelvlees.
Iemand nog een broodje?
woensdag 30 mei 2012
Even douchen
U kent ze misschien wel. Die koepelvormige waterputten waarin 's winters het regenwater opgevangen wordt, bestemd voor het bevloeien van het land in drogere tijden. Ook voor het gebruik als drinkwater voor het vee. In Zuid-Europese landen kom je ze nog vaak tegen.
Hier in Turkije heten ze sarnıç en rondom Bodrum zie je er nog heel veel. Er wordt nog maar weinig gebruik van gemaakt voor het oorspronkelijke doel tegenwoordig. Maar de karakteristieke verzamelplaatsen worden wel in stand gehouden en jaarlijks van een verse laag witkalk voorzien. Een prachtig uithangbord om met een spuitbus wat graffiti aan te brengen. En vooral een aantal jaren geleden kon men daarop dan ook regelmatig leuzen lezen als: Turkije voor de Turken, of: buitenlanders eruit. Vergelijkbare kreten zoals die ook in andere landen door aanhangers van bepaalde ideeën worden gebezigd.
De laatste tijd zie ik het niet zo vaak meer. Maar dat er een flinke groep inwoners is die vluchtelingen uit Azië en Afrika liever niet zien komen en buitenlandse bezoekers ook niet bepaald met open armen ontvangen mag wel duidelijk zijn.
Voor wat het laatste deel van hun ongenoegen betreft lijken ze in de nabije toekomst wel eens gesteund te kunnen worden door die toeristen zelf.
Het vakantieseizoen staat weer voor de deur. Miljoenen toeristen zullen de kusten van de Middellandse Zee bezoeken. En miljoenen mensen zullen weer regelmatig een duik nemen in de grootste beerput van de wereld. Zo erg? Ja, zo erg. En niemand wil het weten, en iedereen zegt dat het wel meevalt en dat er veel aan verbeterd wordt. Dat laatste is zeker het geval maar de achterstand die is ontstaan bij het zuiveren van afvalwater dat in zee stroomt is niet meer in te halen. En de nauwe Straat van Gibraltar maakt een goede doorstroming gewoonweg onmogelijk. De investeringen die voor het inhalen van die achterstand gedaan moeten worden lopen in de tientallen of misschien wel honderden miljarden. En dat geld zal niet beschikbaar komen.
Honderden steden lozen nog steeds vrijwel ongezuiverd rioolwater, de industrie loost op de rivieren die in de zee uitkomen, schepen lozen hun afval en toeristen leveren een extra bijdrage.
Men kan het gek vinden dat alle hotels langs de kust hun eigen zwembad hebben terwijl de zee 30 meter verderop ligt maar eigenlijk is het zo gek nog niet. Ook dat zwembad kan vervuild zijn, maar daar is tenminste een douche dichtbij.
Ondanks de wereldwijde financiële crisis zal het aantal toeristen toe blijven nemen. In westerse landen laat men zich die zomervakantie niet afpakken. Men krijgt vakantiegeld. En er zijn vast wel veel mensen die nu dat geld gebruiken om de eindjes aan elkaar te knopen, maar als het ook maar enigszins kan moet er toch met vakantie gegaan worden. En een all-in weekje voor een redelijke prijs is dan zeker een optie. Voor Turkije zijn er dit jaar al 40.000 boekingen meer dan vorig jaar. De kust van Turkije zal er dan ook dit jaar niet schoner op worden.
Veel van het geld dat in de toeristenindustrie verdiend wordt zal zeker weer geïnvesteerd worden door particulieren, het bedrijfsleven en de overheid in die zelfde industrie. In verbetering van infrastructuur, zuiveringsinstallaties, afvalverwerking, drinkwatervoorziening en het schoonmaken van de kusten. Maar genoeg is het niet.
Voor de Golf van Marmaris is de noodvlag gehesen. Onderzoekers van de universiteit van Muğla die jaarlijks metingen doen van de kwaliteit van het zeewater constateren jaarlijks een toename van de hoeveelheid coliform bacterie. En wel in die mate dat ze voorspellen dat de Golf van Marmaris over 15 tot 20 jaar eigenlijk niet meer gered kan worden.
En zo zijn er meerdere gebieden langs de Turkse Middellandse Zeekust die er net zo slecht voor staan. En als in dat geval zwemmen niet meer toegestaan zal zijn, zullen veel toeristen Turkije voor gezien houden.
Ik ben dit jaar nog niet wezen zwemmen en....
Hier in Turkije heten ze sarnıç en rondom Bodrum zie je er nog heel veel. Er wordt nog maar weinig gebruik van gemaakt voor het oorspronkelijke doel tegenwoordig. Maar de karakteristieke verzamelplaatsen worden wel in stand gehouden en jaarlijks van een verse laag witkalk voorzien. Een prachtig uithangbord om met een spuitbus wat graffiti aan te brengen. En vooral een aantal jaren geleden kon men daarop dan ook regelmatig leuzen lezen als: Turkije voor de Turken, of: buitenlanders eruit. Vergelijkbare kreten zoals die ook in andere landen door aanhangers van bepaalde ideeën worden gebezigd.
De laatste tijd zie ik het niet zo vaak meer. Maar dat er een flinke groep inwoners is die vluchtelingen uit Azië en Afrika liever niet zien komen en buitenlandse bezoekers ook niet bepaald met open armen ontvangen mag wel duidelijk zijn.
Voor wat het laatste deel van hun ongenoegen betreft lijken ze in de nabije toekomst wel eens gesteund te kunnen worden door die toeristen zelf.
Het vakantieseizoen staat weer voor de deur. Miljoenen toeristen zullen de kusten van de Middellandse Zee bezoeken. En miljoenen mensen zullen weer regelmatig een duik nemen in de grootste beerput van de wereld. Zo erg? Ja, zo erg. En niemand wil het weten, en iedereen zegt dat het wel meevalt en dat er veel aan verbeterd wordt. Dat laatste is zeker het geval maar de achterstand die is ontstaan bij het zuiveren van afvalwater dat in zee stroomt is niet meer in te halen. En de nauwe Straat van Gibraltar maakt een goede doorstroming gewoonweg onmogelijk. De investeringen die voor het inhalen van die achterstand gedaan moeten worden lopen in de tientallen of misschien wel honderden miljarden. En dat geld zal niet beschikbaar komen.
Honderden steden lozen nog steeds vrijwel ongezuiverd rioolwater, de industrie loost op de rivieren die in de zee uitkomen, schepen lozen hun afval en toeristen leveren een extra bijdrage.
Men kan het gek vinden dat alle hotels langs de kust hun eigen zwembad hebben terwijl de zee 30 meter verderop ligt maar eigenlijk is het zo gek nog niet. Ook dat zwembad kan vervuild zijn, maar daar is tenminste een douche dichtbij.
Ondanks de wereldwijde financiële crisis zal het aantal toeristen toe blijven nemen. In westerse landen laat men zich die zomervakantie niet afpakken. Men krijgt vakantiegeld. En er zijn vast wel veel mensen die nu dat geld gebruiken om de eindjes aan elkaar te knopen, maar als het ook maar enigszins kan moet er toch met vakantie gegaan worden. En een all-in weekje voor een redelijke prijs is dan zeker een optie. Voor Turkije zijn er dit jaar al 40.000 boekingen meer dan vorig jaar. De kust van Turkije zal er dan ook dit jaar niet schoner op worden.
Veel van het geld dat in de toeristenindustrie verdiend wordt zal zeker weer geïnvesteerd worden door particulieren, het bedrijfsleven en de overheid in die zelfde industrie. In verbetering van infrastructuur, zuiveringsinstallaties, afvalverwerking, drinkwatervoorziening en het schoonmaken van de kusten. Maar genoeg is het niet.
Voor de Golf van Marmaris is de noodvlag gehesen. Onderzoekers van de universiteit van Muğla die jaarlijks metingen doen van de kwaliteit van het zeewater constateren jaarlijks een toename van de hoeveelheid coliform bacterie. En wel in die mate dat ze voorspellen dat de Golf van Marmaris over 15 tot 20 jaar eigenlijk niet meer gered kan worden.
En zo zijn er meerdere gebieden langs de Turkse Middellandse Zeekust die er net zo slecht voor staan. En als in dat geval zwemmen niet meer toegestaan zal zijn, zullen veel toeristen Turkije voor gezien houden.
Ik ben dit jaar nog niet wezen zwemmen en....
dinsdag 22 mei 2012
Broodje struis
Zoekend in het archief van het Utrechts Dagblad naar een zeker artikeltje over een gebeurtenis in de Eerste Wereldoorlog waar een Turks gevechtsvliegtuig bij betrokken was, viel mijn blik op een tamelijk ongewoon woord: struisvogelkooi.
Goh, dat was wel heel erg toevallig. Enkele dagen daarvoor was ik namelijk het zelfde woord: struisvogelkooi ook in mijn e-mailcorrespondentie tegengekomen.
De Eerste Wereldoorlog liet ik even achter me. Bestaat zo iets dan? Een struisvogelkooi? Ja natuurlijk. Ik herinner me dat ik als kind in diergaarde Blijdorp in Rotterdam kwam. En ik weet nog dat ze daar in een kooi een nandoe, een klein type Zuid-Amerikaanse struisvogel hadden. Dus ja er bestond een struisvogelkooi. En struisvogels worden natuurlijk in heel veel landen gehouden voor het vlees en die dieren leven in een kooi. Hun huisvesting is zeer eenvoudig en bestaat uit een stuk land met hoge palen en gaas erom. Dat is voldoende. Struisvogels kunnen niet vliegen dus een dak hoeft er niet op en de beesten hoeven ook niet gekortwiekt of geleewiekt te worden. In westerse landen bestaat er natuurlijk wetgeving en regelgeving met betrekking tot het houden van struisvogels. En er zal vast wel, net als bij kippen, verschil zijn tussen de intensieve en de scharrelstruisvogelteelt. Niet meer dan tien dieren per hectare? Geen prikkeldraad, geen stroom op de omheining, een zandbad moet mogelijk zijn, voldoende ruwvoer en steentjes of grit etc.
Maar ik dacht aan iets anders. Er is over het algemeen weinig controle op het houden van vogels voor je plezier zolang er geen klachten van omwonenden zijn. In een volière of in nog veel kleinere kooitjes kan je eigenlijk stoppen wat je wilt. En sommige mensen houden een kip in een kanariekooi en zijn zo verzekerd van gezelschap en regelmatig een vers eitje bij het ontbijt.
Juist, daar dacht ik aan. Een struisvogel in een kooi in de woonkamer lijkt me wel wat bezwaarlijk maar onmogelijk is het niet. En af en toe een struisvogelei voor de hele familie is ook niet verkeerd. En als ze van de leg is....
Struisvogelvlees is voor veel mensen een delicatesse die in bepaalde restaurants geserveerd wordt. Ik heb het ooit gegeten maar de smaak is me niet bijgebleven en ik kan me de smaak zelfs niet meer herinneren. Misschien geldt dat voor meer mensen want de vraag naar struisvogel neemt steeds verder af.
Mijn buurman had ooit een struisvogelkooi. Maar dan wel een van meer dan een hectare groot. Als boer wilde hij af en toe wel eens wat experimenteren met gewassen en dieren. Maar een doorslaggevend succes werd het niet en na een aantal jaren gaf mijn buurman de moed maar op. Exit struisvogels.
De consument is er nooit echt door gegrepen. Maar zoals wel vaker bij trends is het niet onmogelijk dat na een moeilijke tijd de struisvogel een tweede kans krijgt en dat het dan wel een succes wordt. Maar dan misschien op kleinere schaal.
Zoals veel mensen vroeger een konijn (een flappie), op het platje of in het fietsenschuurtje hielden zou nu toch een jong struisvogeltje in een kooi op het balkon niet misstaan. De kleine nandoe, niet groter dan 1 meter 20 lijkt daartoe meer geschikt dan de Afrikaanse struisvogel die meer dan 2 meter 50 kan worden. Wel is daarvoor een flinke, stevige kooi nodig. Neemt u geen haan want ten eerste moet u dan uw eitje ontberen en ten tweede kunnen ze behoorlijk lastig worden als er zich op het balkon van de buren een struisvogelhen bevindt.
Het kan natuurlijk ook dat het hele project geen lang leven beschoren is vanwege de nieuwe wetgeving met betrekking tot het verhandelen van exotische dieren, of door de caviapolitie, de Partij voor de Dieren of de kliklijnen en meldpunten.
Daardoor wordt een mens haast wel ongewild het illegale, criminele pad op geduwd. Stiekem een struisvogeltje houden in de garage, de caravan of het volkstuincomplex.
In moeilijke tijden een welkome aanvulling op de proteïnebehoefte van uw gezin.
Goh, dat was wel heel erg toevallig. Enkele dagen daarvoor was ik namelijk het zelfde woord: struisvogelkooi ook in mijn e-mailcorrespondentie tegengekomen.
De Eerste Wereldoorlog liet ik even achter me. Bestaat zo iets dan? Een struisvogelkooi? Ja natuurlijk. Ik herinner me dat ik als kind in diergaarde Blijdorp in Rotterdam kwam. En ik weet nog dat ze daar in een kooi een nandoe, een klein type Zuid-Amerikaanse struisvogel hadden. Dus ja er bestond een struisvogelkooi. En struisvogels worden natuurlijk in heel veel landen gehouden voor het vlees en die dieren leven in een kooi. Hun huisvesting is zeer eenvoudig en bestaat uit een stuk land met hoge palen en gaas erom. Dat is voldoende. Struisvogels kunnen niet vliegen dus een dak hoeft er niet op en de beesten hoeven ook niet gekortwiekt of geleewiekt te worden. In westerse landen bestaat er natuurlijk wetgeving en regelgeving met betrekking tot het houden van struisvogels. En er zal vast wel, net als bij kippen, verschil zijn tussen de intensieve en de scharrelstruisvogelteelt. Niet meer dan tien dieren per hectare? Geen prikkeldraad, geen stroom op de omheining, een zandbad moet mogelijk zijn, voldoende ruwvoer en steentjes of grit etc.
Maar ik dacht aan iets anders. Er is over het algemeen weinig controle op het houden van vogels voor je plezier zolang er geen klachten van omwonenden zijn. In een volière of in nog veel kleinere kooitjes kan je eigenlijk stoppen wat je wilt. En sommige mensen houden een kip in een kanariekooi en zijn zo verzekerd van gezelschap en regelmatig een vers eitje bij het ontbijt.
Juist, daar dacht ik aan. Een struisvogel in een kooi in de woonkamer lijkt me wel wat bezwaarlijk maar onmogelijk is het niet. En af en toe een struisvogelei voor de hele familie is ook niet verkeerd. En als ze van de leg is....
Struisvogelvlees is voor veel mensen een delicatesse die in bepaalde restaurants geserveerd wordt. Ik heb het ooit gegeten maar de smaak is me niet bijgebleven en ik kan me de smaak zelfs niet meer herinneren. Misschien geldt dat voor meer mensen want de vraag naar struisvogel neemt steeds verder af.
Mijn buurman had ooit een struisvogelkooi. Maar dan wel een van meer dan een hectare groot. Als boer wilde hij af en toe wel eens wat experimenteren met gewassen en dieren. Maar een doorslaggevend succes werd het niet en na een aantal jaren gaf mijn buurman de moed maar op. Exit struisvogels.
De consument is er nooit echt door gegrepen. Maar zoals wel vaker bij trends is het niet onmogelijk dat na een moeilijke tijd de struisvogel een tweede kans krijgt en dat het dan wel een succes wordt. Maar dan misschien op kleinere schaal.
Zoals veel mensen vroeger een konijn (een flappie), op het platje of in het fietsenschuurtje hielden zou nu toch een jong struisvogeltje in een kooi op het balkon niet misstaan. De kleine nandoe, niet groter dan 1 meter 20 lijkt daartoe meer geschikt dan de Afrikaanse struisvogel die meer dan 2 meter 50 kan worden. Wel is daarvoor een flinke, stevige kooi nodig. Neemt u geen haan want ten eerste moet u dan uw eitje ontberen en ten tweede kunnen ze behoorlijk lastig worden als er zich op het balkon van de buren een struisvogelhen bevindt.
Het kan natuurlijk ook dat het hele project geen lang leven beschoren is vanwege de nieuwe wetgeving met betrekking tot het verhandelen van exotische dieren, of door de caviapolitie, de Partij voor de Dieren of de kliklijnen en meldpunten.
Daardoor wordt een mens haast wel ongewild het illegale, criminele pad op geduwd. Stiekem een struisvogeltje houden in de garage, de caravan of het volkstuincomplex.
In moeilijke tijden een welkome aanvulling op de proteïnebehoefte van uw gezin.
zondag 20 mei 2012
Een vreemde kronkel
De Turkse regering heeft de laatste maanden een aantal belangrijke besluiten genomen die verband houden met een enigszins veranderende benadering van de historische gebeurtenissen rond 1915 ten aanzien van de behandeling van de destijds in Turkije wonende Armeniërs.
Ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, maar ook in de jaren daarvoor en daarna, werd er ten opzichte van de Armeniërs een politiek gevoerd die, en daar is meen ik iedereen het wel over eens, heel veel slachtoffers heeft opgeleverd.
Veel Armeniërs werden verjaagd, op transport gezet of vermoord. Eigendommen werden geconfisceerd, landerijen werden ingenomen huizen werden verwoest. En heel veel kerken van de over het algemeen christelijke Armeniërs moesten het ontgelden.
Het laatste half jaar/jaar verschijnen er vrij regelmatig berichten in de pers die blijk geven van een andere kijk op de geschiedenis. Studies, publicaties maar ook zaken als teruggave en/of restauratie van oorspronkelijk Armeense eigendommen vinden hun weg in de media.
Twee Armeense begraafplaatsen en een kerk werden in het kader van nieuwe wetgeving (teruggave van niet-moslim eigendommen) overgedragen en er werd compensatie betaald voor een door de staat verkocht voormalig Armeens eigendom. Nog tientallen claims zijn in behandeling. Ook van andere minderheden.
Mijn ouders waren atheïst. Niet praktiserend als men daarmee bedoelt dat ze hun best deden om aktief en agressief hun ideeën ook op anderen over te brengen. Wel praktiserend als men bedoelt dat ze ernaar leefden. Maar kennelijk deden ze dat op zo een overtuigende en vanzelfsprekende manier dat ik er als kind en ook later nooit aan getwijfeld heb dat dit de juiste manier was om het bestaan tegemoet te treden en het leven te leven.
Ze lieten anderen in hun waarde en het geloof van anderen moest je respecteren. De bijbel was ook een interessant boek en veel kerken waren gebouwen die je kon bewonderen vanwege de architectonische schoonheid of hoogstandjes en om hun cultuurhistorische waarden die ze voor heel veel mensen nu eenmaal hadden.
Als kind op vakantie met mijn ouders bezocht ik kathedralen en ook minder imposante gebedshuizen. Katholieke kerken hadden de voorkeur omdat daar meer te zien was dan in de strengere, strakkere hervormde of gereformeerde kerken en omdat daar de gang van zaken ook wat vrolijker en meer ongedwongen leken toe te gaan.
Toen ik later op mijn eentje de wereld wat meer ging verkennen, kwam ik in Frankrijk een grote hoeveelheid leegstaande kerken tegen. De ontkerkelijking was in volle gang. Maar voor mij was het een vreemd fenomeen dat een flink aantal van die afgedankte kerken toen al (zestiger jaren) een andere bestemming hadden gekregen. Ik zal nooit vergeten dat ik een kerk binnenstapte in de veronderstelling een devote, stille, donkere ruimte te vinden en ik daar een garagebedrijf ontdekte met glazen dakramen en een schetterende Johnny Hallyday op de radio. Een schok. Vanzelf lette ik er vanaf dat moment speciaal op en ik ontdekte allerlei andere "kerkgebouwen": een kruidenier, een drogist, een tapijtenhal en een geluidsstudio. Vreemd. Het moest toch voor de gelovigen die daar ooit ter kerke gingen een doodzonde zijn geweest.
Later merkte ik hetzelfde verschijnsel in Nederland ook steeds vaker op. En ik raakte er na verloop van tijd aan gewend om woningen, appartementen, een jongerencentrum, een galerie, een feestzaal of een fietsenstalling gehuisvest te zien in een afgeschreven kerk. Hoogstwaarschijnlijk zou een groot aantal kerkgebouwen verdwenen zijn als ze geen andere functie hadden gekregen omdat kerkbesturen de kosten voor reparatie, onderhoud en renovatie niet meer konden opbrengen.
Af en toe gingen er wel stemmen op dat de gebouwen beter platgegooid konden worden i.p.v. gelegenheid te bieden tot heiligschennis. Maar veelal zonder succes. Ik bleef lange tijd mijn bedenkingen houden. Ik vond het hergebruik van kerken iets heel anders dan het hergebruik van een school of een leegstaande fabriek of een overbodig geworden gemeentehuis. Maar het ging zo.
Over de Armeense kwestie wordt in Turkije tegenwoordig iets minder verkrampt gedacht en gesproken. "Kritische" artikelen over die periode kunnen nu in tegenstelling tot nog maar een jaar of vijf geleden straffeloos gepubliceerd worden.
Vorige maand kwam ik in Radikal een illustratief stukje tegen. In de krant stond en foto met commentaar van een vuilstortplaats annex veestalling in en rond de overblijfselen van een Armeense kerk uit de 11e eeuw in de buurt van Batman. Over veranderende bestemming gesproken.
Misschien krijgt de Armeense gemeenschap de "verzamelplaats" wel terug.
Ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, maar ook in de jaren daarvoor en daarna, werd er ten opzichte van de Armeniërs een politiek gevoerd die, en daar is meen ik iedereen het wel over eens, heel veel slachtoffers heeft opgeleverd.
Veel Armeniërs werden verjaagd, op transport gezet of vermoord. Eigendommen werden geconfisceerd, landerijen werden ingenomen huizen werden verwoest. En heel veel kerken van de over het algemeen christelijke Armeniërs moesten het ontgelden.
Het laatste half jaar/jaar verschijnen er vrij regelmatig berichten in de pers die blijk geven van een andere kijk op de geschiedenis. Studies, publicaties maar ook zaken als teruggave en/of restauratie van oorspronkelijk Armeense eigendommen vinden hun weg in de media.
Twee Armeense begraafplaatsen en een kerk werden in het kader van nieuwe wetgeving (teruggave van niet-moslim eigendommen) overgedragen en er werd compensatie betaald voor een door de staat verkocht voormalig Armeens eigendom. Nog tientallen claims zijn in behandeling. Ook van andere minderheden.
Mijn ouders waren atheïst. Niet praktiserend als men daarmee bedoelt dat ze hun best deden om aktief en agressief hun ideeën ook op anderen over te brengen. Wel praktiserend als men bedoelt dat ze ernaar leefden. Maar kennelijk deden ze dat op zo een overtuigende en vanzelfsprekende manier dat ik er als kind en ook later nooit aan getwijfeld heb dat dit de juiste manier was om het bestaan tegemoet te treden en het leven te leven.
Ze lieten anderen in hun waarde en het geloof van anderen moest je respecteren. De bijbel was ook een interessant boek en veel kerken waren gebouwen die je kon bewonderen vanwege de architectonische schoonheid of hoogstandjes en om hun cultuurhistorische waarden die ze voor heel veel mensen nu eenmaal hadden.
Als kind op vakantie met mijn ouders bezocht ik kathedralen en ook minder imposante gebedshuizen. Katholieke kerken hadden de voorkeur omdat daar meer te zien was dan in de strengere, strakkere hervormde of gereformeerde kerken en omdat daar de gang van zaken ook wat vrolijker en meer ongedwongen leken toe te gaan.
Toen ik later op mijn eentje de wereld wat meer ging verkennen, kwam ik in Frankrijk een grote hoeveelheid leegstaande kerken tegen. De ontkerkelijking was in volle gang. Maar voor mij was het een vreemd fenomeen dat een flink aantal van die afgedankte kerken toen al (zestiger jaren) een andere bestemming hadden gekregen. Ik zal nooit vergeten dat ik een kerk binnenstapte in de veronderstelling een devote, stille, donkere ruimte te vinden en ik daar een garagebedrijf ontdekte met glazen dakramen en een schetterende Johnny Hallyday op de radio. Een schok. Vanzelf lette ik er vanaf dat moment speciaal op en ik ontdekte allerlei andere "kerkgebouwen": een kruidenier, een drogist, een tapijtenhal en een geluidsstudio. Vreemd. Het moest toch voor de gelovigen die daar ooit ter kerke gingen een doodzonde zijn geweest.
Later merkte ik hetzelfde verschijnsel in Nederland ook steeds vaker op. En ik raakte er na verloop van tijd aan gewend om woningen, appartementen, een jongerencentrum, een galerie, een feestzaal of een fietsenstalling gehuisvest te zien in een afgeschreven kerk. Hoogstwaarschijnlijk zou een groot aantal kerkgebouwen verdwenen zijn als ze geen andere functie hadden gekregen omdat kerkbesturen de kosten voor reparatie, onderhoud en renovatie niet meer konden opbrengen.
Af en toe gingen er wel stemmen op dat de gebouwen beter platgegooid konden worden i.p.v. gelegenheid te bieden tot heiligschennis. Maar veelal zonder succes. Ik bleef lange tijd mijn bedenkingen houden. Ik vond het hergebruik van kerken iets heel anders dan het hergebruik van een school of een leegstaande fabriek of een overbodig geworden gemeentehuis. Maar het ging zo.
Over de Armeense kwestie wordt in Turkije tegenwoordig iets minder verkrampt gedacht en gesproken. "Kritische" artikelen over die periode kunnen nu in tegenstelling tot nog maar een jaar of vijf geleden straffeloos gepubliceerd worden.
Vorige maand kwam ik in Radikal een illustratief stukje tegen. In de krant stond en foto met commentaar van een vuilstortplaats annex veestalling in en rond de overblijfselen van een Armeense kerk uit de 11e eeuw in de buurt van Batman. Over veranderende bestemming gesproken.
Misschien krijgt de Armeense gemeenschap de "verzamelplaats" wel terug.
vrijdag 18 mei 2012
Drama op de uitstervende houten spoorbiels
Achter mijn huis heb ik als opstapje tot dan wel afstapje van het terras een afgekeurde oude houten spoorbiels liggen. Travers in het Turks oftewel dwarsligger.
Het spoorwegnet in Turkije is altijd tamelijk beperkt gebleven. Veel openbaar vervoer, ook over grote afstanden vindt goeddeels plaats middels bussen. En het goederenvervoer gebeurt met vrachtwagens.
En daarom dacht ik: hoe is het nu mogelijk dat via tuincentra, handelsondernemingen en houthandelaren hier in de buurt van Bodrum het aanbod van gebruikte (eiken en grenen gecreosoteerde) bielzen zo groot is. Maar natuurlijk levert het vervangen van slechte exemplaren een flink aantal afdankertjes op. Voor een enkele spoorlijn tussen Istanbul en de oostgrens over een afstand van ongeveer 2000 km heeft men ruim 3.000.000 (drie miljoen) bielzen nodig. Het totale spoorwegnet bedraagt toch nog altijd ongeveer 9.000 km. Soms enkel spoor, soms dubbelspoor. Voorzichtig geschat zijn daar 15.000.000 bielzen minstens voor nodig. Als jaarlijks 5% vervangen wordt, levert dat per jaar 750.000 bielzen op.
In veel landen worden de houten bielzen vervangen door betonnen exemplaren. Zo ook in betonland Turkije. Volgens het grote spoorwegplan van Turkije moeten er, o.a. ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de republiek in 2023, duizenden kilometers spoorlijn aangelegd worden. En ook daar zullen betonnen bielzen voor gebruikt worden. En als die vervangen moeten worden zullen ze w.s. niet in de tuincentra worden aangeboden.
En langzamerhand verdwijnt zo de houten spoorbiels uit ons leven. Beton of kunststof neemt de plaats in. De houten biels wordt met uitsterven bedreigd. Er zullen vast wel een aantal spoorwegmusea, onderzoeksinstituten, nostalgische verenigingen en particuliere verzamelaars zijn die een aantal goed in de teer en chemische middelen gezette exemplaren zullen bewaren. Maar het conserveren kent zijn limieten en de bielzen nemen ook nog al wat ruimte in. Het zal nog jaren duren maar het verval is ingezet.
Ook in mijn tuin zie ik dat de verrotting, de verpulvering in- en doorzet. Kieren en scheuren, spleten en gaten ontstaan. Gras en onkruid vinden een plekje en versnellen met hun wortelgestel de afbraak.
En daar op die geleidelijk aan oplossende biels vond een dodelijk drama plaats waarvan ik getuige was zonder in te kunnen/willen/mogen grijpen.
De tuin biedt plaats aan een veelheid van planten en dieren. Tientallen vogels, honderden insecten, krekels, spinnen, hagedissen en zo voorts. Zo zijn er ook een groot aantal mierennesten te vinden. Van verschillende soorten mieren. Van heel klein, nog geen millimeter, tot flink, 2 centimeter, leven ze over het algemeen in vrede naast elkaar. Ook over de betreffende biels zie ik regelmatig stromen van in verschillende richtingen achter elkaar aan sjouwende beestjes die elkaar geen strobreed in de weg leggen.
Vorige week op een ochtend. Het was drukkend weer, bewolkt en het leek te zullen gaan onweren. Ik zat in mijn stoel op de rand van het terras van een versnapering te genieten toen ik uit een nauwe spleet van genoemde biels gevleugelde mieren te voorschijn zag komen. Met zo te zien behoorlijk veel moeite wrongen ze zich naar buiten, liepen naar de rand van de biels en vlogen weg. Het was een fascinerend gezicht. Honderden achter elkaar. Een beetje wringen en trekken, naar de rand en hup de lucht in. Op weg naar de stichting van een nieuwe staat. Ik heb het geruime tijd aangezien. Soms was het even rustig en vervolgens kwam er weer een golf.
Maar ik was niet de enige die het verschijnsel opgemerkt had. Vanaf de andere kant van de biels kwam een aantal mieren aangezet die in de richting van het uitvlieggat liepen. Ze waren net zo groot als de gevleugelde mieren. Vastberaden marcheerden ze op hun doel af. En op het moment dat een gevleugelde mier zich met veel moeite aan de biels ontworstelde werd hij gegrepen door een van de overvallers. De gevleugelde kon zich niet verweren, zat nog een beetje klem en had de last van zijn vleugels te torsen. De overvaller liet niet meer los tot zijn prooi de ongelijke strijd opgaf en het leven liet.
Gruwelijk en prachtig te gelijk. Jammer dat de houten bielzen opraken.
Abonneren op:
Posts (Atom)